Te scheutig, te zuinig

Half tien in de morgen. De telefoon gaat, het is de Haagsche Courant. Of ik het nieuwe boek van Kuitert gelezen heb? Ja, dat heb ik. En wat ik daarvan vond? Nog wat slaperig door de onrustige nacht met Valery, mijn vandaag precies drie weken oude dochter, formuleer ik iets over God, Jezus en de Laatste Dingen. Kuitert staat met dit boek buiten de gereformeerde traditie, zeg ik stoer. Nee, sterker: Wie de goddelijke natuur van Jezus ontkent, is geen christen meer. In de trein naar Leiden schiet mij, zoals zo vaak, een betere formulering te binnen. De theologie van Kuitert?: Te scheutig met god, te zuinig met Jezus.

Te scheutig met god. In verschillende boeken, als laatste in Aan god doen (1997), geeft Kuitert aan dat naar zijn idee de mens ongeneeslijk religieus is. Om zijn geloof, hoop en liefde te investeren zoekt de mens naar wat boven hem uit gaat. Waar dat investeren met onvoorwaardelijke toewijding gebeurt, is sprake van religie.

Door deze semantische kunstgreep is de mens inderdaad onverbeterlijk religieus wezen geworden. Of men zich nu overgeeft aan voetballen, popmuziek, een pasgeboren dochter, een femme fatale of de alcohol: als die toewijding maar onvoorwaardelijk is, hebben we religie.

Het behoeft geen betoog dat wanneer men dat object van die onvoorwaardelijke toewijding god gaat noemen, dit leidt tot een grenzeloze overbevolking van de godenhemel. Secularisatie is dan slechts schijn; het is Götterwandlung, nooit Götterdümmerung. De traditionele goden maken plaats voor Madonna, Koning Alcohol of het pasgeboren kindje in de wieg - maar goden blijven het.

Theologische bezwaren kan ik tegen deze herkerstening op basis van verandering van definities niet hebben. Maar het is wel de vraag wat met deze gods-inflatie gewonnen is: een verdamping van de goddelijke dimensie, lijkt mij, geen herintroductie. Wie goden in ere wil houden, moet daar niet te scheutig mee omgaan. Veel van de moderne theologie komt neer op een ijdel gebruik van Zijn Naam.

Te zuinig met Jezus. Een tweede punt in Kuiterts boek betreft zijn herwaardering van Jezus. Op het concilie van Chalcedon werd in 451 de twee- naturenleer vastgelegd: aan Jezus zou zowel de goddelijke als de menselijke natuur moeten worden toegeschreven. Kuitert stelt dit nu ter discussie. Jezus moet niet te veel worden opgehemeld meent hij. Dat zou kunnen, maar de vraag is wel wat van Jezus overblijft wanneer men hem de goddelijke status ontzegt. Als u 't mij vraagt: niet veel. Als ethicus of wijsheidsleraar slaat Jezus een pover figuur wanneer we hem vergelijken met Boeddha, Socrates, Confucius of zelfs met Albert Schweitzer of Mahatma Gandhi.

De waardevolle zedelijke voorschriften die hij predikt (het liefdegebod of de gulden regel) werden eerder door anderen geformuleerd en vaak beter.

Jezus is origineel voorzover hij in zedelijke aangelegenheden een onverbiddelijke orientatie op God proclameert. Maar vanuit ethisch oogpunt bekeken is dat - zoals onder andere Kierkegaard goed begreep - hoogst laakbaar. Want het naleven van zedelijke geboden omdat het loon in de hemelen groot is, is op zijn vriendelijkst gezegd zedelijk niet verantwoord.

De enige redding voor Jezus is hem royaal de goddelijke status toe te schrijven, want als exemplarische morele leider heeft hij niet veel te betekenen. Ze hadden het in 451 dus heel goed begrepen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden