Taylor kreeg hulp van Nederlander

Ex-president Taylor van Liberia verdiende het kapitaal waarmee hij zijn oorlogen bekostigde door de tropische bossen te kappen. Een groot deel van de opbrengst kwam terecht in zijn eigen zak. Taylor werd daarbij geholpen door door een dubieuze Nederlandse zakenman: Guus van Kouwenhoven. Dat blijkt uit eigen onderzoek van Trouw in Liberia.

Van Kouwenhoven, in Liberia Mister Gus genaamd, was er nauw bij betrokken dat de houtkap vanaf 1999 een hoge vlucht nam. Voor die tijd zou hij het land, met hulp van Taylor, al hebben gebruikt als tussenstation voor zeeschepen die met hasj van Pakistan naar Europa voeren. Nederlands politie-onderzoek naar die zaak werd niet voortgezet.

,,Taylor en Mr. Gus waren nauw bevriend'', vertelt OTC's vroegere directiesecretaresse Tennah Mitchell. ,,Ze logeerden hier vaak op het complex en gingen dan samen volleyballen of vissen.''

Houtkapbedrijven hebben de afgelopen jaren in het West-Afrikaanse Liberia een flink deel van het tropisch regenwoud omgekapt. Slechts een fractie van de opbrengst kwam terecht in de staatskas. President Charles Taylor en zijn handlangers staken waarschijnlijk een groot deel in eigen zak. Trouw reisde afgelopen week over het front in Liberia om bewijzen te verzamelen.

,,Welkom'', luidt de begroeting op de poort die toegang geeft tot de Liberiaanse havenstad Buchanan. Maar de vlag die ernaast wappert, nodigt minder uit. Het vaalgroene doek is doorzeefd met kogels.

Buchanan was, totdat de opstandelingen de stad veroverden, een belangrijke schakel in Liberia's houtindustrie. Diverse bedrijven exporteerden hun stammen via de haven. En 's lands grootste houtbedrijf, de Oriental Timber Corporation (OTC), had zijn hoofdkwartier aan de rand van de stad.

Milieu-organisaties maakten zich de afgelopen jaren grote zorgen over de snelheid waarmee onder de onlangs afgetreden sterke man Charles Taylor het Liberiaanse regenwoud werd gekapt. Vooral het Chinese OTC, dat in 1999 naar Liberia kwam, was omstreden. Eén van de zakenmensen achter OTC's komst naar Liberia in 1999 was de Nederlander Guus van Kouwenhoven. Of Mister Gus, zoals hij in Liberia wordt genoemd.

Van Kouwenhoven is een zakenman met een dubieuze reputatie. Zijn naam dook midden jaren negentig op in een groot drugsonderzoek in Nederland. Van Kouwenhoven zou Liberia, met hulp van Taylor, hebben gebruikt als tussenstation voor zeeschepen met hasj die van Pakistan naar Europa voeren. De Nederlandse politie zette het onderzoek echter niet voort, waarschijnlijk omdat speurwerk in Liberia onmogelijk was. ,,Taylor en Mr. Gus waren nauw bevriend'', vertelt OTC's vroegere directiesecretaresse Tennah Mitchell. ,,Ze logeerden hier vaak op het complex en gingen dan samen volleyballen of vissen.''

Volgens een deskundigenrapport van de Verenigde Naties behoorde Van Kouwenhoven inderdaad tot de inner circle van de Liberiaanse president. De Nederlander zou Taylor, in weerwil van een wapenembargo, hebben voorzien van wapens. De VN zette Van Kouwenhoven daarom op een lijst van mensen voor wie een internationaal reisverbod gold.

Tot voor kort was het voor de VN en milieu-organisaties echter lastig om bewijzen te verzamelen over de rol van OTC en Van Kouwenhoven bij Taylor's regime. Het bedrijf genoot de volledige bescherming van Taylor en de haven en het hoofdkwartier werden streng bewaakt door OTC's eigen hardhandige militie. Maar eind juli veroverden rebellen de streek. Een plaatselijke commandant nam zijn intrek in de vroegere residentie van Taylor. En enkele van zijn jonge strijders maakten van de vroegere woning van Van Kouwenhoven hun onderkomen.

In de geplunderde kantoren van OTC blijken de managers van het bedrijf vlak voor vertrek op grote schaal documenten te hebben verbrand. De resten lagen verspreid op de grond in de kantoren en buiten in het lange gras.

In de documenten werd geen bewijs gevonden voor illegale wapenleveranties. Wel viel eruit op te maken dat de onderneming er een opmerkelijke cultuur op na hield. Zo noemden directeuren in correspondentie nooit de naam van de hoogste baas. In plaats daarvan gebruikten ze de codenaam 'Mr. AAA'.

,,OTC was een mysterieus bedrijf'', zegt directiesecretaresse Mitchell. ,,Niemand mocht weten wie de grootaandeelhouder was. Als de directeuren hem belden, moest iedereen de kamer uit.'' Ook blijkt dat Van Kouwenhoven, ondanks het reisverbod van de VN, nog gewoon de wereld rondvloog. Mitchell: ,,Mr. Gus reisde heel veel. Vaak naar Singapore, Maleisië, Indonesië, China.''

Verder doemt uit de stukken een beeld op van een omvangrijke belangenverstrengeling. Zo benoemde Charles Taylor zijn broer Bob tot bestuurder van de Forestry Development Authority (FDA), het Liberiaanse Staatsbosbeheer. De FDA moest concessie-aanvragen beoordelen en er op toezien dat bedrijven volgens de regels kapten. Maar Bob Taylor deed ondertussen, blijkt uit de documenten, op grote schaal in privé zaken met OTC. Het houtbedrijf importeerde voor miljoenen dollars aan cement voor hem. Betaalde Bob Taylor hiervoor? Dat is onhelder.

Duidelijk is wel dat ook andere vriendjes en familieleden van de president regelmatig ladingen cement ontvingen. Zo leverde OTC cement aan Taylors National Patriotic Party (NPP), aan NNP-voorzitter Cyril Allen, aan diverse ministers en andere machtige mensen, en zelfs aan first lady Jewel Taylor. ,,Graag verzoek ik u aan de brenger van dit briefje 3000 zakken cement te verstrekken van de 5000 die aan mij zijn toegewezen door de president'', schreef Taylors echtgenote Jewel bijvoorbeeld op 2 augustus 2001 aan OTC. Haar visitekaartje, gedrukt op chique geschept papier, is aan de brief gehecht. De kliek rond Taylor gebruikte voor de leveranties een bedrijfje dat 'Sham Inc.' werd genoemd, oftewel: 'Schijnvertoning BV'.

In hoeverre de belangenverstrengeling heeft geleid tot illegale kap, valt in de huidige oorlogsomstandigheden moeilijk te achterhalen. Maar milieu-activisten vrezen het ergste.

Volgens de lokale milieu-organisatie Save My Future Foundation (Samfu) hebben houtkapbedrijven de afgelopen jaren in Liberia op grote schaal smeergeld betaald aan Taylor en zijn beschermelingen om illegaal te kunnen kappen. ,,De corruptie was enorm'', vertelt directeur Jacob Hilton van Samfu in zijn kantoor in Monrovia. ,,Wij schatten dat hierdoor in een paar jaar ongeveer veertig procent van het regenwoud is verdwenen.''

Volgens Samfu kwam houtkap in Liberia op nadat de verkoop van diamanten de laatste jaren steeds lastiger werd voor Taylor en de zijnen, door het toenemende verzet in de wereld tegen zogenoemde 'bloeddiamanten' uit oorlogsgebieden. Taylor moest op zoek naar een andere inkomstenbron, om zijn beschermelingen te betalen en de oorlogen in Liberia en omringende landen te financieren.

,,Het hout nam de rol van de bloeddiamanten over'', zegt Hilton van Samfu. ,,De schepen die het hout ophaalden, brachten meteen ook wapens. Het was lastig om daarvan harde bewijzen te verzamelen: bij die ladingen zaten vaak geen documenten. Maar onze mensen in de havens hebben het uitladen met eigen ogen gezien. De transporten vielen op door de extra veiligheidsmaatregelen.''

Toen Taylor in 1997 aan de macht kwam, was Liberia's houtproduktie zo goed als verwaarloosbaar. Taylor en zijn handlangers voerden de produktie op tot maar liefst 934000 kubieke meter in 2000. Vooral de komst van het Chinese OTC in 1999 had een grote impact. De Aziaten kapten grootschaliger en effectiever dan de bestaande bedrijven.

De Liberiaanse staat ontving in 2000 een kleine 7 miljoen dollar uit de houtkap. Maar de pressiegroep Global Witness berekent op basis van marktprijzen dat het hout minstens 187 miljoen dollar moet hebben opgebracht, terwijl de kosten rond de 86 miljoen lagen. Dit betekent dat ongeveer 100 miljoen dollar winst werd gemaakt. Na aftrek van 7 miljoen voor de Liberiaanse staat resteerde dus 93 miljoen. Waar dit geld is gebleven, is een raadsel. Maar het is onwaarschijnlijk dat de houtbedrijven het volle bedrag hebben opgestreken.

Milieu-organisaties spraken de afgelopen jaren dan ook het vermoeden uit dat Taylor en de zijnen een flink deel van het geld in eigen zak hebben gestoken en er wapens van kochten. De organisaties oefenden daarom druk uit voor een embargo op hout uit Liberia. Ze kregen hun zin pas in mei j.l., toen een nieuwe rebellengroep de houtbedrijven in het zuidoosten begon te bedreigen. De Veiligheidsraad van de VN stelde per 7 juli een verbod in op houtimport uit Liberia. Inmiddels hangen in Buchanan op de hekken rond het villadorp van Mister Gus bordjes: 'OTC gesloten door VN-resolutie 1478 (2003)'.

Hoe moet het nu verder met de Liberiaanse houtindustrie? Een door de VN gesteund tribunaal in buurland Sierra Leone is inmiddels een speurtocht begonnen naar de geroofde miljoenen. Op hun verzoek blokkeerden de Zwitserse autoriteiten in juni enkele bankrekeningen.

Het probleem is dat met het Taylor's vertrek de corruptie in Liberia niet is verdwenen. Bovendien is het recente vredesakkoord wankel. Afgelopen week braken ten noorden en ten zuidoosten van Monrovia, richting Buchanan, al weer nieuwe gevechten uit.

Pogingen om mensen als Van Kouwenhoven, Bob Taylor en de managers van OTC afgelopen week te bereiken, liepen op niets uit. De meesten waren waarschijnlijk, voordat de gevechten de hoofdstad Monrovia bereikten, al uit Liberia gevlucht. In elk geval waren ze onvindbaar. En ook OTC-advocaten in Monrovia hadden, volgens een medewerker, de wijk genomen naar de Verenigde Staten.

Wie wel kon worden opgespoord was een financieel manager van de Forestry Development Authority. Met een satelliettelefoon in de hand, liet Abraham Mkromah glunderend het nieuwe huis zien dat hij de afgelopen drie jaar liet bouwen: twee badkamers, een computer, dure glanzende auto's op de binnenplaats. Mkromah vertelde zo'n 4000 Liberiaanse dollar (100 Amerikaanse dollar) per maand te verdienen. Hoe hij dan aan al die luxe kwam?

,,U suggereert dat ik corrupt ben'', reageerde Mkromah, met een zenuwtik aan beide zijden van zijn neus. ,,Dat kunt u niet bewijzen. Ik heb al deze spullen gekregen van vrienden en familieleden. Ja, ik heb inderdaad vrijgevige vrienden en familie.''

Het houtembargo tegen Liberia duurt nog ruim acht maanden. De VN-Veiligheidsraad beoordeelt komend voorjaar of de sancties moeten worden gehandhaafd. Milieu-organisaties lobbyen nu al voor verlenging. ,,Wij vinden dat het embargo moet voortduren totdat er een nieuwe, transparante verdeling van de concessies heeft plaatsgevonden'', zegt Hilton van Samfu. ,,Er moet bovendien eerst een echt, eerlijk toezicht komen op de houtkap. Anders is over een paar jaar al ons regenwoud verdwenen, zonder dat de lokale bevolking er iets aan heeft gehad.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden