Te goed voor deze wereld

Amerika vleit zichzelf met de gedachte dat het een uitzonderlijk land is. Maar die notie van 'American exceptionalism' zit het buitenlandbeleid danig in de weg.

De Verenigde Staten hebben steeds meer moeite om buitenlands beleid te maken. Een reden daarvoor ligt in ons DNA besloten, en daardoor zien we het vaak over het hoofd.

We zijn belast met trekjes die zijn ontwikkeld vanaf ons ontstaan als staat, en door jaren van dominantie op het internationale toneel. Die karaktertrekken spelen ons parten in het vormgeven en uitvoeren van een realistische, effectieve buitenlandse politiek. Want we wonen in een wereld waarin geweld steeds onwenselijker wordt - een veranderlijke wereld ook, die vraagt om onze behendigheid om problemen, zowel met vrienden als vijanden, de baas te worden.

De ingebouwde problemen bij het formuleren van buitenlandse politiek komen uit één bron: het wijdverspreide volksgeloof, eindeloos herhaald door onze regering en politieke partijen, dat de Verenigde Staten op unieke wijze deugdzaam zijn, goed in woord en daad.

Die overtuiging stamt onder meer uit onze ongeëvenaarde macht sinds de Tweede Wereldoorlog. Ons uitgangspunt is dat wij de belangrijkste kracht van het goede in de wereld zijn. Daarom mogen we onze macht ongebreideld uitoefenen, want die macht is door en door moreel van aard. Een Amerikaanse politicus die wat anders durft te beweren, kan zijn herverkiezing wel vergeten. Er schuilt wel wat waars in dit geloof in eigen morele goedheid, maar die Amerikaanse mythologie, die recht overeind staat, vormt een groot risico in een tijdperk waarin onze macht steeds meer vervluchtigt.

Dit vertrouwen in onze unieke rechtschapenheid sterkt ons in de overtuiging dat wij, meer dan welk volk ook, niet alleen de mogelijkheid maar ook het volste recht hebben om te interveniëren.

Wij zijn de goeien, de beroemde 'Stad op de heuvel' (zie kader) en onze zaak is altijd rechtvaardig, vooral als we geweld gebruiken. We kunnen zo nodig zelfs onze eigen wetten overtreden, en alle mogelijke geheime activiteiten ontplooien - waaronder gericht moorden - om ons democratisch systeem te beschermen of onze veronderstelde belangen na te streven.

Je hebt van tijd tot tijd tegenstemmen, maar onveranderlijk zegeviert het verhaal van Amerikaanse deugdzaamheid: zo zijn we Irak niet alleen binnengevallen vanwege zijn vermeende voorraden massavernietigingswapens, we zouden het volk van Irak bevrijden, en offerden landgenoten op voor dit nobele doel.

Dit geloof in onze unieke deugdzaamheid drukt een stempel op onze buitenlandse politiek. Een paar voor de hand liggende kenmerken van ons beleid zijn:

Geheugenverlies. Het verleden is absoluut afwezig in het Amerikaanse buitenlands-politieke denken, zeker in het publieke bewustzijn. De geschiedenis begint vandaag, vooral als de landen zwak zijn, of autoritair of slecht. Ze zijn slecht en verdienen het veranderd te worden, zelfs door geweld, ongeacht hun geschiedenis.

Moedwillige blindheid overheerst zodra de Amerikaanse regering heeft besloten oorlog te voeren.

Dat geldt voor elke regio, maar onze grootste vergeetachtigheid geldt het Midden-Oosten. Onze vorige militaire interventies - openlijk of heimelijk - vormen geen aanleiding voor politieke voorzichtigheid. Wij streven immers deugdzame doelen na - en onze veiligheid is in gevaar. Maar onze definitie van veiligheid, ondanks alle morele bezweringen, wordt zwaar beïnvloed door binnenlands-politieke overwegingen.

Soms slaat het geheugenverlies binnen een decennium toe. Een recent voorbeeld is de wederopstanding van de neoconservatieven, die intellectueel verantwoordelijk zijn voor het meest destructieve decennium in de Amerikaanse buitenlandse politiek in onze tijd.

Preken. Onze unieke deugdzaamheid heeft ons gemaakt tot 's werelds grootste predikers en onderwijzers. We hebben een goed ontwikkelde, kapitaalkrachtige non-gouvernementele sector die garandeert dat de regering Amerika's unieke roeping niet vergeet. Obama's welsprekendheid is daarvan een typisch staaltje.

Wijzen op regels. De Verenigde Staten herinneren andere landen, vooral China, eraan dat als ze deel willen uitmaken van de internationale gemeenschap, ze zich aan de regels moeten houden. Dat zijn normen die wij in belangrijke mate hebben geformuleerd en geïnstitutionaliseerd. Om misverstanden te voorkomen: de meeste van die regels zijn prima. Toch is er één land dat zich af en toe van die regels niets hoeft aan te trekken: de Verenigde Staten. Vanwege hun morele superioriteit.

Wij eisen allerlei uitzonderingen op economische regels om binnenlands-politieke redenen. Maar het is absoluut ondenkbaar dat bijvoorbeeld de Koreanen zoiets zouden doen.

China, de grootste overtreder van het Amerikaanse boek met regels, is nooit een land binnengevallen sinds 1978 (Vietnam, red.), en toen was het maar voor drie weken. Het is moeilijk bij te houden hoe vaak wij landen zijn binnengevallen - of ze slechts hebben gebombardeerd of aangevallen met drones - openlijk of heimelijk, met of zonder zegen van de internationale gemeenschap.

De VS mogen hun eigen regels schenden, zolang het dienstig is aan onze onze veiligheid en andere belangen, zoals iedere regering die definieert.

Alles draait om ons. Als iets fout gaat, gaan we ervan uit dat dat komt doordat Amerika niet is opgetreden, of geen ruggegraat heeft getoond, of bang was om zijn unieke deugdzaamheid en macht te tonen - of, zoals dat inzake Syrië wordt genoemd, zich heeft beperkt tot 'leading from behind' (leiden vanuit de achterhoede).

Doordat wij verslappen, gebeuren er zoveel akelige dingen in het Midden-Oosten. Dat hoor je steeds van hen die zeggen dat we er niet in slagen om die regio fatsoenlijk te 'managen': we moeten weten dat Arabische landen wachten op onze leiding en staan te trappelen om onze inmenging (natuurlijk: soms is dat waar, zoals in het geval van de Syrische oppositie).

Provincialisme. Alle Amerikaanse regeringen kampen met publieke onverschilligheid over wat zich in het buitenland onder het oppervlak afspeelt; alsof alleen in de Verenigde Staten zoiets als een binnenlandse politiek bestaat.

Die naar binnen gekeerde blik heeft twee effecten. Het belangrijkste is dat we niet genoeg moeite doen om landen te begrijpen om ze beter te kunnen beïnvloeden. In plaats daarvan kiezen we de gemakkelijke weg: we vallen het land binnen. Het tweede gevolg van die introverte blik is dat andere landen aan onze binnenlandse normen moeten voldoen. Ontelbare keren hebben Amerikaanse ambassadeurs buitenlandse regeringen bedreigd met strafmaatregelen als ze niet voldoen aan onze laatste eis. Ik heb dat zelf gedaan.

Amerika's buitenlandse politiek is een wonderlijk iets. Het heeft het vaak goed gedaan en soms heel fout - dat laatste vergeten we vaak snel. Ik wil niet ontkennen dat er werkelijk veel deugdzaam en indrukwekkend is aan de Amerikaanse buitenlandse politiek. Het bevorderen van menslievendheid, democratie en mensenrechten is een echt en nastrevenswaardig onderdeel van Amerikaans buitenlands beleid, zelfs als het beleid mislukt of bezoedeld wordt door hypocrisie.

Maar ik wil dat we stilstaan bij de uitgangspunten van ons beleid. In de wereld van vandaag kan macht een vluchtig iets zijn. We moeten ons beleid stoelen op meer wijsheid en begrip van de wereld waarin we leven. Onze veiligheidsdiensten moeten meer in die behoefte voorzien. Kortom: laten we ophouden met altijd alleen naar onszelf luisteren. Alleen dan kunnen we met kennis van zaken handelen en proberen om niet alleen verpletterend geweld te gebruiken - vanuit het geloof dat wij altijd de good guys zijn.

Dat is geen gemakkelijke opgave.

Dit essay werd eerder gepubliceerd in het Amerikaanse tijdschrift The National Interest (www.nationalinterest.org)

Morton Abramowitz (1933) is publicist en werkt voor denktanks als International Crisis Group. Hij was ambassadeur voor de VS in Turkije, en bekleedde diverse regeringsfuncties.

Een debat over identiteit en ethiek
Is Amerika uitzonderlijk? Jazeker, vindt de Amerikaanse president Obama. Vorige maand beriep hij zich twee keer op 'American exceptionalism' om zijn buitenlandse beleid toe te lichten. In Amerikaanse media woedt al weken een debat of Amerika echt zo uitzonderlijk is, en wat dat betekent voor de buitenlandpolitiek. Olie op het vuur gooide de Russische president Vladimir Poetin, die in een ingezonden brief aan de New York Times Obama kapittelde: "Het is extreem gevaarlijk om mensen aan te moedigen om zichzelf als uitzonderlijk te zien."

Obama schijnt de eerste zittende president te zijn die de frase 'American exceptionalism' in de mond neemt. Maar het idee, of de mythe, dat Amerika anders is dan alle andere staten is al veel ouder, en heeft zowel religieuze als politieke wortels.

Religieuze wortels: "We zullen zijn als een stad op een heuvel, en de ogen van alle mensen zullen op ons gericht zijn", zo omschreef John Winthrop, de Britse puritein en gouverneur van de kolonie die hij in New England had helpen vestigen in de eerste helft van de zeventiende eeuw. Het idee van Amerika als een door God uitverkoren land, een soort nieuw Jeruzalem, vond in brede kringen weerklank, tot op de dag van vandaag.

In zijn afscheidstoespraak in 1989 refereerde president Reagan ook aan Winthrops notie, en omschreef hij Amerika als 'een schitterende stad op een heuvel'. Dat de VS een land met een christelijke missie zijn, of zelfs voertuig van Gods wil met de wereld, is de overtuiging van miljoenen Amerikanen. Zo zag evangelist Franklin Graham (die in 2001 het openingsgebed uitsprak bij de inauguratie van president George W. Bush) de Amerikaanse invasie in Irak als dé gelegenheid om moslims te bekeren.

Politieke wortels: Amerika ziet zichzelf ook sinds zijn begin als natie als het toevluchtsoord voor verdrukten, vrij van religieuze en etnische onderdrukking (de slavernij even daargelaten), het land waar iedereen gelijke kansen heeft om geluk na te streven, zoals vervat in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776), het eerste land met een democratische grondwet (1787) op basis van liberale principes.

Zeker sinds de Tweede Wereldoorlog, toen de VS zich hadden ontwikkeld tot het machtigste land in economisch, militair en politiek opzicht, beroepen zowel Republikeinse als Democratische presidenten en hun regeringen zich op hun speciale verantwoordelijkheid om die beginselen van democratie en mensenrechten in de wereld te laten zegevieren - ook al betekende dat in de Koude Oorlog vaak steun aan repressieve, maar toevallig anticommunistische dictaturen; en ook al zijn droneaanvallen in Jemen en Afghanistan, het interneringskamp Guantanamo Bay en de fluisterpraktijken van de NSA lastig in overeenstemming te brengen met die beginselen.

President Obama's versie van Amerika's uitzonderlijke verantwoordelijkheid voor de wereld is gelaagd. "Ik geloof in Amerikaanse uitzonderlijkheid net zoals, naar ik vermoed, de Britten geloven in Britse uitzonderlijkheid en de Grieken in Griekse uitzonderlijkheid", zei de president in 2009, toen een journalist hem daar tijdens de G-20-top naar vroeg. Dat relativisme wekte furieuze reacties, vooral ter rechterzijde: Obama vergelijkt ons met nota bene Grieken! Obama's toelichting, dat volgens hem Amerika bijzonder is vanwege zijn democratische karakter en 'voortdurende buitengewone rol in het leiden van de wereld' ontbrak in die reacties.

Pas vier jaar later, op 10 september dit jaar, nam Obama de beladen woordcombinatie weer in de mond. Zijn plan om Syrische doelen aan te vallen (in reactie op het gebruik van chemische wapens door het regime) kon in de ijskast, zo legde hij de natie toen op tv uit, er lag inmiddels een akkoord. Dat het Syrische regime en Rusland overstag waren, was grotendeels te danken aan de Amerikaanse dreiging met geweld, betoogde Obama. "Amerika is niet de politieagent van de wereld", erkende hij. "Maar als we, met beperkte inspanningen en risico's, een eind kunnen maken aan het vergassen van kinderen, en daardoor onze eigen kinderen op termijn meer veiligheid kunnen bieden, ben ik ervan overtuigd dat we moeten handelen."

Na wat hij noemt 'harde lessen' in Afghanistan en Irak, gelooft Obama niet dat zijn land dictators kan verjagen en hun landen kan omvormen in democratieën. Maar Amerika heeft naar zijn overtuiging wel de verantwoordelijkheid om de wereld veiliger te maken, en dat dient ook het welbegrepen eigenbelang: chemische wapens kunnen ook Amerikanen treffen.

Dat verband tussen nationaal belang en internationale gerechtigheid benadrukte hij ook in zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de VN, op 24 september. "Ik geloof dat Amerika zich met de wereld moet bemoeien voor ónze veiligheid. Ik geloof dat de wereld erbij wint", zei hij. "Ik geloof dat Amerika uitzonderlijk is, mede omdat we de bereidheid hebben getoond, door ons bloed en onze rijkdom op te offeren, om niet alleen op te komen voor ons eigen beperkte belang, maar ook voor dat van anderen."

Die bescheidener taakomschrijving dan van zijn voorganger George W. Bush, die oorlog voerde tegen 'de As van het Kwaad' en 'het terrorisme', betekent niet dat Obama zomaar kan breken met de traditie van zijn land. Los van morele overwegingen, heeft hij te maken met de omstandigheid dat de VS nog steeds veruit het machtigste land ter wereld zijn, en de leider van wat gemakshalve de westerse landen heet.

Obama had gelijk: Grieken zijn ook uitzonderlijk, met hun lange, grillige geschiedenis met democratie. En de Britten hebben heel uitzonderlijke ontbijtgewoontes. Maar op het wereldtoneel is Amerika het uitzonderlijkst.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden