Tatoeage

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Ik rij door de kaarsrechte straten van een nieuwbouwwijk, op zoek naar het juiste adres. Naast een klimrek hurkt een langharige hond op een strookje gras. Zijn baas staat klaar met een zakje om alles op te ruimen. Verder zijn de straten nagenoeg leeg. Ik kan voor de deur parkeren.

Een kleerkast van een kerel doet open. Onder zijn strakke witte T-shirt bollen zijn gespierde armen en borst. Onder de korte mouwen zijn tatoeages te zien. Ik krijg een ferme handdruk en een zachte glimlach.

"49 jaar is echt te jong", zegt hij.

Zijn vrouw is gisteravond gestorven.

"Kutkanker."

Hij gaat me voor naar de woonkamer. Die zit bomvol.

"Ik heb iedereen gevraagd te komen, want ik ben zo in de war. Ik heb hulp nodig bij het nemen van beslissingen."

Hij stapt naar voren en zegt: "Hier is de uitvaartverzorger." Ik groet iedereen met een opgestoken hand.

"In een tijd van een half jaar weg", zegt de man tegen mij. "Agressieve vorm van kanker. Het was direct duidelijk dat het niet te herstellen was. We gaan niet bij de pakken neerzitten, zei ze de hele tijd."

Hij slikt.

"We hebben weekends doorgebracht in chique hotels, zijn naar de zon gevlogen. Het was allemaal heel dubbel om vrolijke dingen te doen en te weten dat het de laatste keer was."

Hij stelt me voor aan zijn kinderen. Een zoon en dochter van achter in de twintig. Op de grond zit een jongen van een jaar of vijf met een auto te spelen. Hij geeft het jochie een aai over zijn bol.

"Ik heb ook al vier kleinkinderen", zegt hij lachend.

"Pa, gaan jullie nou aan de eettafel zitten, dan blijft de rest hier", zegt zijn dochter. "Jullie kunnen alles bespreken en als je hulp nodig hebt, roep je een van ons."

Hij knikt gedwee.

Aan de andere kant van de woonkamer gaan we aan een ronde tafel zitten.

"Sinds mijn zeventiende waren we al samen. We moesten trouwen", zegt hij met een stoute glimlach op zijn gezicht.

"Ze moet gecremeerd worden", zegt hij. "Ze willen haar zelf opmaken. Nagels lakken, pruik opzetten, dat gaan zij doen." Hij wijst naar een groep vrouwen in de kamer.

"Oké, dan ga ik nu eerst alles opschrijven", zeg ik.

Ik pak de papieren uit mijn tas en begin met de personalia. Hij dicteert drie ouderwetse namen en zegt verontschuldigend: "Ze is vernoemd."

"Wanneer zijn jullie getrouwd?", vraag ik.

Hij kijkt mij vragend aan. "Tja, wanneer zijn we ook alweer precies getrouwd?"

Hij richt zich tot de anderen in de kamer: "Weten jullie wat onze trouwdag ook alweer was?"

"Nee", roepen er een aantal terug.

"Dat staat toch ergens?", zegt zijn dochter.

"O ja, dat is waar", zegt hij.

Hij doet zijn T-shirt omhoog en kijkt naar een tatoeage van een vrouw met lang weelderig haar op zijn borst, met een datum eronder.

"Zo hoef je niets te onthouden", zegt hij. "En zo zal ik ook nooit vergeten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden