Te bang om de zee aan te kijken

Waar een mens al niet bang voor kan zijn: voor boeken (bibiliofobie), voor blijdschap (cherofobie) of voor preken (homilofobie). Zulke fobieën laten ons doorgaans met rust, maar veel angsten van dichter bij huis gaan zelfs mee op vakantie. Een serie over de zomerangsten die u dit jaar weer om het hart zullen slaan. Aflevering 3: water.

'Gelukkig, we zitten weer boven land'', hoor je ze verzuchten vlak voor de landing in Barcelona, waar je vaak van boven zee aan komt vliegen. ,,Denkt u op land minder hard te pletter te slaan?'' Zo'n vraag stel je niet aan de medepassagier, die zojuist nog angstig in het diepe zat te kijken, doodsbenauwd voor die zee van water onder een zee van lucht.

In water huist een ongrijpbaar spook. Het heeft je iets gedaan, maar vaak weet de fobicus niet wat. Hier ligt dan ook een markt, ontdek je snel op internet. Met excuus aan de enkeling die er troost vindt, surf naar de baarlijke nonsens van www.alchemyinstitute.com/pastlives.html. Zoek de verklaring niet in een trauma uit uw jeugd maar ga terug naar uw verdrinking van toen, in een vorig leven, beveelt de site aan. Ze hebben professionele hulp in de aanbieding uiteraard.

In één ding hebben de fantasten gelijk, ook voor de angstigen zelf koestert de watervrees zijn geheimen. Op vakantie aan een van de costa's durven ze amper een teen in het water te steken, of ze vinden het al huiveringwekkend om de zee louter 'aan te kijken'. Maar op de persoonlijke geschiedenis achter die angst hebben ze geen vat. Is die er wel?

Hier lijkt een fobie zich aan de wet van psycholoog S.J. Rachman te onttrekken. Volgens hem leiden drie wegen naar blijvende angst: je raakt door een traumatische gebeurtenis hevig bevreesd, je ziet anderen in een benarde situatie door angst gegrepen, of je laat je achteraf vertellen dat je in ernstig gevaar verkeerde maar als door een wonder de dans bent ontsprongen.

De eerste begrijpen we. De tweede, zeg maar de nageaapte angst, is bij apen bestudeerd. Als jonge dieren hun oudere soortgenoten goed zagen schrikken van een slang, moesten ze er voortaan zelf ook niets meer van hebben, zelfs niet van een speelgoedslang. Voorbeeld van de derde variant is een loketbediende die na een roofoverval de schouders ophaalde, tot hij vernam wat voor agressieve bandiet hij tegenover zich had gehad. Hem overviel, met terugwerkende kracht, een hevige angst, die hem jarenlang parten speelde.

Watervrees past in geen van deze scenario's, betoogt de Australische psycholoog Ross Menzies in Phobias (ed. Graham Davey). Dikwijls gruwt een kind er al van nog voor het vijf jaar oud is. Geen douche of bad, en dus moeten de haren er vanwege de hygiëne maar af. ,,Als ze ouder worden, kunnen ze uren van tevoren smeken om niet te hoeven. Achterover leunend verdragen ze het water tegen hun hoofd nog enigszins, als ze het maar niet kunnen zien.''

Bij velen zegeviert het verstand tenslotte, maar bij sommige waterfobici raakt de rede met de jaren nog verder zoek. ,,Het begon met nachtmerries over een nieuwe vis in onze vissenkom, die groeide en groeide, door het glas heen brak en me aanviel. Later zat er zelfs geen vis meer in de kom, maar brak het ding spontaan in stukken en kieperde het water over me heen.'' Zo raak je de realiteit uit het oog: ,,Ik kan onmogelijk meer aan het strand zitten, ik voel het, de vloed komt plotseling.''

Voor waterfobie kun je bij ons in Australië, met al die steden aan de kust, goed terecht, weet Menzies uit de praktijk. Ongeveer één op de twintig kinderen huivert er enige tijd voor het water. Maar de divan wil daarbij niet helpen, er lijkt weinig of niets op te rakelen bij de psycholoog. Nog geen 2 procent van de ouders kan zich in het geval van hun kind een van de beangstigende scenario's van Rachman herinneren. Alleen dit: ,,Ik zou zweren dat hij al bang was vóór zijn eerste contact ermee.''

Oudere fobici wil ook geen voorval te binnen schieten. De schaarse onderzoeken wijzen allemaal dezelfde kant op: watervrees komt echt uit de lucht vallen, er gaat zelden een trauma aan vooraf. De angst is er ineens, uit het niets, en ze gaat weer. Behalve bij een enkeling, en dat verbaast de psycholoog. Zulke angsten doven uit door gewenning, maar sommige mensen kun je moeilijke 'gewenners' noemen.

Misschien moeten de ouders zich dat aantrekken, want volwassen waterfobici komen vaak uit gezinnen met een taboe voor de waterkant. Dat heet dan 'geen belangstelling voor watersporten', schrijft Menzies, zulke lui doen steevast een bosvakantie. Nu heeft niet iedereen een waterscooter, maar hun weerzin lijkt de ratio ver te zijn overstegen. Je kunt je afvragen of deze afkeer niet rechtstsreeks in de genen zetelt.

Zit watervrees dan in de familie? Als dat zo is, komt het van moederskant, lijkt een enkele studie uit te wijzen. Watervrezende vaders hebben niet vaker watervrezende kinderen, 'waterafstotende' moeders wel. Wat een wonder, relativeert de psycholoog, moeder gaat er nog altijd wat vaker met het kind op uit dan vader. Nee, die verklaring voor watervrees doet het net zo goed als de suggestie dat de angst dateert van onze dagen in de baarmoeder, waar we negen maanden lang kopje onder gingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden