Tasten technologie en communicatiemiddelen ons concentratievermogen aan?

Apps op een smartphone Beeld ANP

Coach Marco Borsato, in peptalk tegen deelnemers aan de talentenjacht 'The Voice of Holland': "Jullie moeten eerder opstaan. Ik zie jullie veel te laat online komen."

Een scholier in de actualiteitenrubriek 'EenVandaag': "We leven in een permanente chatsessie."

Twee terloopse uitspraken waaruit blijkt dat de beleving van aanwezigheid, aandacht en concentratie in rap tempo verandert. Justine Pardoen, hoofdredacteur van sociaal forum Ouders Online, beschrijft het fenomeen in een boek: 'Focus! Over sociale media als de grote afleider'. Volgens Pardoen kunnen sociale media (Facebook, Twitter, enzovoort) tieners zo afleiden dat hun schoolwerk eronder gaat lijden. Verbieden helpt volgens haar niet, maar een gesprek beginnen met de juiste vragen wél.

Dit probleem speelt niet alleen bij tieners. Als het inderdaad zo is dat ons concentratievermogen wordt aangetast door gadgets, games en netwerken, raakt dat dan niet de kern van al onze vermogens?

Prikkels
Liesbeth Noordegraaf-Eelens (1973) is een nieuwe speelster in het Filosofisch Elftal. Ze studeerde economie en filosofie en schreef een proefschrift over het taalgebruik van presidenten van centrale banken. Ze gaf les aan bestuurders en ambtenaren op de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur in Den Haag en doceert aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Noordegraaf, in reactie op de vraag: "Natuurlijk is het belangrijk dat je je af en toe kunt afsluiten voor alle prikkels die op je af komen. Als er echt gedacht moet worden, als je antwoorden zoekt die niet zomaar ergens te vinden zijn, heb je ononderbroken rust en tijd nodig.

"Die vorm van concentratie staat wel degelijk onder druk. Omdat informatieve en communicatieve berichten ons elk moment van de dag tegemoet komen. Als je daar zelf niets tegen doet, blijft er van je concentratievermogen weinig over. Ik merkte dat zelf de laatste tijd sterk. Ik kon niet meer zo lang lezen, er was altijd wel iets wat mijn aandacht vroeg. Daarom heb ik een disciplinaire maatregel genomen: ik beantwoord voor één uur 's middags geen mail. Dat helpt enorm. Het zorgt ervoor dat ik in elk geval 's ochtends ongestoord kan werken."

De tijd nemen om te denken
Bas Haring, filosoof en hoogleraar 'publiek begrip van de wetenschap' aan de Universiteit Leiden, heeft al lang geleden dit soort maatregelen genomen. Hij doet niet aan sociale media, beantwoordt weinig mails en neemt slechts zelden zijn mobiele telefoon op. Haring: "In eerste instantie zou ik ook zeggen: ons concentratievermogen, en daarmee onze denkkracht, gaat erop achteruit. Denken is voor mij: de tijd nemen. Ik ga daarvoor naar mijn schuur, of naar een kasteel. Dan zet ik dingen op een rijtje. Dat kan niet als er te veel communicatiemiddelen zijn. Zo bekeken laat de mens door de technologie zijn uitzonderlijkste vermogen aantasten: het denkvermogen.

"En toch is er ook een andere kant aan dit verhaal, die ik op z'n minst serieus wil nemen. Laatst was ik in debat over dit onderwerp, en toen zei technologie-optimist en gadget-fanaat Vincent Everts tegen mij: 'Wat jij denken noemt, dat is denken niet meer'. Het feit dat individuen grilliger bezig zijn, meer hapsnap, hoeft niet te betekenen dat er in totaliteit minder gedacht wordt. Misschien denk ik als individu minder, of minder kwalitatief, maar denken wij als collectief wel meer. Ik vind dat een boeiende suggestie.

"Ik zie wel heel wezenlijke veranderingen in manieren van denken. Neem the wisdom of the crowd, dat begrip is nog piepjong. Bij een demonstratie van dit fenomeen tijdens een TED-talk liet Lior Zoref een buffel het podium opkomen. Hij liet het publiek schatten hoeveel dat beest woog. Het gemiddelde van alle schattingen week minder dan twee kilo af van het werkelijke gewicht. Daar kan geen geconcentreerd denkertje tegenop."

Vragen stellen
Noordegraaf: "Het kan ook gaan om de wisselwerking tussen crowd en afgezonderde denker. Als ik een lezing heb gehouden, krijg ik soms na afloop hele goede vragen. Natuurlijk ben ik daar op voorbereid, maar er zijn altijd vragen bij die ik zelf nooit had verzonnen. Of mensen blijken ineens boos te worden. Voor mij is dat dan het meest wezenlijke deel van de lezing. De vragenstellers dwingen me om op een andere manier op mijn verhaal te reflecteren. Dat had ik in mijn eentje op mijn kamer nooit kunnen bereiken. Aan de andere kant was ik zonder de voorbereiding niet in staat geweest de vragen te beantwoorden. Maar die twee situaties vragen wel om een andere manier van denken en concentratie.

"Als ik zie hoe snel mijn studenten kunnen denken, verbanden kunnen leggen en hoe zij met technologische hulpmiddelen spelen, dan vind ik dat indrukwekkend. Dat zijn in deze tijd ook onontbeerlijke vaardigheden. Je kunt dus niet zeggen dat een verminderd concentratievermogen de kern aantast van al onze vermogens: andere vaardigheden worden belangrijker."

Haring: "We besteden van alles uit aan techniek. Ook zaken die we in eerste instantie misschien niet wíllen uitbesteden. Boeken zijn een uitbesteding van ons geheugen. En misschien worden computers wel een uitbesteding van ons geconcentreerde denken. Er is op dit moment onderzoek naar kleine applicaties voor op mobiele telefoons die ons helpen met lastige onderhandelingen. En misschien nog pregnanter: het vier-kleuren-probleem, een heel lastig en klassiek wiskundig probleem, is onlangs opgelost dankzij het gigantische concentratievermogen van een computerprogramma.

"In de kunstmatige intelligentie onderscheiden we twee vormen van informatie verwerken: serieel en parallel. Serieel, dat wil zeggen: achter elkaar, stapje voor stapje, logische redeneringen afwerken. Computers zijn daar goed in. Parallel wil zeggen: meerdere dingen tegelijkertijd, door elkaar. Afhankelijk van het probleem, ligt een bepaalde aanpak meer of minder voor de hand. Serieel denken blijft bijvoorbeeld achter bij het doen van een schatting, terwijl parallel denken bij schaken geheid tot verlies leidt. Het zou goed kunnen dat wij door technologische veranderingen iets minder serieel gaan denken, en iets meer parallel."

Rol verschuift
Noordegraaf: "Deze technologische veranderingen roepen nog een ander vraagstuk op. Met het wezenlijk veranderen van het denken, verandert ook onze verantwoordelijkheid. Jonge kinderen en ook mijn studenten, denken op een andere manier. Dat betekent dat de rol van ouders, opvoeders en docenten verschuift.

"Kinderen, leerlingen en studenten zijn vaak beter in het omgaan met technologie dan hun ouders en opvoeders: het leerproces gaat dan twee kanten op. Daarnaast wordt het denken deels overgenomen door technologisch ingebedde algoritmen. Hele financiële markten functioneren bijvoorbeeld computergestuurd, daar komt geen mens meer aan te pas. Dat roept de vraag op wie er nog de verantwoordelijkheid op zich kan nemen als er een crash komt. De techniek dwingt ons om niet alleen om het begrip 'concentratie' te herijken, maar ook om onze kijk op verantwoordelijkheid te herdefiniëren."

Grahame Lock verlaat het Filosofisch Elftal. Trouw bedankt hem voor zijn scherpe bijdragen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden