'Te veel luie Servische parlementariërs'

AMSTERDAM - ,,Kamerleden worden betaald om hun werk te doen, net zoals alle andere burgers van dit land.'' Met die woorden verdedigde Servisch premier Zoran Djindjic deze week het besluit van het bestuur van DOS, de coalitie die eind 2000 een eind maakte aan het regime van Slobodan Milosevic, vijftig van zijn 176 parlementariërs met ontslag te dreigen.

De parlementsleden zouden zo zelden hun gezicht laten zien, dat de broodnodige hervormingen erdoor in gevaar komen. De beschuldigende vinger ging vooral in de richting van 23 (van de 45) leden van de Democratische Partij Servië (DSS) van Joegoslavië's president Vojislav Kostunica. Op de website van de Democratische Partij (DS) van Djindjic wordt de aanwezigheid van de DSS-leden tot op de minuut uit de doeken gedaan. Het bontst maakte Dragan Jocic het: in drie maanden tijd was hij in totaal 1635 minuten op zijn werkplek in het parlement, zo'n twee uur per week.

Volgens buitenlandse waarnemers is de afwezigheid van kamerleden inderdaad regelmatig een probleem. Het is al herhaalde malen gebeurd dat het vereiste quorum (126 van de 250 parlementsleden) niet werd gehaald en de behandeling van een wetsvoorstel moest worden uitgesteld. ,,Maar de dieper liggende oorzaak is natuurlijk dat DOS allang geen coalitie meer is'', aldus een diplomaat.

Vrijwel vanaf het begin heeft zich een tweestrijd voorgedaan tussen de conservatieve Kostunica en zijn DSS en de meeste andere partijen van DOS, onder aanvoering van de pro-westerse Djindjic. Dat leidde er eerder al toe dat DSS zijn ministers uit de Servische regering terugtrok en bijeenkomsten van het DOS-bestuur boycotte.

Kostunica reageerde furieus op de ontslagaanzegging. Hij dreigde met het opzetten van een schaduwregering als DOS zijn voornemens uitvoert. Of het zover komt, valt nog te bezien. ,,Het is niet duidelijk of dit wettelijk kan'', aldus een westers diplomaat, ,,zijn die parlementszetels van DOS, van de partijen, of van individuen?''.

Een deel van het DOS-bestuur lijkt bovendien zo geschrokken van het ontstane oproer -de OVSE bemoeit zich er inmiddels ook mee-, dat de gewraakte parlementsleden een tweede kans is gegeven: als ze hun afwezigheid kunnen verklaren, krijgen ze de mogelijkheid om hun leven te beteren.

Voor Kostunica is de maat echter vol. Hij pleitte deze week voor vervroegde verkiezingen, tot ongenoegen van Djindjic en de zijnen. Die voeren aan dat Servië zich een stembusgang nu niet kan veroorloven. Dan liggen de hervormingen weer voor maanden stil. Op de achtergrond speelt echter ook mee, dat de Servisch premier zich bepaald niet in een grote populariteit kan verheugen.

Kostunica, die Djindjic verwijt zijn oren veel te veel naar het westen te laten hangen, is bij het grote publiek wél geliefd. Toch is ook voor hem -en in zijn kielzog de DSS- een gang naar de stembus een gok. Want hij mag dan steeds aan kop gaan in de opiniepeilingen, hij wordt -vreemd genoeg- op de voet gevolgd door politici die model staan voor de pijnlijke, op westerse leest geschoeide hervormingen. Vooral Joegoslavië's vice-premier Miroljub Labus en Bozidar Djelic, Servië's jonge minister van financiën, weten zich gerespecteerd. En zij maken deel uit van de G17Plus, een economische denktank die heeft laten doorschemeren wel een politieke rol te willen spelen.

Of en wanneer er verkiezingen komen durft daarom niemand met zekerheid te zeggen. Buitenlandse waarnemers gokken op eind dit jaar. Dan moeten de Serviërs toch al naar de stembus voor een opvolger van de door het Joegoslavië-tribunaal aangeklaagde president Milan Milutinovic.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden