Tbs-weigeraar heeft groot gelijk

Ik kan een cliënt in de huidige situatie niet met goed fatsoen in de oneindigheid van tbs laten verdwijnen.

Advocaten zouden het tbs-systeem ondermijnen door verdachten te adviseren niet mee te werken aan psychologisch of psychiatrisch onderzoek. Die beschuldiging uitte officier van justitie mr. Donker afgelopen dinsdag in het NOS-journaal. Advocaten moeten zich er volgens hem bewust van zijn dat de maatschappij er meer aan heeft als een vrijgekomen veroordeelde een behandeling heeft ondergaan, dan dat hij of zij alleen een gevangenisstraf heeft uitgezeten. De kans op herhaling bij die veroordeelden zou zo vele malen kleiner worden. Donker deed deze uitlatingen naar aanleiding van een onderzoek van het Pieter Baan Centrum (PBC) waaruit zou blijken dat steeds meer verdachten weigeren mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek.

Naar aanleiding van deze beschuldigingen ontstond er een ware mediahausse van advocaten die reageerden met termen als ’kletskoek’ en ’zotteklap’. ’Justitie moet zich niet met het werk van de advocaat bemoeien’, ’de advocaat is er om het belang van zijn cliënt te dienen’ en ’liever een gevangenisstraf dan de onberekenbaarheid van de tbs’. Zo verwierp menig advocaat de aantijgingen van Donker.

Duidelijk mag zijn dat officier van justitie Donker veel te ver gaat in zijn beschuldigingen. Hij versterkt bovendien de negatieve beeldvorming over advocaten, verdachten en tbs. Zo zijn er op internet de volgende reacties te lezen: ’De advocaten die deze criminelen adviseren moeten per direct geschorst worden in het kader van het landsbelang’ en ’wie tbs-onderzoek weigert moet standaard tbs krijgen’. Of deze: ’schaf tbs af en geef al die criminelen levenslang, dan zijn alle problemen opgelost’.

Deze reacties stemmen mij zorgelijk. In mijn ogen worden ze door Donker, wellicht onbedoeld, opgewekt door met zijn uitlatingen in de media een ongenuanceerd en incorrect beeld te schetsen van de advocatuur, de verdachte en de tbs. Hij lijkt daarbij het falen van justitie met betrekking tot de tbs compleet te zijn vergeten. Terwijl dat nu juist de belangrijkste reden is voor mijn advies aan mijn cliënt om psychiatrisch onderzoek te weigeren.

Ik noem het beeld dat Donker schetst ongenuanceerd, omdat anders dan hij suggereert, de rechter ook een verdachte die weigert mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek, de tbs-maatregel kan opleggen. Artikelen 37 en 37a van het Wetboek van Strafrecht voorzien uitdrukkelijk in die mogelijkheid. Bij een weigerende verdachte vereist de wet slechts dat de rechter vaststelt dat er sprake was van een geestelijke stoornis ten tijde van het gepleegde delict. Om dit vast te stellen kan de rechter gebruikmaken van de observaties door het Pieter Baan Centrum gedurende de zeven weken dat de verdachte daar is verbleven, van oude psychiatrische rapportages of reclasseringsrapportages en van het beeld dat hij vormt van de verdachte tijdens de zitting. Ook als de verdachte weigert mee te werken aan de psychiatrische rapportage, wordt zijn gedrag gedurende zijn verblijf in het PBC geobserveerd en gerapporteerd. In de praktijk komt het daarom regelmatig voor dat verdachten die weigeren mee te werken door de rechter toch tot de tbs-maatregel worden veroordeeld.

Ook noem ik het beeld dat Donker schetst incorrect, omdat de advocaat gebonden is aan de gedragsregels van zijn beroepsgroep. Artikel 5 van die gedragsregels bepaalt dat enkel en alleen het belang van de cliënt bepalend is voor de wijze waarop de advocaat zijn zaken dient te behandelen. Het maatschappelijk belang, zoals Donker suggereert, is dus in feite niet het eerste belang voor een advocaat. De advocaat dient zijn cliënt binnen de mogelijkheden van de wet zo volledig mogelijk voor te lichten en hem op de (mogelijke) consequenties van de uiteindelijk door de verdachte gekozen proceshouding te wijzen. Een advocaat die zijn cliënt adviseert mee te werken aan psychiatrische rapportage en hem daarmee onvolledig voorlicht, handelt zelfs tuchtrechtelijk verwijtbaar en riskeert daarmee een schorsing.

Donker lijkt het falen van justitie binnen de tbs compleet te zijn vergeten. Voor zijn herinnering noem ik het probleem van de wachtlijsten van veroordeelden die in de gevangenis wachten op een plek in een tbs-kliniek. Of het intrekken van alle verloven door justitie als reactie op een enkel incident, zoals dat met de tbs’er Wilhelm S., die tijdens een verlof ontsnapte aan zijn begeleider en op zijn vlucht een Amsterdammer doodsloeg. Ook hoor ik officieren van justitie steeds vaker roepen dat de tbs er is ter beveiliging van de samenleving en is men nog steeds aan het bakkeleien over de invoering van een knieslot. Behandeling is dus blijkbaar niet het belangrijkste. De gemiddelde behandelduur is in de afgelopen tien jaar gestegen van vijf naar acht jaar. Het aantal longstayers (onbehandelde tbs’ers) is gestegen van 21 in 2000 tot 243 in 2008 en bedraagt nu 9 procent van de totale tbs populatie. Klinieken lijken bang om tbs’ers los te laten uit angst voor incidenten.

Gezien de problemen lijkt het er niet op dat justitie er iets aan doet om de angst voor tbs die volgens Donker bij verdachten heerst weg te nemen. Integendeel, deze problemen zijn mede door justitie veroorzaakt en zorgen ervoor dat ik niet met goed fatsoen over mijn lippen kan krijgen dat mijn cliënt maar moet meewerken aan psychiatrisch onderzoek, om zo wellicht in de oneindigheid van de tbs te verdwijnen.

Om de problemen te bespreken was er half april in de Jaarbeurs Utrecht een platformdag, waarbij vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie, de rechterlijke macht, de advocatuur en tbs-klinieken aanwezig waren. Toen is afgesproken dat er voortaan overleg zou plaatsvinden tussen de diverse disciplines over het neerzetten van een reëel beeld van de tbs en de positieve aspecten ervan in de media.

Ik hoop dat de heer Donker en ik op een volgende bijeenkomst kunnen spreken over deze positieve aspecten en de aanpak van de problemen, zodat ik in de toekomst een duidelijke reden heb om mijn advies bij te stellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden