Te eigenwijs om te geloven

Hans Dulfer (Amsterdam, 1940) is tenorsaxofonist en columnist. Tot 1989 verkocht hij auto's. Daar na was hij voor een korte periode werkzaam als directeur van de Amster damse concertzaal Para diso. De laatste jaren maakt Dulfer cd's - een mix van jazz en techno-house - waarvan er vooral in Japan honderd duizenden werden ver kocht. Dulfer treedt, net als zijn dochter Candy, volgende week op tijdens de vijfentwintigste editie van het North Sea Jazz Festival in Den Haag.

door Arjan Visser

1.Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

,,Andere Goden? Ik heb helaas sterk de neiging om mezelf God te vinden. Vroeger dacht ik wel eens - ik durf het eigenlijk niet te zeggen - dat alles wat ik om mij heen kon zien, er voor mij was neergezet. En zodra ik een bepaalde kant opging, paste de omgeving zich aan mij aan. Ik was als kind al dwars, ik moest iedereen van mijn waarden en ideeën overtuigen. Zo dacht ik dat een paard het mannetje was en een koe het vrouwtje. Op een gegeven moment heeft iemand mij verteld dat het niet zo was. Maar ik heb het toch nog jarenlang volgehouden - omdat ik het nu eenmaal beter wist. Moet ik nu naar een psychiater? Moet je horen: ik ben gewoon te eigenwijs om in God te kunnen geloven. Ik ken wel momenten waarop ik... hoe moet ik dat zeggen zonder zweverig te klinken? Trance vind ik zo'n raar woord. Maar als ik muziek maak, denk ik helemaal nergens aan. Het is net als de Elfstedentocht schaatsen: je wordt doodmoe, het bloed zit in je hielen en nét als je denkt dat je erbij neer gaat vallen, ga je door. Dan schaats je op karakter verder. Zo hoor ik mezelf soms spelen en dan vind ik het fan-tas-tisch klinken. Pas als ik de opnames terughoor, vind ik het meestal vreselijk slecht. Verkeerd tempo, foute noten en een slechte timing. Afschuwelijk. Maar als ik sta te spelen, klopt het gewoon. En er zijn blijkbaar mensen die het - om welke reden dan ook - op dat moment nog met mij eens zijn ook.''

2.Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Hebben we het hier over afgoderij? Voor Chet Baker ging ik naar de apotheek, Dexter Gordon kwam bij ons thuis en mocht mijn drankvoorraad opmaken. En toen Ben Webster zestig werd, heb ik een feestje voor hem in Paradiso georganiseerd. Doordat ik die mensen van dichtbij meemaakte, verloren ze op een bepaalde manier hun grootheid. Ze bleven door hun kennis en inzicht op een voetstuk staan, maar het voetstuk nam in de loop der jaren wel een andere vorm aan. Ik heb al snel geleerd dat intelligentie net zo min iets met de hbs te maken heeft als beschaving met het lezen van een boek van Harry Mulisch of het eten van een chateaubriand met het juiste bestek. Zo kijk ik op tegen de caissière bij Albert Heijn die mij - de snelle vogel die even iets leuks tegen een jonge meid wilde zeggen - onlangs heel treffend verbaal de grond in trapte en moet lachen om hooggeplaatste politici die zich, in mijn bijzijn, ineens als knulletjes gaan gedragen. Heb je nog even? Dan zal ik je eens een mooi verhaal vertellen. Candy en ik werden een paar weken geleden uitgenodigd voor een 'regeringslunch' ter gelegenheid van het bezoek van de Japanse keizer. Het gezelschap bestond uit de leden van de Raad van State, politieke leiders, het voltallige kabinet, hoge types uit het bedrijfsleven en dan nog twee of drie figuren uit het culturele leven. We kwamen bij elkaar in de Trveszaal. Candy en ik waren duidelijk de buitenbeentjes en stonden daardoor ook in het middelpunt van de belangstelling. Ze kwamen allemaal op ons af. Jongetjes waren het. Stoer willen doen, je kent dat wel. Zo'n De Vries van binnenlandse zaken bijvoorbeeld, die om zich heen keek en zei: 'Wat een kutzaal is dit eigenlijk'. Afijn, Dijkstal komt binnen. Wij kennen elkaar een beetje. Hij had ons net aan iedereen voorgesteld toen er achter ons een grote deur openging en een lakei 'Komen!' - of iets dergelijks - riep. Ik denk nog: wat nou, komen? Maar Dijkstal wou populair doen en zei: 'Gaan jullie maar vast'. Dus ik stap die donkere zaal in omdat ik dacht dat we aan tafel gingen en daar stonden ze, op een rijtje, met dodelijk vermoeide gezichten: Kok, de keizer, de keizerin, Beatrix, Willem-Alexander, Margriet, Van Vollenhoven en nog wat van die mensen. Het was net alsof ik bij Madame Tussaud was binnengestapt. De lakei had inmiddels mijn kaartje gevonden en riep: 'Hans Dulfer! Saxofonist!' Ik gaf Kok een hand, ik gaf de keizer een hand, maakte een buiginkje voor de keizerin en kwam bij Beatrix uit die naar mij keek alsof ze water zag branden. Op dat moment werd de volgende gast aangekondigd: 'Candy Dulfer! Saxofonist!' Volgens mij bleef Beatrix er haast in. Dit ging zo volledig tegen het protocol in. Eerst de leden van de Raad van State, de ministers en al die andere hooggeplaatste figuren uit het bedrijfsleven en d n komen de afgevaardigden uit het culturele leven pas aan de beurt. Maar het was eigenlijk Dijkstals schuld.''

3.Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Als mensen in volstrekte oprechtheid zeggen dat zij zich persoonlijk beledigd voelen als ik vloek, zal ik dat zeker laten. Maar ik kom niet zoveel gelovige mensen tegen. Dat zal wel aan mijn vak liggen. Ik begrijp eerlijk gezegd niets van mensen die altijd iemand nodig hebben om alles voor hen te verklaren. Volgens mij heeft geloven vooral met gemakzucht te maken: als je te dom bent om het zelf op te lossen, kun je het altijd nog op God afschuiven.''

4.Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Dat maak ik zelf wel uit. Alle dagen lopen bij mij in elkaar over; ik kies niet één bepaalde dag om uit te rusten. En wat is dat eigenlijk: rust? Ik weet ook niet wat drukte is. Er zijn wel eens van die dagen waarop de telefoon aan één stuk door overgaat, er een bandlid opeens niet kan spelen en ga zo maar door. Dan is het misschien wel druk, maar ik ben er toch op voorbereid. Ik ben op alles voorbereid. Zo neem ik altijd een reservesaxofoon voor mezelf én een voor de andere saxofonist mee - je weet maar nooit. Ze zeggen wel eens dat ik niet kan delegeren. Dat is niet waar. Ik kan heel goed delegeren. Het probleem is alleen dat niemand doet wat ik zeg. Als ik iemand vraag om een stapeltje enveloppen te beplakken met postzegels van zestig cent is het eerste wat ik te horen krijg: 'Ja maar Hans, moet daar niet een postzegel van tachtig cent op?' Ja, dat weet ik ook wel! Maar een enveloppe met een postzegel van zestig cent wordt ook verstuurd. Begrijp je? Ik ken niemand die iets van mij wil overnemen, zonder te beginnen met: 'Ja maar Hans, zou je niet...'. Nou, dan doe ik het net zo lief zelf.''

5.Eer uw vader en uw moeder

,,Tja, daar heb ik, eerlijk gezegd, wel problemen mee. Hoe zeggen ze dat? Over de doden niets dan goeds. Maar mijn ouders hebben van hun leven eigenlijk één grote puinhoop gemaakt. Ik weet ook hoe dat komt. De Tweede Wereldoorlog is daar voornamelijk debet aan. Iedereen die de oorlog heeft meegemaakt, heeft er een tik van gekregen. Ook de mensen die zeggen dat het niet zo is. Mijn ouders wilden zich boven anderen verheffen; boven de narigheid uitstijgen. H£n kinderen moesten en zouden iets bereiken in de maatschappij. Je kunt niet zeggen dat ze zich niet om mij bekommerd hebben. Integendeel. Ze hebben juist altijd vreselijk hun best gedaan. Maar waarom? Opdat ik maar meer zou bereiken dan zij. Ik moest advocaat of dokter worden. Daar kwam natuurlijk helemaal niets van terecht. Ik had andere ideeën over mijn leven. We zaten niet op dezelfde golflengte. Zij vertelden mij niets en ik vroeg nergens naar. Ik zal je daar het meest vreemde voorbeeld van geven: ik rijd in mijn auto en luister met een half oor naar de radio. De VPRO zendt een programma uit over een Mata Hari-achtige verschijning die in de tijd van de wederopbouw op haar manier, via figuren zoals Beel en Lieftinck, de politiek sterk had beïnvloed. Ik luister - ze hebben het zelfs over een onopgeloste moord in Scheveningen - en opeens denk ik: verrek, dit gaat over tante Truus! Zij was natuurlijk geen tante, maar een vriendin van mijn moeder. Ik ken ook haar echte naam niet meer, maar ik weet nog wel hoe raar ik haar destijds vond. Vooruitstrevend, brutaal. Mijn moeder was ook een beetje zo. En ja hoor, niet veel later begreep ik uit het verhaal dat ook mijn moeder zijdelings bij dat soort affaires betrokken is geweest. Dat heeft ze haar hele leven voor mij geheimgehouden. Op het moment van die uitzending leefde mijn moeder nog, maar ik ben er nooit met haar over begonnen. Wat doet het er ook allemaal toe? Ik had weinig met hen en zij niets met mij. Vlak voor zijn dood zei mijn vader tegen mij: 'Jij bent geen echte Dulfer'. Wat hij daarmee heeft bedoeld, weet ik niet. Was ik zijn kind niet? Of bedoelde hij misschien dat ik niet was zoals alle andere Dulfers in de familie? Het interesseert mij niets. Ja, misschien klinkt het een beetje treurig, maar zoiets moet je kunnen relativeren. Er zijn andere mensen in mijn leven gekomen met wie ik wel een goede band heb gekregen. Mijn vrouw, mijn dochter. Ik heb nooit bewust gedacht dat ik het allemaal anders zou gaan doen, maar zo is het wel gelopen. Misschien is mijn uitgangspunt hetzelfde geweest: je moet iets zien te bereiken in dit leven. Maar mijn ouders wilden dat ik de wereld zou beheersen, terwijl ik vooral een plaats wilde bereiken waar ik mezelf kon zijn en kon doen en laten wat ik wou. Mijn ouders wilden, als eersten in de straat, een auto kopen. Dan zou iedereen zien hoe goed het met hen ging. Ze kochten dat ding en kregen vervolgens weer ruzie omdat ze hem eigenlijk niet konden betalen. Ik kreeg een auto door bij een autobedrijf te gaan werken. En ik had hem nodig omdat ik dan overal zelf naar toe kon rijden en van niemand meer afhankelijk zou zijn.''

6.Gij zult niet doodslaan

,,Als ik onkruid heb getrokken, loop ik ermee naar een stukje grond waar niet veel groeit en stop het daar weer in de grond. Als ik een mug zie, ben ik in staat om hem te vangen en hem buiten weer los te laten. Ik heb eigenlijk voor mensen nog het minste respect, maar dat wil niet zeggen dat ik ze dood zal slaan. Niet omdat het niet zou mogen, maar je schiet er zo weinig mee op.''

7.Gij zult niet echtbreken

,,Dit is een onzinnig gebod. Als de tijd daar rijp voor is moet je echtbreken, anders zit je een leven lang met elkaar opgescheept. Nee, ik doe het in principe niet, maar wat is echtbreken precies? Je wilt, geloof ik, iets van mij horen wat ik toch niet vertel. Maar ik zal toegeven dat het in mijn vak moeilijk kan zijn om trouw te blijven. Hoe denk je dat het voelt om tijdens een optreden door veertig mooie meisjes te worden aangekeken? Maar daar gaat het natuurlijk niet om. Om de band die ik met Inge heb te breken, moet er echt iets ernstigs gebeuren. Het zou ook de grootste ramp zijn die mij kan overkomen. Ik ben allang blij dat ik iemand ben tegengekomen die met mij weet om te gaan. Zo iemand vind ik geen tweede keer.''

8.Gij zult niet stelen

,,Ik ben gek op jazz, maar ik hou ook van house-techno. Dat is zo'n beetje de jazzmuziek van deze tijd omdat het dezelfde sociale functie heeft. Ik ben als één van de eersten die twee vormen in elkaar gaan kneden en met samples gaan werken. Ja, goed beschouwd is dat diefstal. Ik neem een stukje muziek van, bijvoorbeeld, Art Pepper en gebruik het voor mijn eigen sound. Maar Art Pepper, die toen, met zijn beweegredenen, fantastische muziek heeft gemaakt, past wat betreft de uitvoering niet meer zo in deze tijd. Je kunt zeggen: 'Ja Dul fer, maar het voegt iets toe aan jouw muziek. Dus dat is diefstal.' Dat is waar, maar ik voeg, met mijn mogelijkheden, ook iets aan de muziek toe. Ik wil mensen, zoals Lord Buckley, een comedian uit de jaren vijftig, aan de vergetelheid onttrekken. Iedereen die deze man op mijn cd's hoort, roept nu: wie is die fantastische rapper? Zo breng ik mensen op het spoor van vergeten legendes. Dat wil niet zeggen dat ik zo'n zendeling ben hoor - ik doe het ook voor mezelf - maar ik hou ervan om de revolutionaire waarden van musici uit het verleden te plaatsen in het heden. Bovendien heeft iedereen zijn samples. In de jaren vijftig kwamen de samples niet uit een apparaat maar uit overlevering tevoorschijn. In die zin is het samplen een fantastische uitvinding. Voor mijn cd 'Skin Deep' - ook al een gejatte titel - wilde ik een combinatie maken van een fikse housebeat met een originele sound ... la Jimmie Lunceford of Duke Ellington. Goed, vertel mij dan eens waar ik dat geluid vandaan moet halen? Moet ik tegen een Nederlandse muzikant zeggen: 'Ik wil dat je klinkt zoals Tex Beneke of Russell Procope'? Ze weten niet eens wie het zijn. Ze kennen de sound niet, ze kennen de opvatting niet. En als ik een Indiase begeleiding nodig heb, moet ik dan een jongen uit het conservatorium plukken die een jaar lang op een sitar heeft zitten krassen? Geef mij dan maar een sample.''

9.Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

,,Je zult het niet geloven, maar ik heb nooit gelogen over de auto's die ik indertijd verkocht. Sterker nog: ik was zelfs zo eerlijk dat mensen wantrouwig werden. Ik had een keer een leuk autootje van een rijschoolhouder ingeruild. Zag er helemaal niet verwaarloosd uit, maar had wel 300 000 kilometer gereden in plaats van de 30 000 die er op de teller stonden. Nog voor ik het in de gaten had, verkocht één van mijn verkopers die auto zonder te weten waar dat ding vandaan kwam. Toen ik daarachter kwam belde ik die klant op en zei: 'Het spijt me meneer, één van mijn mensen heeft onlangs een auto aan u verkocht zonder te vermelden dat hij van een rijschool afkomstig was. We hadden die auto niet aan u mogen verkopen. U mag een andere uit komen zoeken.' En wat denk je? Een dag later staan er twee rechercheurs van het bureau Mosplein op de stoep. 'Wie is hier meneer Dulfer?' 'Dat ben ik.' 'U probeert iemand zijn auto af te troggelen.' Ik heb er nog een halfuur voor nodig gehad om die gasten duidelijk te maken dat ik uit eerlijkheid had gehandeld. En niets anders.''

10.Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,Ha! Eindelijk een gebod waarop ik zonder veel omwegen kan antwoorden. Ik begeer niets wat van een ander is. Ik ben zelfs blij als iemand bezit verkrijgt waar hij plezier aan heeft. Ik ben ook ehh... ja, dit moet ik niet te hard zeggen, maar ik ben heel gul. Als ik ergens optreed, heb ik altijd cd's bij me. Sommige mensen reageren zo leuk op mijn muziek, dat ik hun na afloop een cd geef. Meestal komt er dan zo'n lul bij staan die vraagt: 'Mag ik er ook één?' Dan zeg ik: 'Absoluut niet'. 'En je geeft iedereen een cd!' 'Ja, en jij krijgt niks. Eikel'. Als ik merk dat het alleen maar uit hebberigheid is, dan stap ik op. In principe doe ik graag iets voor anderen. Ik doe zelfs liever iets voor een ander dan voor mezelf. Dit klinkt misschien wel tegenstrijdig, maar ik ben, in diepste wezen wel een mensenvriend. Ik krijg alleen steeds het deksel op mijn neus. Al heb ik in de loop der jaren bij mijn verschillende bezigheden behoorlijk wat mensenkennis opgedaan. Vervelende mensen pik ik er tegenwoordig zo uit. En ik zit gelukkig in een positie waarin ik niet meer hoef te slijmen tegen die vervelende mensen. Daar is het mij allemaal om te doen geweest. Dat ik in Japan een ster ben, is alleen maar als feitje van belang. Ik kan het zeggen. Hoe het werkelijk in elkaar zit, is niet eens belangrijk. Dat geldt ook voor de cd's die ik verkoop. Het is prachtig dat er honderdduizenden van verkocht zijn, maar vooral omdat ik daarmee in een positie ben gekomen waarin ik in een column die ik gratis voor een jazzblaadje schrijf, gemakkelijk mijn eigen platenmaatschappij eens flink de les kan lezen zonder angst voor represailles. Mijn drang naar onafhankelijkheid heeft mij heel wat opgeleverd, maar het is tegelijkertijd mijn makke geweest: ik wil dat alles gebeurt zoals ik het hebben wil. Ik kan moeilijk opgeven. Ik ben daarin wel eens te ver gegaan. Het is misschien een beetje laat, maar toch: dat wil ik nu wel toegeven.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden