Taxfree skiën in Andorra

Wintersport in Andorra: skiën en snowboarden is er net als in de Alpen, maar verder is het allemaal een beetje anders.

Een jaarlijks terugkerende discussie na de zomer: waar gaan we dit jaar heen op wintersport? 'We' zijn vier volwassen vrienden zonder geschikte auto om mee naar de Alpen te rijden. We hebben al eens een auto geleend, zijn een keer met de trein gegaan, maar meestal blijkt het vliegtuig de meest praktische en betaalbare optie.

En zo valt de keuze dit jaar op een onverwachte bestemming. Andorra, het dwergstaatje in de Pyreneeën, op de grens van Frankrijk en Spanje, blijkt voordelig aan te vliegen via Toulouse of Barcelona. Het skigebied ziet er met ruim 200 kilometer pistes veelbelovend uit, en dankzij de hoge ligging lijkt sneeuw gegarandeerd.

We vliegen naar Toulouse, op 150 kilometer van Pas de la Casa, waar we een budgethotel boeken: iets meer dan 300 euro de man voor een week logies, ontbijt, diner en materiaalhuur.

In de aanloop naar de vakantie zijn de berichten somber. Het is te warm in de Zuid-Europese bergen, sneeuw is er nog nauwelijks gevallen. Maar als wij in de trein zitten van Toulouse naar Andorra, begint het te sneeuwen. En hoe! De trein geeft er halverwege de rit de brui aan.

Op het station van Ax-les-Thermes staan bussen klaar. Met een van die bussen staan we vervolgens urenlang in de file, met dank aan de sneeuw en de drukte van het hoogseizoen. Uiteindelijk staan we in het donker op het station van het gehucht L'Hospitalet-près-l'Andorre te ijsberen in de sneeuw, twaalf kilometer van de grens met Andorra.

Gelukkig is een Andorrese taxichauffeur nog zo gek om ons op te halen, ook al probeert de politie verkeer van de witte bergwegen te houden. Een kwartier na ons telefoontje stappen we in de auto. En een minuut of tien later (de taxichauffeur ziet er geen been in de besneeuwde haarspeldbochten door te scheuren en ploeterende automobilisten in te halen - 'c'est mon boulot!') wuift een douanier ons door. Een echte douanier! In zo'n hokje midden op de weg! Europa, 2015! Hoe dan ook, om elf uur 's avonds, een uur of drie later dan gepland, bereiken wij ons hotel .

Ons budgethotel blijkt een soort veredelde jeugdherberg. De vier bedden passen precies in de kamer van ongeveer twaalf vierkante meter. We hebben een keurige eigen badkamer. Het ontbijt- en dinerbuffet zijn prima, al zijn de zitjes in het restaurant duidelijk bedoeld om de doorloop te stimuleren: comfortabel natafelen is er niet bij.

De volgende dag sneeuwt en stormt het nog steeds. De temperatuur ligt rond de min twintig. Op twee liften na is het skigebied gesloten. De pistes komen morgen wel, besluit ik. Tijd om Pas de la Casa te verkennen.

We zijn hier niet in Zwitserland of Oostenrijk, dat is snel duidelijk. Geen houten chalet te bekennen, enkel grote stenen panden aan een wat chaotisch stratenplan. Nog opvallender: elk tweede pand huisvest een enorme taxfreeshop. Sloffen sigaretten en gigantische flessen sterke drank worden tegen 'prix choc!' aangeboden. Nadere inspectie van enkele etalages laat zien dat ook zaken als messen, pepperspray en stroomstootwapens hier op een zekere populariteit kunnen rekenen. Míjn hart maakt een sprongetje als ik tonnen Haribo-snoep tegen een spotprijsje zie.

In de overige panden huist óf een restaurant óf een kledingzaak. Met een reisgenoot ga ik lunchen. Welke taal moeten we hier eigenlijk spreken, vragen we ons af. Catalaans is de officiële taal in dit vorstendom, maar wie spreekt dat nou? We besluiten de ober in het Spaans aan te spreken, maar al snel ontstaat het soort pan-Europese communicatie dat de rest van de week keer op keer de kop opsteekt: Spaans, Frans en Engels lopen hier bijna vloeiend in elkaar over. En verrassend genoeg pakt dat erg praktisch uit. Niet nadenken voor je spreekt, het komt allemaal wel over.

Bovendien zijn de Andorrezen een vriendelijk en behulpzaam volkje, ook dat maakt de omgang gemakkelijk. Ze hebben hier dan ook weinig reden tot klagen. De welvaart is hoog, de werkloosheid hangt rond de nul procent.

De volgende dag schijnt de zon, al staat er nog steeds een straffe wind en is de temperatuur nog diep onder het vriespunt. Geen probleem: daarvoor hebben wel al die thermokleding bij ons. De liften draaien, de pistes zijn keurig geprepareerd, het is de hoogste tijd om op onze ski's en snowboards te springen.

Het skigebied doet niet onder voor de betere resorts in de Alpen. Als we een beetje zijn opgewarmd op de pistes bij het dorp, zijn we klaar voor grotere uitdagingen. Keuze genoeg - van gemoedelijk blauw tot pittig zwart, het is er allemaal volop.

Op dagen dat we zin hebben om kilometers te maken, maken we lange tochten naar andere dorpen. Je bent er makkelijk de hele dag zoet mee. Snelle zes- en vierpersoons stoeltjesliften zetten je snel boven af en beperken de wachttijd, ook op de drukke punten.

Alleen de lunch is een aandachtspuntje. Er zijn weinig restaurants op de piste en de eettenten die er zijn, zijn bomvol en ingericht als een soort McDonald's. Bij het enkele à la carte restaurant moet je wachten op een tafeltje. Zelfs terug in Pas de la Casa is het rond lunchtijd vechten om een plekje. Wie eenmaal zit, krijgt een prima maaltijd voor een redelijke prijs.

Na een lange dag in de sneeuw lonkt ons dinerbuffet, maar tot die tijd storten we ons nog op de goedkope kledingwinkels, ook om onze benauwde hotelkamer te vermijden. De après-ski is hier bescheiden - er is een Catalaanse zaak met tapas, maar het is vooral druk in de twee Ierse pubs. De sfeer is gemoedelijk, het publiek is opvallend jong en er is tot laat in de avond livemuziek.

Overigens liggen wij dan meestal al lang, moe en voldaan, te kaarten, lezen of slapen in onze knusse hotelkamer. En mocht u het zich afvragen: ja, onze vriendschap heeft deze claustrofobische omstandigheden overleefd.

Het vorstendom

Het dwergstaatje in de Pyreneeën heeft een oppervlakte van pakweg twee keer de gemeente Amsterdam en is niet lid van de Europese Unie. De belangrijkste inkomsten komen uit toerisme en de status van belastingparadijs - vandaar ook alle taxfreewinkels. Sinds 1993 is het landje een parlementaire

democratie met, uniek, twee co-prinsen als staatshoofd. Hun functie is praktisch symbolisch. De ene co-prins is het staatshoofd van Frankrijk (op dit moment dus president Hollande), de ander is de bisschop van het nabijgelegen Spaanse stadje La Seu d'Urgell.

Er zijn pistes genoeg: van gemoedelijk blauw tot pittig zwart.

Naar Andorra

Andorra ligt met de auto op ongeveer 1300 kilometer van Utrecht. Wie liever vliegt, kan het best een ticket naar Toulouse of Barcelona kopen. Vanaf die luchthavens zijn er busverbindingen naar de skigebieden in Andorra (www.andorrabybus.com). Vanuit Barcelona is de bus ruim vier uur onderweg naar Pas de la Casa (euro82 voor een retourtje), vanuit Toulouse tweeënhalf uur (retour: euro52). Er rijdt ook een trein vanuit Toulouse naar L'Hospitalet-près-Andorre (euro24 per enkele reis), vanwaar het nog een kort bus- of taxiritje is naar Pas de la Casa.

De Pas de la Casa doet niet onder voor de betere resorts in de Alpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden