Tatjana Simic | Er schuilt een klein dictatortje in mij

Tatjana Simic: 'Eens in de zoveel tijd kregen we een vlaggetje in ons hand geduwd en moesten we naar Tito zwaaien.' (FOTO MARK KOHN) Beeld
Tatjana Simic: 'Eens in de zoveel tijd kregen we een vlaggetje in ons hand geduwd en moesten we naar Tito zwaaien.' (FOTO MARK KOHN)

Tatjana Simic (Zagreb, 1963) verhuisde in 1979 met haar moeder en haar zusje naar Nederland. Ze werd model – poseerde vijftien keer voor Playboy – actrice en zangeres. Tatjana werd vooral bekend door haar rol in de televisieserie Flodder. De belevenissen van de asociale familie vormden ook de basis voor drie speelfilms.



I - Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

„Mijn oma, van moeders kant, was vijftig jaar lang Jehova’s getuige. Ik weet nog hoe ze ons er altijd van probeerde te overtuigen dat we in een betere wereld zouden leven – en uiteindelijk in de hemel zouden komen – als we maar in God wilden geloven. Ik heb weleens gedacht: Kom oma, hou nou eens een keer op met die verhalen. In die tijd, in het communistisch systeem van voormalig Joegoslavië, mócht je niet eens gelovig zijn, maar mijn oma hield vol. Tot haar laatste snik. Toen ze vlak voor haar dood – nu vier jaar geleden – zei: ’Ik had zo graag gezien dat één van jullie gelovig was geworden’ kon ik antwoorden: ’Ik geloof in God, oma’.

Het is negen jaar geleden gebeurd. Toen heb ik een – hoe zeggen jullie dat in het Nederlands? – een soort openbaring gehad. Zo begon het: ik had last van mijn gewrichten. Ik dacht dat het door het sporten kwam. Mijn fysiotherapeut zei: ’Lieve Tatjana, wist je dat je lichaam al de klappen – fysiek en psychisch – opslaat? En dat je dus verkrampt, als je daar niets mee doet?’ Ik wist ineens wat hij bedoelde. Het was waar: ik had al 37 jaar lang pijn gehad. En nu kon ik niet meer verder. Ik kon gewoon niet meer. Ik had in die tijd een relatie met een zeer gelovige man. Ik had al eerder met hem over vroeger gesproken. Over mijn vader, die een alcoholist was en mijn moeder, mijn zusje en mij sloeg met alles – een stok, een leren riem – wat hij maar in zijn handen kon krijgen. Ik heb altijd gezegd dat hij er niets aan kon doen; dat hij in wezen een erg lieve man was.

Mijn vriend begreep dat er meer aan de hand was, hij voelde dat ik me verzette. Tegen de pijn. Op een dag zaten we in de auto, ik wilde er niet over praten, maar hij pakte het contactsleuteltje en zei: Talk to me. Er ging een beerput open. Zoveel verdriet. Hij was zelf ook door zijn vader mishandeld en wist precies waar ik het over had. Het geloof had hem er bovenop geholpen en ik begon te begrijpen dat God hem op mijn pad had gestuurd om óók in het reine te kunnen komen met mijn verleden. Eerst werd de pijn erger. Op Goede Vrijdag bereikte ik de bodem van mijn verdriet. Ik zie mezelf nog langs de muur naar beneden zakkenlieve God, als u bestaat, help me hier dan doorheen! Na die dag ben ik, langzaam, omhoog geklommen. Nee, ik ben niet genezen. Het verleden laat me nooit met rust, maar het geloof in God heb ik behouden.

Mijn oma was blij. Toch nog ééntje die gelooft. Toen ze twee maanden later was overleden, lag de bijbel opengeslagen op haar borst. Die bijbel, het boek waar ze mij in mijn jeugd al uit had voorgelezen, heb ik meegenomen naar huis.”

II - Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

„Ja, ik was een soort seksbom. Ik heb in de Playboy gestaan, ik heb in ’Flodder’ mijn borsten laten zien. Maar dat was een beeld, meer niet. Het had niets met mijn ziel te maken. Je zag alleen een blond vrouwtje. De een vond haar mooi, de ander vond er weinig aan. Ik liet me niet verafgoden, ik wilde vooral duidelijk maken dat ik zelf besliste wat ik van mijn lichaam wilde laten zien. Vanaf mijn elfde mocht ik van mijn vader niet meer naar buiten om met de andere kinderen te spelen. Ook mijn zusje van dertien moest binnen blijven. Hij onderdrukte ons. Een tiran. Een monster. Ik heb hem dood gewenst, of in ieder geval gehoopt dat hij niet meer thuis zou komen om ons te slaan. Ik was zestien en een half toen mijn moeder een baan in Nederland kreeg en we hem met z’n drieën zijn ontvlucht. En ik wist één ding zeker: niemand zal mij mijn vrijheid meer afnemen. Ik doe wat ik wil.”

III - Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

„Laatst zag ik op het journaal dat Beyoncé in Dubrovnik was. Een van haar bodyguards gooide iets naar een Kroatische fotograaf, die vervolgens keihard begon te vloeken. Kroaten kunnen verschrikkelijk vloeken – daarbij vergeleken is het Nederlandse ijdel gebruik een grapje. Misschien doe ik het daarom weleens; het lijkt in deze taal niet echt. Toch wil ik er vanaf. En wat ik heb aangeleerd, kan ik ook weer afleren. Het is onbeleefd, respectloos, een uiting van onmacht – als je geen tekst meer hebt, ga je slaan of vloeken – en ik geloof ook dat het daar, boven, niet op prijs wordt gesteld.”

IV - Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

„Ik ben niet met de Bijbel grootgebracht. Ik kwam er pas heel laat achter dat je op zondag eigenlijk helemaal niet mag werken, dat je die dag moet gebruiken om God te eren. Ik doe dat ook, op mijn manier. Door te bidden en te danken. Nee, niet in een kerk. Wat ik geloof, is niet verbonden aan een plaats of aan andere mensen. Ik hoor nergens bij.

De zondag zou ook de dag moeten zijn waarop ik zélf wat tot rust kom maar helaas, ik ben nog altijd heel onrustig. Dodelijk vermoeiend. Ik lul je de oren van je kop. Mijn man wordt er weleens gek van. Ik blijf maar door ratelen! Nee, ik ben helemaal niet bang voor stilte. Ik vind het gewoon ongezellig als er niets wordt gezegd.”

V - Eer uw vader en uw moeder

„Op mijn achttiende heb ik mijn vader opgezocht. Een zielig hoopje mens. We wisten geen van beiden wat we moesten zeggen. Ik had natuurlijk met mijn vuist op tafel moeten slaan, ik had moeten zeggen: Pa, zeg dat je spijt hebt, zeg dat je van ons hebt gehouden Ik heb het niet gedaan. Een paar jaar later was hij dood. Het is de grootste fout in mijn leven: ik ben een uitsteller. Ik weet zeker dat ik dat gesprek nu wel had kunnen voeren, misschien had hij wel berouw getoond Toch heb ik er vrede mee. Weet je waarom? Een waarzegger heeft me verteld dat mijn vader ergens alleen, helemaal ineengedoken, in het donker zit. Hij heeft het zwaar, zei die man, heel zwaar. Dat geloof ik. Je verdient de hemel namelijk niet zomaar. Hij zal echt nog een paar levens moeten leven om van zijn fouten te leren. Ik geloof dat je net zo lang blijft terugkeren tot je de verlichting heb bereikt.

Ooit las ik een boekje van Deepak Chopra waarin hij schreef dat alles wat bestaat, altijd heeft bestaan en dat er ook nooit iets of iemand dood kan gaan. Een ziel, schreef hij, woont niet in je lichaam, maar ergens daar, boven ons. Als je koningin Beatrix op de televisie ziet, weet je toch ook wel dat ze niet in dat kastje zit? De tv is een communicatiemiddel. Ons lichaam is dat ook. Wij zitten hier, tegenover elkaar. Twee lichamen, twee hulsjes. En onze zielen maken contact. Ik vind het een fijne verklaring, aannemelijk. Natuurlijk zit Beethoven niet in je radio!

Mijn moeder is, als je die redenatie van de reïncarnatie volgt, al een heel eind. Ze is de mooiste vrouw die ik ken, van binnen en van buiten. Zo lief, zo goed voor alle mensen. Ik ben veel harder. Ik zou de terreur die zij heeft moeten doorstaan, nooit hebben kunnen verdragen. ’Het waren andere tijden’, zegt ze, ’ik kon geen kant op. Ik móest wel slikken.’ Ze is in Nederland gelukkig geworden. Soms denk ik weleens dat ik haar nog wat kleine, persoonlijke dingen zou willen vragen. Hoe heb je het volgehouden? Wat heb je gevoeld? Maar zo open zijn we niet altijd naar elkaar toe en ik wil haar in haar waarde laten. Ze hoeft haar hele verleden niet met mij te delen. En wat onze relatie betreft, weet ik zeker: we hebben alles gezegd. Er is niets blijven liggen.”

VI - Gij zult niet doodslaan

„Ik zal geen wesp, geen spinnetje, geen mug doodmaken. Wat moet ik met een mug? Gebakken muggenruggetje van maken? Ik geloof dat de mens van nature een vleeseter is. Om te overleven mag je een dier doden, niet omdat hij zo vervelend zoemt of omdat je er bang voor bent.

Natuurlijk mag je geen mensen doden – wie geeft jou het recht? – maar toch gebeurt het, iedere dag weer. Niemand is onschuldig. Als ik kijk naar de oorlog in mijn eigen land zie ik dat zowel de Serviërs als de Kroaten zich aan doodslag hebben schuldig gemaakt, maar wat me nog het meest verbaasde was dat Nederland jonge militairen naar het gebied stuurde. Zogenaamd om de orde te bewaken, maar ze zouden – uit angst – ook mensen hebben kunnen doden. Nu zitten ze in Afghanistan. Kinderen nog. In een onbekend land, met een onbekende cultuur. Ze weten niets over die mensen, niets over de mentaliteit. Wat hebben ze daar te zoeken? Volgens mij zijn ze er helemaal niet tegen opgewassen.

Weet je wat ik ook niet begrijp? Laatst waren er verkiezingen in Afghanistan. Voor één dag werden de wapens neergelegd. Daarna mocht er weer gemoord worden. Noem mij naïef, maar ik snap het echt niet. Als je de ene dag in staat bent om het leven van een ander te sparen, waarom lukt het je dan volgende dag niet meer?”

VII - Gij zult niet echtbreken

„Sommige mensen hebben maar één relatie, anderen hebben er tien. Ik ben nooit getrouwd, die stap dorst ik niet te zetten omdat ik altijd, van het begin af aan, wist dat het niet de mannen waren met wie ik zo’n verbintenis kon hebben. Het voelde tijdelijk, steeds opnieuw. Het waren fases waarin ik leerde en weer verder ging. Maar nu nee, echt, ik kan je ook vertellen waar ik het aan kan zien: ik ben voor het eerst bereid dingen op te geven. Ik woon al sinds 1987 op mezelf. Na een vervelende ervaring besloot ik dat niemand mij ooit nog van mijn troon zou stoten. Ik zou nooit meer degene zijn die met vuilniszakken vol kleren op straat zou komen te staan. Maar met Ronny vorig jaar heb ik toegegeven aan een innerlijke, persoonlijke overtuiging dat het goed is om met hem samen te gaan wonen, om mijn leven te veranderen. Ik ben er klaar voor. Ik ben niet bang meer.”

VIII - Gij zult niet stelen

„Het was de bedoeling dat we allemaal even veel hadden. Iedereen was gelijk en we leefden in vrede. Eens in de zoveel tijd kregen we een vlaggetje in ons hand geduwd en moesten we naar Tito zwaaien. Dat hadden de lui met de hoogste rang – die in grote huizen woonden en in dure auto’s reden – zo bepaald. Natuurlijk was er geen gelijkheid! De mens is een wild dier, hij wil meer, méér.

Ik heb als kind die afgunst niet gevoeld. Voor mij was Zagreb de mooiste stad ter wereld – ik had nog nooit een andere stad gezien. Ik hecht nog steeds niet aan spullen. Ik heb een T-shirt waarop staat: ’Love me, I’m rich’, en dat gaat dus niet over dingen. Tuurlijk, mooie spulletjes zijn leuk, maar daar gaat het niet om. En ik kan het zeggen, want ik weet hoe het is om al die luxe niet te hebben. Weet je wat me trouwens opvalt? Ik verlang steeds vaker terug naar mijn land. Ik mis de krekels, de geur van dennenbossen, de kleur van de zee. Ik ga er alleen heen om mijn batterijtje op te laden – ik zou er niet meer kunnen leven – maar ik blijf in hart en nieren een Kroatische vrouw.”

IX - Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

„Iedereen roddelt. Het is niet netjes, niet beleefd, maar toch Ik geloof wel dat ik verander: als ik er niet bij ben geweest, zal ik er ook niets over zeggen. Het is waar dat de wereld van de Bekende Nederlanders van roddel en achterklap aan elkaar hangt, daarom zie je mij daar ook nooit. Ik kom niet op die feestjes, ik heb geen vrienden in de artiestenwereld. Ik hoor nergens bij. Ik zit ook niet bij een managementbureau in een kaartenbakje waar je wordt uitgelicht als bijvoorbeeld Caroline Tensen een keer niet kan. Dat wil ik allemaal niet. Ik ben mijn eigen baas. Ik vind mezelf te belangrijk om ergens achter in een rij aan te moeten sluiten. Daar heb ik echt te hard – dag en nacht – voor gewerkt. Laat mij het maar lekker zelf doen. Misschien heeft het met mijn verleden te maken; er schuilt een klein KGB’ertje, een dictatortje in mij. Ik kan heel lief zijn hoor, maar ik weet precies wat ik wil en dat maakt je niet bij iedereen even populair.”

X - Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

„Hoe haal je het in je hoofd om een Kroatisch meisje, dat amper Nederlands spreekt, een hoofdrol in Flodder te geven? Het is een kwestie van de juiste tijd op de juiste plaats, de juiste uitstraling, hard werken, moeite doen, initiatief tonen, maar er komt ook zoiets als lotsbestemming bij kijken. Ik word geleid, een richting in gestuurd. Ik ben geen streber, maar wel gedreven. Niet jaloers, maar bewonderend. Ik wil dingen bereiken. Wat ik als achttienjarige voor ogen had? Ik hoopte dat ik, als ik zo oud zou zijn als ik nu ben, gerespecteerd zou worden om wie ik was en om wat ik had gedaan. Ik geloof dat dat is gelukt. Ik krijg via mijn Hyves-site ook nog steeds complimenten: wat zie je er mooi uit voor je leeftijd. Daar ben ik trots op.

Ik heb nog niets aan mezelf laten doen. Dat is tegenwoordig heel belangrijk om te zeggen; dat je nog niet gedingest bent. Murat, mijn kapper, zei vanochtend nog tegen me: ’Tatjana, je bent mooi zoals je bent’. Hij vertelde over al de strakgetrokken koppen die bij hem langskwamen; allemaal opgehitst door de ’sterren’. Ze geven het verkeerde voorbeeld. Kennelijk denken de ’gewone’ mensen nu dat je gelukkiger wordt als je botox gebruikt. Ik doe het niet. Je zult zien dat zo’n spuit bij mij helemaal verkeerd uitpakt en ik de rest van mijn leven met een scheef gezicht moet rondlopen. De straf van God. Ja, echt. Niet met zo’n donderwolk uit de hemel maar zo: dom schaap, je moest toch zo nodig anders zijn? Je was toch niet tevreden met wat je had?

Ik heb geleerd. Ik ben wijzer geworden. Bijvoorbeeld dat je altijd alles terugkrijgt. Je moet niet wraakzuchtig zijn, laat die wraak maar aan God over. Zo heb ik ook begrepen dat ik eerst mezelf moest vergeven om mijn vader te kunnen vergeven. Ik moet in de spiegel kijken en zeggen: It’s your shit, deal with it! Daarna kom je pas aan een ander toe.

En ik heb geleerd niet langer uit paniek dingen aan te pakken. Dat flopt gegarandeerd. Ik moet stilzitten. Als een schaap dat geschoren wordt. Niet verroeren. Weet je wel hoe moeilijk dat voor mij is? Mijn moeder zegt dat ik als baby al lag te flirten, dat ik na negen maanden begon te rennen – altijd haast – en dat ik toen ik geleerd had om te praten zo snel, zo veel wilde vertellen dat niemand me kon verstaan. Moeten, moeten, moeten, steeds maar alles moeten. Maar nu ga ik het rustig bekijken. Vanaf dit punt is nog alles blanco. Er is geen druk. Ik moet niets. Dat is Ronny’s invloed. Of eigenlijk is het God; hij heeft ons bij elkaar gebracht. Ik geloof niet dat je elkaar zomaar bij de parkeermeter vindt. Je krijgt wat je nodig hebt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden