Te veel criminelen, te weinig gevangenissen

Voor de aardbeving van twee weken geleden was het bestaan op Sachalin al treurig. Detlev van Heest, vlak voor de ramp ter plekke, trof in de gevangenis dezelfde toestanden aan als beschreven door de schrijver Anton Tsjechov (1860-1904).

De schrijver Anton Tsjechov bezocht Sachalin meer dan honderd jaar geleden, toen het nog één grote Russische strafkolonie was. In zijn boek 'Het eiland Sachalin' legde hij weerzinwekkende taferelen vast van “extreme vernedering der mensen”. De sfeer van Tsjechovs boek heerst een eeuw later nog in het huis van bewaring van Joezjno-Sachalinsk, de hoofdstad van Sachalin. Zo'n 7 000 van de meer dan 710 000 eilandbewoners zitten een straf uit in een van de vijf gevangenissen en kampen op Sachalin. Talloze misdadigers bevinden zich echter op vrije voeten op dit eiland, iets groter dan de Benelux.

De onbarmhartige noordelijke Zee van Ochotsk beheerst het gure klimaat van Sachalin. Vrijwel niemand verlangt naar Sachalin sinds hier vier, vijf jaar geleden de economische pleuris uitbrak. De zware tijden brachten werkloosheid, armoe, ontevredenheid maar ook ernstige misdaad. De meesten van de huidige bewoners zijn weliswaar uit vrije wil gekomen, maar voelen zich inmiddels veroordeeld tot dit duivelse eiland, van waar ontsnapping onmogelijk lijkt zolang de ellende ze aan dit oord bindt. De dodelijke aardbeving van Noord-Sachalin is “slechts de zoveelste straf van God voor het altijd al zwaar geteisterde eiland”, zegt een Russische vriend die Sachalin goed kent.

Veertig mannen in één cel van nauwelijks twintig vierkante meter en maar zes stapelbedden bestemd voor één dozijn gevangenen. In het overbevolkte cachot slapen de criminelen in ploegendienst. Ze mogen drie uur liggen en vervolgens acht uur lang staan, dan weer drie uur liggen, acht uur staan. De onderdirecteur van de gevangenis, majoor Vladimir Sergienko (35), straalt wilskracht uit. Maar ook hij vermag niets dan knarsetanden. Op het eiland zijn nou eenmaal te weinig cellen en veel te veel misdadigers. Kalm somt de majoor de ziektes op die in zijn stampvolle gevangenis voorkomen: schurft, syfilis, difterie en TBC.

Elf van de meer dan 1300 mannen, jongeren en vrouwen in zijn gevangenis wacht de kogel. De wet eist een aparte cel voor elke terdoodveroordeelde. “Maar wegens plaatsgebrek moet ik ze met z'n drieën of vieren bij mekaar stoppen,” vertelt de onderdirecteur.

In de gevangenis zitten ook Sachaliners in voorarrest. Bij voorbeeld een bende brute moordenaars, van wie het leeuwedeel ter dood veroordeeld wordt, zo verwacht de majoor. Deze “Doebrovinskaja-Brigade” is aangeklaagd voor 77 ernstige gevallen van 'banditisme'. De jeugdige bendeleden zijn zo onhandelbaar dat ze niet bij andere gevangenen kunnen worden geplaatst, omdat ze zelfs in de gevangenis lustig door zouden moorden. Deze bende zit nu samen in één niet-overbevolkte cel.

Op Sachalin kan het gebeuren, net als enkele weken terug, dat drie voetgangers op klaarlichte dag worden neergestoken. De arts, die ze behandelde, is geschokt. “Eén van hen is dood. Twee zwaargewonden hebben het maar net gehaald. Sachalin wordt almaar erger. Elke week meer zinloze moorden. Niemand weet waar het eindigt.”

De arts gruwt van de misdaad. Soms krijgt hij verslaafde criminelen in zijn ziekenhuis. “Ze vertellen doodleuk dat ze die en die mafiabaas zijn.” Vervolgens eisen ze morfine of andere middelen uit de medicijnkluis. De arts verstrekt ze dan maar. “Ik heb een familie. Het stadsbestuur weet het, maar doet er niets aan.”

Een 33-jarige Sachaliner, die bekend staat onder de bijnaam 'Roma Chopski', leidt een van de drugsyndicaten van het eiland. Hij zit nu in de gevangenis, maar hoeft natuurlijk zijn cel niet met 39 anderen te delen. De drugbaron, zelf verslaafd, ontvangt zijn verdovende middelen via gesmeerde cipiers, vertelt majoor Sergienko.

Zeventig procent van de cipiers is niet opgeleid voor dit werk. Toen een paar jaar geleden de werkloosheid begon op te komen, meldden zich meer en meer Sachaliners voor een baantje in de gevangenis. Door het personeelsgebrek in deze sector nam de directie ze aan. “Ze hebben een veel te laag salaris,” zegt de majoor, “dat ze bovendien vaak maanden te laat ontvangen.” Hij vindt het daarom niet vreemd dat ze steekpenningen aannemen en drugs smokkelen. In de gevangenis kan drugbaron Roma Chopski ook de telefoon pakken, een auto met chauffeur bestellen en naar het ziekenhuis rijden. Daar is hij een van de klanten van de medicijnkluis. Als hij is geholpen, laat hij zich terugchaufferen.

Op het onherbergzame Sachalin staan cannabis-kassen. De politie weet van de zwaar bewaakte, uitgestrekte drugvelden op Midden-Sachalin. “Wie de velden te dicht nadert, wordt doodgeschoten,” zegt een politieoffier. Voor harde drugs bestaan levendige connecties tussen het eiland en de nieuw-rijke leveranciers in de voormalige Sovjet-republieken Kazachstan, Tadzjikistan, Kirgizië en Oezbekistan.

Buitenlanders die Sachalin bezoeken, zoals Japanse, Koreaanse en Amerikaanse handelsreizigers, hebben het meest te duchten van de wetteloosheid in dit Wilde Oosten van Rusland. Een Japanse zakenman, die voor de vijfde keer het eiland bezoekt, werd vorige keer bijna doodgeschoten. “Geklop op m'n hotelkamer. Een bewaakt hotel nota bene. Ik doe open en word overvallen. Ze schieten onmiddellijk om me te intimideren. Eén kogel in het plafond, één vlak naast m'n hoofd, in de muur.” Waarom komt deze Japanner in vredesnaam nog terug naar Sachalin?” “Ach, ik verbeeld me dat m'n bedrijf in de toekomst goed kan verdienen aan de handel met dit eiland.”

De overheid adviseert alle bezoekers nooit alleen te reizen, geen fel-kleurige kledij te dragen, de hotelkamerdeur nooit open te doen voor onaangekondigde bezoekers, niet te socialiseren met onbekenden of vage bekenden en vooral niet mee te gaan met verleidelijke vrouwen. Het is geen omgeving om vrolijk van te worden.

De grote vraag is waarom de politie niet ingrijpt. Sommigen veronderstellen nauwe banden tussen overheid en de plaatselijke mafia. Een aanzienlijk burger op Sachalin zucht: “Ik ben ervan geschrokken hoe nauw de plaatselijke autoriteiten en mafia samenwerken.”

De plaatsvervangend chef van politie, kolonel Joeri Varentsov (45), is een mannetjesputter en een toonbeeld van onkreukbaarheid. Hij geeft geen handen, maar kneedt handen. Hij wil wel ingrijpen, maar kan niet. “De politie kan de groei van de misdaad niet bijbenen hier. We vragen Moskou om toestemming voor uitzonderlijke maatregelen tegen de misdaad,” zegt de kolonel. “We weten precies waar het schorriemorrie op Sachalin zit. Moskou zwijgt. Als iemand daar ons opdraagt: 'Pak!', dan snijden we binnen twee weken alle criminele elementen de strot door!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden