Te vergelijken met het afpellen van lagen huid

Niek Kemps, 13 september t/m 8 november in het Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven. Open di t/m zo 11-17.00u. Zondag 11 oktober geeft de Engelse kunstcriticus Stuart Morgan 15 uur een lezing over Kemps' werk.

Te vatten met een beschrijving of een foto is het werk van Niek Kemps (40) niet. Daar is het te complex voor. Kemps' beelden zijn diffuus, transparant, het licht reflecterend of juist absorberend, zo esthetisch dat het afstoot of juist de tastzin prikkelt, of een combinatie daarvan. Voor de catalogus van zijn huidige tentoonstelling in Eindhoven vond hij uiteindelijk een fotograaf in Italie, die met detailfoto's nog de meest acceptabele indruk van zijn werk geeft.

Voor het probleem van de catalogusteksten vond hij ook een oplossing. Teksten van kunstcritici en historici zijn volgens Kemps op dit moment onbevredigend, ze zijn te academisch of ze maken omtrekkende bewegingen. Dat wilde hij niet. Als alternatief vroeg Kemps aan een aantal schrijvers, dichters en wetenschapsjournalisten een essay te schrijven over een steekwoord, dat hij aan ieder van hen gaf. Dat zijn 'containers', 'licht', 'herinnering', 'tussen', 'negatief', 'watermerk', 'tuinen', 'lichamelijkheid', 'het belang van de ontdekking van de nul' en 'densiteit', thema's die met zijn werk te maken hebben.

Ondergaan

Inderdaad zeggen deze woorden veel over de beelden van Kemps. Je moet ernaar kijken, ze waarnemen en ondergaan. Zelfs als ze plat zijn en als een moderne versie van schilderijen aan de wand hangen (de serie 'Sevillana's'), zijn ze niet in een blik te vatten omdat Kemps ervoor gezorgd heeft dat je er, heen en weer lopend, telkens andere fragmenten van ziet.

Steeds meer zien en het nooit helemaal kunnen vatten: Kemps vergelijkt het met het afpellen van lagen huid. "Telkens blijkt er een nieuwe laag onder te zitten, tot uiteindelijk niets overblijft. Een vorm kan iedereen maken. Een kunstwerk ook. Maar een goed kunstwerk moet een soort surplus hebben. Het moet onbenoembaar worden zodat het niet alleen een statement is, maar een ziel krijgt."

Niek Kemps (40) is een van Nederlands bekendste en meest succesvolle kunstenaars van zijn generatie. Bestempeld als belangrijk vertegenwoordiger van 'de nieuwe generatie beeldhouwers', werd Kemps vanaf het begin van de jaren tachtig voor talloze (groeps)exposities in binnen- en buitenland gevraagd, zoals 'Sonsbeek '86', de Aperto-tentoonstelling van de Biennale van Venetie, Dokumenta 8, 'Wat Amsterdam betreft' in het Stedelijk Museum en 'Century '87'. Zijn laatste grote solo-expositie was in 1988 in museum Boymans-van Beuningen, maar sindsdien nam hij ook aan menige expositie deel.

Over zijn expositie in het van Abbemuseum is hij zeer te spreken. "Het Van Abbe is het mooiste museum van Europa. Toen ik hier het eerste beeld dat ze van mij aankochten, kwam installeren, dacht ik al 'Goh, mijn werk voelt zich hier thuis'. Dit is een van de interessantste plekken die ik ken."

De opbouw van het Van Abbe leent zich perfect voor Kemps' werk. De tien tentoonstellingszalen lopen in elkaar over als een circuit met ingangen op drie verschillende plaatsen. Na twee zalen afhaken is onmogelijk, je moet altijd minstens de helft van de ruimtes doorlopen. 'Verplicht de hele film uitkijken', noemt Kemps dat.

Deze structuur biedt nogal wat mogelijkheden om de tentoonstelling als een verhaal te lezen en kruisverbanden te leggen, zonder dat er een dwingende route is. "Er ontstaan relaties onderling" , zegt Kemps. "Langzamerhand begint de cirkel zich te sluiten. In het begin was het nog niet zo goed te zien, maar mijn werk bestaat uit eindeloos veel elementen, en ze komen steeds dichter bij elkaar. Op de tentoonstelling staan twee beelden van polyester, 'Entre deux boites qui sont des maisons'. Dit beeld grijpt terug op een werk uit '83, 'The birth of Venus" ' (nu in de collectie van museum Kroller-Muller).

"Van het begin af aan stond voor mij vast dat al mijn werk op de een of andere manier bij elkaar zou moeten komen. Daardoor kon ik een groter idioom aanpakken. Want voor je het weet, heb je een idioom waar je niet meer uit kunt komen. De jaren '86, '87 en '88 waren topjaren in mijn carriere. Met de glanswerken die ik toen maakte, had ik veel succes; ik had er nog heel veel kunnen maken en er heel veel geld mee kunnen verdienen. Maar ik ben niet iemand die graag in herhalingen vervalt. Ik ben een groot tegenstander van stijl: een trucje hebben en dat herhalen."

Herhaling in de kunst is een ingewikkeld fenomeen. Ergens is het nodig, omdat er enige aansluiting bij bestaand werk moet zijn dat als referentiekader kan dienen. Maar het is ook dodelijk.

Wat Kemps probeert, is om niet te breken met de kunsttraditie, maar om de verworvenheden van de generaties voor hem in zijn werk te gebruiken, zonder in herhalingen te vervallen.

Door glas en spiegelend materiaal te gebruiken, lukte het hem de omgeving, de ruimte en de kijker bij zijn werk te betrekken. Hij zorgde ervoor dat zijn beelden niet vanuit een punt te overzien waren. "Ik probeerde ze zo gelaagd te maken dat ze zouden verwarren en dat het onmogelijk zou zijn om de beelden als op zichzelf staand objecten te bekijken." Het beeld 'Faux Jours' uit 1989 bijvoorbeeld heeft twee holle, spiegelende kanten, die je duizelig maken, als je er vanaf een bepaald punt in kijkt. De ruimte lijkt dan heel snel rond te draaien. Voor dit beeld maakte Kemps gebruik van tussen twee glasplaten gesealde foto's, een door hemzelf ontwikkeld procede.

Voorspelbaar

Foto's, negatieven en glas gebruikt hij vaker; maar om te voorkomen dat zijn beelden door die herhaling voorspelbaar worden, ontwikkelt Kemps steeds andere materialen en past die telkens anders toe. In zijn atelier gaat een groot deel van de tijd op aan materiaalonderzoek. Daarvoor overlegt hij met glasexperts en fabrieken en besteedt hij veel werk uit. Voor een aantal van de nu geexposeerde werken gebruikte hij spuitvilt, dat een fraai, zacht waasje geeft over het oppervlak waarop het gespoten wordt. Het lijkt op een nevel van neergedwarreld stof.

Kemps daagt je uit zijn beelden te onderzoeken. Het gebruikte materiaal mag dan van ondergeschikt belang zijn, het is toch maar goed dat er bordjes met 'verboden aan te raken' bij staan. De verleiding om de beelden behalve met je ogen met je handen te onderzoeken, is wel heel erg groot. En dat mag niet; de beelden moeten voor zichzelf spreken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden