Te snel oordelen tast de vrijheid aan

Tommy Hilfiger. Roddels over racisme tastten zijn vrijheid aan. (EPA) Beeld EPA
Tommy Hilfiger. Roddels over racisme tastten zijn vrijheid aan. (EPA)Beeld EPA

Vrijheid is het thema van de Maand van de Filosofie. Een prachtig onderwerp, nu het 65 jaar geleden is dat Nederland bevrijd werd. Maar is vrijheid ook een filosofisch thema?

Onder leiding van hoogleraar Martin van Hees wordt er aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek verricht naar de vrijheid. Een paar voorbeelden. We zeggen dat mensen in Iran minder vrij zijn dan in Nederland, maar kun je vrijheid meten? Leidt een toename van vrijheid tot meer geluk? En is kunnen we onze keuzevrijheid beperken om grotere vrijheid te krijgen?

Komende weken schrijven RuG-studenten over vrijheid. De serie begint met hun docent, Boudewijn de Bruin, die binnenkort in het gezaghebbende tijdschrift Law and Philosophy een artikel over vrijheid en privacy publiceert. De Bruin laat zien hoe privacy soms conflicteert met vrijheid van meningsuiting of vrijheid van informatie, en hoe die conflicten beslecht kunnen worden.

„Als er zo’n conflict ontstaat”, zegt De Bruin, „dan moeten we een afweging maken tussen onvergelijkbare belangen, tussen appels en peren. En ik probeer op een andere manier te kijken naar botsende belangen over privacy.”

De Bruin: „Stel: jij houdt ervan in je slaapkamer een dansje uit te voeren. Op een dag ontdek je dat jouw achterbuurman geïnteresseerd is in dit ritueel. Kijk jij toevallig uit het raam, dan zie je hem opmerkelijk vaak wegschieten. Jouw privacy wordt verstoord. Jij vindt dat vervelend, want het is net alsof je door de ogen van je buurman naar jezelf kijkt. Einde dansritueel. Filosofisch gezien betekent dit: als iemand mijn handelingen waarneemt, beleef ik die handelingen anders, alsof ik er niet helemaal meer de acteur van ben, alsof er een perspectiefwisseling plaatsvindt en ik toeschouwer van mijzelf word. En omdat zo’n perspectiefwisseling hinderlijk is, verdient privacy beschermt te worden.”

Is dat wel zo’n goed argument? Ik kan toch gewoon de gordijnen dichtdoen.

„Dat klopt. Wanneer je je beroept op de vrijheid van waarneming kun je zeggen: wij zijn vrij te gaan en staan waar we willenen hoeven onze ogen niet in onze zak te steken. We hoeven pas in te grijpen als buren elkaar fysiek teisteren en elkaars vrijheid echt belemmeren.”

Maar heb jij een beter argument voor privacy?

„Ik denk het wel. Want mijn argument laat zien dat een schending van privacy ook vaak tot een vrijheidsbeperking leidt.”

Hoe dan?

„Eerst: wat verstaan we onder vrijheid. Om zoveel mogelijk lezers te kunnen overtuigen gebruik ik een definitie die zo min mogelijk vooronderstellingen maakt, het klassieke vrijheidsbegrip van de zeventiende-eeuwse Engelse denker Thomas Hobbes: vrijheid betekent dat anderen jou niet beperken in jouw handelingen. Wanneer minder mensen jouw handelingen beperkingen, dan groeit jouw vrijheid. Als de politie mij aanhoudt, beperkt ze mijn vrijheid. Maar als mijn gebrekkige topografische kennis ervoor zorgt dat ik verdwaal dan wordt mijn vrijheid niet beperkt. Want het ligt dan aan mezelf, en niet aan anderen, dat ik mijn bestemming niet bereik.”

Wat zegt dit over privacy?

„Het belangrijkste punt van mijn argument is te laten zien hoe privacy en vrijheid met elkaar verbonden zijn. Hoewel privacy schendingen meestal vrijheidsbeperkingen met zich meebrengen, is het belangrijk eerst te laten zien dat dat niet altijd zo is. Het woord ’schending’ is dus eigenlijk te negatief. Een voorbeeld: Ik wil naar een voetbalwedstrijd, een risicowedstrijd waarbij ik me moet legitimeren om het stadion in te kunnen. Op dat moment krijgen de controleurs dus persoonlijke informatie over mij. Strikt genomen vormt dat een inbreuk op mijn privacy. Maar in dit geval wordt mijn vrijheid niet beperkt. Integendeel, na controle worden de belemmeringen opgeheven en mag ik het stadion in. Mijn vrijheid wordt dus groter.”

Hier houdt het argument niet op. Een inbreuk op privacy kan mijn vrijheid toch ook verkleinen?

„In mijn artikel geef ik een voorbeeld uit een Amerikaanse context , van een homoseksuele leraar die jarenlang uitstekend zijn werk doet totdat iemand achter zijn seksuele geaardheid komt en ouders daarvan op de hoogte brengt. Een paar weken later wacht een groep verontruste ouders de leraar bij de schooldeuren op en blokkeert hem de toegang. Schending van privacy beperkt nu vrijheid, werpt hier letterlijk blokkades op.”

In het ene geval neemt de vrijheid toe, in het andere af. Waarom is dat nu zo’n interessant inzicht?

„De analyse die ik in mijn artikel geef verschaft juristen en beleidsmakers een precies instrument om afwegingen te maken. Zij moeten kijken naar de ontvanger van de informatie, de spiekende achterbuurman, de controlerende stadionwacht of de groep verontruste ouders met die informatie doet. Want die veranderen allemaal hun opvattingen: Rare snuiter, die buurman van mij, gaat ’s ochtend dansen in plaats van ontbijten. Had jij dat nou van die docent verwacht, hij gedraagt zich toch helemaal niet als een homo?”

Maar het is toch niet erg om je overtuigingen te herzien?

„Nee. Maar die opvattingen motiveren ook bepaalde handelingen. Soms halen die handelingen beperkingen weg, zoals wanneer de controleur mij het stadion binnenlaat. Maar soms werken ze juist belemmerend, zoals wanneer de ouders de school blokkeren.”

Die ouders discrimineren op geaardheid, en dat is verboden. De leraar kan naar de politie stappen. We hebben daar toch geen extra bescherming van de privacy van de homoseksuele leraar nodig?

„In de praktijk stuit je op voorvallen waar de verantwoordelijkheid voor de vrijheidsbeperking niet zo makkelijk op bijvoorbeeld de ouders valt af te wentelen. Enkele jaren geleden werd in Zuid-Korea een studente aan de digitale schandpaal genageld nadat zij in de metro weigerde de poep van haar hond op te ruimen. Een medepassagier maakte hier foto’s van, en publiceerde ze op een site die er voor bedoeld is mensen aan de schandpaal te nagelen. Zij werd door de honderden commentaren zo bekend op de campus dat zij de universiteit heeft verlaten. Haar leefsituatie werd dramatisch veranderd, alleen niet door een, twee of tien verontruste ouders die zij individueel ter verantwoording had kunnen roepen, maar door een collectief van internetbezoekers, die makkelijk kunnen aanvoeren dat zij daar persoonlijk nauwelijks voor verantwoordelijk te houden zijn.”

Maar zijn wij niet zelf verantwoordeqlijk voor wat we doen met de informatie die we ontvangen? Is het niet mijn eigen verantwoordelijkheid te besluiten of ik zelf zo zonder zonden ben dat ik stenen mag werpen?

,,Nog een voorbeeld. Op internet circuleert een uitspraak van de kledingontwerper Tommy Hilfiger, die hij gedaan heeft in de show van Oprah Winfrey: „If I had known African-Americans, Hispanics, Jews and Asians would buy my clothes, I would not have made them so nice. I wish these people would not buy my clothes, as they are made for upperclass white people.” Zijn kleren zouden dus gemaakt zijn voor de witte elite.”

Walgelijk.

„De grap, of beter, de ellende is: Hilfiger heeft dit nooit gezegd, hij was nooit in de show van Winfrey. Maar deze roddels hebben zijn bedrijf veel geld gekost. Hij is later wel bij Winfrey geweest, ze hebben beiden verklaard dat hij dit nooit gezegd heeft, en de zaak is een beetje rechtgetrokken. Maar zijn vrijheid was behoorlijk aangetast.”

Hoe kan dit zo gaan?

„U reageerde met: ’walgelijk’. Dat is ook de reactie van de meeste lezers geweest. Het is niet te achterhalen wie het gerucht de wereld heeft ingestuurd, maar de gevolgen zijn onmiddellijk zichtbaar. Ik noem dat de goedgelovigheid van de ontvanger, waar je bij maatregelen voor schending van privacy rekening mee moet houden. We kunnen er niet vanuit gaan dat de ontvanger van de informatie de informatie zal controleren, of de rectificaties zal lezen. We trekken te snel onterechte conclusies, en baseren ons oordeel op vooroordelen. Die verontruste ouders bijvoorbeeld op een vooroordeel dat homoseksuele mensen vaker pedofiele neigingen hebben. En bij Hilfiger op de gedachte: waar rook is is vuur. Maar de vrijheid van de docent en van Hilfiger is er flink door aangetast.”

Wat te doen?

„Nu wilt u natuurlijk een harde filosofische conclusie met prachtige juridische consequenties. Hoewel ik in mijn artikel kritiek lever op een aantal recente uitspraken van Amerikaanse gerechtshoven, gaat het mij er vooral om een instrumentarium te ontwikkelen om een afweging te maken tussen de privacy van de één en de vrijheid van de ander Je hoeft het recht op privacy dus niet op zoiets als een perspectiefwisseling te funderen. En als je zo’n afweging maakt, leidt dit de ene keer tot juridische maatregelen, de volgende keer helemaal niet.

We kunnen nu de vrijheid van de achterbuurman afzetten tegen de vrijheid van de danser in de ochtend; de vrijheid van de leraar tegen de vrijheid van de ouder, de vrijheid van de student in de metro tegen de vrijheid van de internetbezoeker. We hebben dus één muntsoort om dit soort afwegingen te maken. En met dat instrument in handen kunnen we betere oordelen uitspreken. Maar dat oordeel laat ik uiteindelijk over aan politici of juristen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden