Tante Truus moet zich er ook in thuis voelen

De televisie is de spiegel van de samenleving, wordt wel eens gezegd. Maar wie bepalen eigenlijk het gezicht van Hilversum en Aalsmeer? Wie zijn deze smaakmakers achter de schermen? Deze week Mia Schlosser, van oorsprong Duits-Italiaanse, maar al vijfentwintig jaar als art-director in dienst van het NOB en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor programma's als de 'Sylvia Millecam Show', 'Zonder Ernst', 'Koken met Sterren', 'Ron's Jong Geluk Show', 'Now or Never' en 'Koffietijd'.

“Als art-director ben ik verantwoordelijk voor de hele aankleding van een programma. Van het decor en de achtergronden tot en met de meubels en de kopjes en schoteltjes die op tafel staan. Tegenwoordig beperk ik me tot het ontwerpen van het visuele concept. Het bij elkaar zoeken van de spullen en het daadwerkelijk inrichten van de sets laat ik aan mijn assistenten over. Als ik aan het ontwerp voor een nieuw programma begin, krijg ik meestal van de producent een soort opdracht mee. Het moet showy worden, zeggen ze dan, of iets moderns.”

“Bij 'Koffietijd' was de opdracht van John de Mol, de producent, dat het vooral 'gezelligheid' moest uitstralen. Een huiselijke sfeer. En dat het niet te mooi, niet te 'rijk' er uit mocht zien. De mensen moeten zichzelf erin kunnen herkennen. Tante Truus moet zich er ook in thuis voelen, noemt hij dat. Ik heb dat vertaald in een huiskamerachtige set met een keukenhoek, een serre met een zitje en een grote, ronde, houten tafel in het midden. Gedesigneerde gordijnen met een vrolijk motief van appeltjes en peertjes. Veel requisieten van natuurlijke materialen. Warme, zonnige kleuren, eigeel met groen. Het is tenslotte een ochtendprogramma. En op tafel, ja waarom niet, een grote taart.”

“Als je naar de set van 'Koffietijd' kijkt denk je misschien dat alles daar zomaar even is neer gezet. Dat is dus zeker niet het geval. De setdresser die dat elke keer weer moet inrichten weet precies waar alles moet staan. Over alles is nagedacht. Die gezellige, rommelige sfeer, daar is bewust voor gekozen. Het geeft een gevoel van behaaglijkheid.”

“Bij het ontwerpen van een nieuwe set denk ik altijd in shots. Ik begin met de plattegrond, dat is je basis. Vanuit dat vloerplan bedenk je hoe de mise-en-scene er uit zou kunnen zien. In feite denk je al een heel eind in de richting van de regie en het licht. Waar kan de camera staan en vanuit welke hoek komt het licht? Met dat alles moet ik in mijn ontwerp rekening houden. Dat is een kwestie van ervaring. Ik houd het meest van decors met diepte. Er moet altijd een verrassend hoekje of doorkijkje in zitten, waarmee je de illusie van ruimtelijkheid kunt wekken. Bij de set van het redactiekantoor van de 'Sylvia Millecam Show' is me dat goed gelukt. Vanuit het kantoor van de baas kijk je zo aan de ene kant de redactieruimte in en aan de andere kant regelrecht de gang in. Dat levert hele spannende shots op. De andere set, de huiskamer van Sylvia, vind ik zelf minder geslaagd. Daar draait het allemaal om de grote rode bank die in het midden van de kamer staat. Op zich een vondst, zo'n knalrode bank, ook echt een meubelstuk dat bij Sylvia past, een beetje brutaal. Maar de rest van de inrichting is daar niet aan aangepast. Er staan te veel frutsels in die zomaar een beetje bij elkaar zijn geraapt. Spullen die niet passen bij het type dat zij speelt in de serie, dominant maar toch ook kwetsbaar. In een decor moet je dat soort karaktertrekken terug kunnen vinden.”

“Zelf houd ik het meest van kastelen en grote oude patriciërshuizen. Maar ja, in welke serie komt dat tegenwoordig nog voor? Dat soort grote dramaseries worden niet veel meer gemaakt. Het is nu de tijd van de comedies en daarin gaat het meestal om de huiskamer van de gemiddelde Nederlander. Daar hebben producenten als Joop van den Ende en John de Mol een hele fijne neus voor. Die weten precies hoe zo'n programma er uit moet zien. Vroeger besprak ik mijn ontwerpen altijd met de regisseur. Tegenwoordig heeft de producent het laaste woord.”

“Vooral John de Mol heeft daarin heel duidelijk zijn eigen stijl ontwikkeld. John let altijd erg op details. Het is bekend dat hij zelfs bij de opnamen van een showprogramma de presentator nog wel eens van schoenen laat wisselen, omdat hij het niet eens is met de keuze. Toen ik met de eerste schetsen voor 'Koffietijd' bij hem kwam, vond hij het geheel wat kaal. Het moet wat huiselijker, zei hij steeds. 'Waarom kom je niet eens bij mij thuis kijken, dan snap je wat ik bedoel'. In die zin kun je inderdaad stellen dat producenten als De Mol en Van den Ende hun persoonlijke stempel op de programma's drukken.”

“Bij Van den Ende moet het altijd 'meer' zijn. Meer lichteffecten, meer toeters en bellen. John de Mol houdt van glitter en glamour. Als ontwerper houd je daar rekening mee. Voor de uitzending van de Miss Holland verkiezing, die door De Mol werd geproduceerd, maakte ik een decor in Miami-stijl. Grote palmbomen met goudgespoten bladeren, veel kleurvlakken in zalmroze, aquamarijn en tijgerprint, een doorkijkje naar buiten waar nog net het puntje van een zwembad was te zien en natuurlijk een grote showtrap met zo'n zwierige bocht. Zo'n trap ontwerpen is een kunst op zich. Hij moet zo gemaakt zijn dat je er zelfs op hoge hakken nog elegant vanaf kunt dalen.”

“Toen ik vijfentwintig jaar geleden bij de ontwerpafdeling van de NOS begon, waren we daar met een team van achtentwintig man. Nu zijn er nog maar acht over. Door de afslanking die in '89 bij het NOB plaatsvond, is er bij onze afdeling veel veranderd. Dat is ook te zien aan de manier waarop we werken. Niet dat het er minder goed of minder professioneel aan toe gaat. Maar er is voor alles gewoon minder geld en minder tijd. Vroeger had je voor het ontwerpen en bouwen van een set wel zes of zeven weken. Tegenwoordig worden de programma's aan de lopende band gemaakt. De producent wil zijn studio het liefst twee keer per dag met een ander programma vullen. Dat betekent dat je altijd onder een tijdsdruk werkt.”

“Ik heb wel meegemaakt dat ik op vrijdagavond gebeld werd door Joop van den Ende, of ik voor de maandag daarop maar even een ontwerp wilde maken voor een heel nieuw programma. Die maandag werd dat in de studio in elkaar getimmerd, op grote trailers naar Duitsland vervoerd, en daar de volgende dag in de studio weer opgebouwd. De Duitsers stonden perplex. Hoe is dat mogelijk, zeiden ze. Onderhand hebben wij in Nederland geleerd om op een hele goedkope, efficiënte en snelle manier te werken. Het is niet voor niets dat wij een van de grootste programmaproducenten van Europa zijn. Soms gaat dat ten koste van de mensen. Je moet met dit vak erg uitkijken dat je geen ontwerpmachine wordt.”

“Ik durf best te zeggen, dat ik een Italiaanse stijl van ontwerpen heb. Dat zit hem vooral in de details. Mijn ontwerpen zijn net iets geraffineerder, net iets meer gestyleerd. In Nederland heeft men al snel iets van: doe maar gewoon dat is goed genoeg. Ik houd ervan om de zaken net iets boven het gewone uit te tillen. Een 'gewone huiskamer' ziet er bij mij wel natuurgetrouw uit, maar heeft altijd iets extra's. Ik houd bijvoorbeeld enorm van die houten profiellijsten rondom deuren. Dat zijn van die dingen die voor mij een ontwerp 'af' maken. Als je een mooie vrouw door zo'n deur binnen ziet komen, dan vertelt dat een heel ander verhaal dan wanneer ze door een gewone huis-tuin-en-keuken deur binnenkomt. Ik weet dat die lijsten duur zijn, en dat het een heel werk is om die overal omheen te timmeren, maar als ik dat soort dingen niet meer zouden kunnen zou ik er meteen mee stoppen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden