Te fijn en te oud voor Singer

Afdeling:

Je zou deze aflevering van Kunst uit de Kelder ook kunnen lezen als een verkapte huwelijksadver- tentie. En daar zou conservator Anne van Lienden van Singer Laren dan graag de wervende kop boven zetten: 'Vreemde eend in de bijt zoekt een nieuwe vijver voor langdurig gebruik'.

Het zou zo mooi zijn, zegt Van Lienden, als deze 'vreemde eend' permanent in een museum zou mogen pronken met zijn veren. In plaats van als een lelijk eendje voortdurend in het depot te moeten verblijven. "Want dat verdient dit schilderij niet. Het is een juweeltje."

Ze heeft het schilderij even op één van de tafels gelegd in het museumcafé, dat hier de foyer wordt genoemd, omdat Singer Laren behalve een museum ook een theater omvat. We zitten naast de schouw en daarboven zal het winterlandschap van Claes Dirksz. van der Heck enkele weken komen te hangen.

Toen Anne van Lienden anderhalf jaar geleden in dienst trad bij Singer, viel haar dit schilderij meteen op. Niet alleen omdat het uit de zeventiende eeuw dateert, terwijl de collectie van het museum de periode 1880-1940 omspant. Maar ook omdat het zo ragfijn is geschilderd. Ze wijst naar de takjes van de bomen op de voorgrond en de figuurtjes op het ijs. "En kijk eens naar dat mannetje, hier links vooraan, dat hout aan het sprokkelen is. Misschien moeten we dit landschap zien als een verbeelding van de maand november, de sprokkelmaand."

Wat haar ook meteen opviel is de hoge kwaliteit van het werk. "Van der Heck mag dan een onbekende kunstenaar zijn, hij kon er wel wat van. Neem bijvoorbeeld die vrouw die daar links over het pad wandelt. Ze loopt echt, ze zweeft niet, wat je nog wel eens ziet bij minder getalenteerde schilders."

Dit schilderij oogt op het eerste gezicht oer-Hollands, maar dat is niet te rijmen met de opmerkelijke hoogteverschillen in het landschap. Het schilderen van een deels gefantaseerd landschap was heel gebruikelijk in die tijd. Van Lienden: "Daarin doet dit werk me ook wel denken aan de schilderijen van Jan Brueghel de Oude."

Het is een winterlandschap, maar bijzonder is dat het niet heftig besneeuwd is, wat vaak het geval is in dit genre. Van Lienden zou eerder van een berijpt landschap willen spreken. "Kijk eens hoe subtiel hij dat berijpte effect geeft aan de takken van de bomen." Ook de zachte, bruingrijze tonale tinten bevallen haar, met op de voorgrond hier een daar wat kleur. En heel belangrijk: het schilderij nodigt uit om te blijven kijken, omdat je telkens weer wat nieuws ontdekt. Is het niet dat hondje op het ijs, dan wel de figuurtjes op de voorgrond die rond een soort bakplaat staan, misschien met koeken erop, dat is niet goed te zien. En dan ook nog een paar vogels in de lucht.

Het is duidelijk: de conservator is een beetje verliefd op dit schilderij. En toch hoort het hier eigenlijk helemaal niet te zijn, in dit museum met zijn klassieke moderne collectie, waarvan de kern bestaat uit de verzameling die het echtpaar William en Anna Singer bijeen bracht. Zij kochten werken van Franse schilders uit de omgeving van de School van Barbizon, Amerikaanse kunstenaarsvrienden en traditioneel, impressionistisch werkende Gooise kunstenaars. Ook verzamelden ze Nederlandse en Franse beeldhouwkunst en kunstnijverheid. Een belangrijk deel van deze kunstwerken schonk Anna Singer in 1956 aan Singer Laren.

Dat verklaart meteen waarom dit schilderij een vreemde eend is. Het is ook niet afkomstig uit de nalatenschap van de Singers of naderhand aangekocht. Het kwam in 1969 via het legaat van mevrouw De Muinck-Janssenius de Vries in Singer terecht, samen met nog vier zeventiende-eeuwse schilderijen, waaronder een Jan van Goyen, en het zestiende-eeuwse schilderij Hieronymus in een landschap van Herri met de Bles. Over deze kunstverzamelaarster is verder niet veel bekend, behalve dat ze dit winterlandschap van Van der Heck in 1963 al een keer had uitgeleend aan Singer Laren voor de expositie 'Modernen van toen'. Van Lienden: "Dat is haar waarschijnlijk zo goed bevallen, dat ze besloot het na haar dood te schenken aan dit museum."

Sindsdien heeft het winterlandschap alleen maar in het depot gehangen. Slechts één keer, in 1981, is het uitgeleend aan het Stedelijk Museum Alkmaar. Daar zou het ook beter passen, vindt Van Lienden, omdat Van der Heck zijn hele leven in Alkmaar heeft gewoond en gewerkt.

Er waren nog twee kunstschilders in deze familie, maar die signeerden hun werk ook met Claes Dirksz., omdat hij het meest succesvol was. Over de familie Van der Heck is verder niet veel bekend, maar daar komt mogelijk verandering in. Het Stedelijk Museum Alkmaar, dat meerdere schilderijen van Van der Heck in de collectie heeft, is bezig met een onderzoek naar de familie.

Het winterlandschap hangt tot december boven de schouw in de foyer. En wie weet zullen we het daarna nog wel eens zien. Van Lienden: "Toen ik het uit het depot haalde, viel me ineens op hoeveel winterlandschappen we hebben, onder meer van David Schulman, een Larense schilder, en van Anton Mauve, een Haagse Schoolschilder die ook naar Laren kwam om te schilderen en er tot zijn dood woonde. Ik realiseerde me dat ik daar zo een kleine expositie van zou kunnen maken. En daar zou ik dit schilderij ook beslist een plek geven, omdat het toch wel mooi aansluit bij de weliswaar moderne, maar in de kern traditionele kunst die de Singers verzamelden. Want ze hadden een vrij conservatieve smaak. Ook zou ik het een plek kunnen geven in een vierluik van de seizoenen."

"Als het moet, kun je altijd wel iets verzinnen om ook Fremdkörper in de collectie op te nemen in een expositie. Maar het blijft een vreemde eend, die toch beter zou passen in een andere vijver."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden