Tango boven de poolcirkel

Het leven boven de poolcirkel is hard. Mensen wonen ver uit elkaar, moeten zichzelf zien te redden en vinden weinig afleiding. Trouw-correspondent Petra Sjouwerman en fotograaf Jeroen Toirkens treden in de voetsporen van ontdekkingsreiziger Willem Barentsz en brengen de koude, witte wereld in beeld.

Toen ik een tiener was, had ik een droom: ik wilde kluizenaar worden. Ergens helemaal alleen in een hutje wonen. Ik wist ook al waar: bij het Naardermeer. Daar kwam ik vaak omdat ik een pony had die daar bij een boer op het land stond. Ik vond het fantastisch om alleen door de natuur en de zompige weilanden te wandelen. Met kaplaarzen die bij elke stap een zuigend geluid maakten.

Ik stelde me een rijk leven voor met paardrijden, kijken naar vogels en reeën en lekker lui in de lucht staren, liggend op mijn rug. Maar ironisch genoeg verstoorde het Nederlandse natuurbeleid van begin jaren zeventig die droom. De weilanden rond het Naardermeer moesten verwilderen. Mijn pony mocht daar niet meer staan. Ik verkocht hem en vergat mijn droom.

Veel later leefde ik een jaar bij indianen in Noord-Canada en ik besefte toen pas hoe zwaar het is om alleen in de natuur te overleven. Houthakken, water halen, vuur maken, jagen en vissen kostten tijd en inspanning. Een oude indiaan vertelde me dat hij bij het houthakken een keer was uitgeschoten met de bijl en zijn voet had doorkliefd. Met die bloedende voet moest hij een hele dag door de sneeuw ploeteren om bij zijn broer te komen.

Ik had het kluizenaarsleven inmiddels uit mijn hoofd gezet, maar had wel een diepe fascinatie behouden voor stille gebieden en afgezonderde streken waar weinig mensen wonen.

Daarom aarzelde ik geen moment toen de Nederlandse fotograaf Jeroen Toirkens vroeg of ik mee wilde op een reis door de Barentsz-regio. Het uiterste noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en het Russische Kola-schiereiland. Hij wilde op zoek naar mensen die in afzondering leven in één van de dunst bevolkte gebieden van Europa. Een streek waar je kunt verdwalen en waar een kleine stommiteit een ongeluk of de dood kan betekenen. Dat merkte ik meteen aan het begin van onze reis, toen we in een klein motorbootje over het ijzige en onrustige zeewater dobberden, op weg naar een eilandengroep met elf inwoners voor de kust van het Noorse Bodo. Maar juist dat loerende, altijd aanwezige gevaar en de wetenschap dat je maar een paar minuten te leven hebt als je in het water valt, versterken het gevoel dat je leeft.

Jeroen en ik hadden al een keer eerder samengewerkt. In 2009 brachten we vijf weken door bij jagers en vissers in Oost-Groenland en werd ons kleine motorbootje een keer op een haar na geraakt door een walvis die naar de oppervlakte kwam om adem te halen. Opnieuw had ik groot respect voor mensen die kunnen overleven in barre omstandigheden en in een extreem klimaat.

Tijdens onze reis door de Barentsz-regio genoot ik volop van de stilte, de schone lucht, de oneindige berkenbossen en de onmetelijke taiga's. Een groot contrast met het drukke, altijd lawaaierige Nederland. Hier groeten tegenliggers elkaar met een handgebaar. Remmen hoeft alleen voor een paar overstekende rendieren.

Maar hoe mooi de natuur en de eenzaamheid ook zijn, toch valt me iets op tijdens deze reis. We zijn op zoek naar afzondering, maar ik beleef de leukste momenten samen met anderen. Met mensen die we onderweg tegenkomen. Een joviale bakker in Jokkmokk bijvoorbeeld, die op zijn veertiende zijn eerste beer schoot en ons laat proeven van zijn roze taartjes.

Collega Jeroen heeft kennelijk diezelfde gedachte. "Ik ben toch echt een mensenfotograaf", zegt hij als we aankomen bij een sportzaal in een klein Fins dorp, waar ineens honderden mensen verzameld zijn. Waar komen die vandaan in deze witte en geluidloze wereld?

Het blijkt dat ze naar de wekelijkse tangoles zijn gekomen. Als ik aan de kant van de sportzaal zit te kijken en in de pauzes praat met de cursisten, voel ik me intens blij. Het enthousiasme van de dansers werkt aanstekelijk, ook al schuurt de Finse tangomuziek in mijn oren, is de sportzaal verlicht met ongezellige TL-buizen en lijkt de stijve Finse versie van de tango niet bepaald op de sensuele Argentijnse dans. De cursisten zeggen het ook letterlijk: "Bij het dansen van de tango komen we tot leven."

De meeste mensen die we tegenkomen zijn geboren en getogen in het Hoge Noorden. Maar tot onze verrassing zijn er ook mensen hier naar toe gedeporteerd. Zo ontmoetten we een aantal drugs- en alcoholverslaafden in het Noorse plaatsje Bodo. Een plaatsje dat zo rijk is dat zelfs de trottoirs in het centrum ijs- en sneeuwvrij worden gehouden met speciale verwarmingsbuizen onder de straattegels. In Noorwegen is het officieel overheidsbeleid om drugsverslaafden die in de hoofdstad Oslo leven, terug te sturen naar hun geboortestreek. Uitgestoten en gestigmatiseerd komen zij terecht in uithoeken en gemeenten die geen passende verslavingszorg kunnen bieden. Zonder de hulp van vrijwilligers en anderen zouden zij niet overleven.

Hetzelfde geldt voor een Finse Sámi (inwoner van Lapland) die we ontmoeten. Hij houdt rendieren en leeft een groot deel van het jaar bij zijn kudde terwijl zijn vrouw met de kleine kinderen thuisblijft. Al is de gemeente waarin hij woont half zo groot als Nederland en wonen er maar zevenduizend mensen, hij vindt zelfs het nabijgelegen dorpje Inari te druk. Maar ook al leeft hij het liefst in afzondering, diep in het bos, toch heeft hij anderen nodig om de eindjes aan elkaar te knopen.

Hij verkoopt zijn rendierenvlees aan klanten in heel Noorwegen. Daarnaast neemt hij tegen betaling toeristen mee naar zijn kudde. Dat is een vreemd contrast: hoe afgezonderd hij ook woont, toch weten toeristen uit de hele wereld hem te vinden.

Hoe anders is het in het Russische deel van de Barentsz-regio, in het vissersdorpje Teriberka. Dit dorpje aan de Barentszzee was tot enkele jaren geleden militair gebied en afgesloten van de buitenwereld. Hier komen bijna nooit toeristen. Sterker nog, de vijf bejaarde buurvrouwen waarmee wij in een levendig gesprek raken, hebben nog nooit eerder buitenlanders ontmoet. Ze vinden het dan ook onbegrijpelijk dat wij geen Russisch spreken, vertaalt onze tolk.

En precies daar, waar ik het niet verwacht, word ik plotseling opnieuw overvallen door een gevoel van groot geluk.

Ik was in een slecht humeur, moe van het reizen, de intensieve samenwerking en de kleine ergernissen tussen twee hardwerkende collega's. Het dorp is armoedig, vervallen en troosteloos. Hoop op verandering is er niet, nu Gazprom het boren naar olie en gas in de Barentszzee heeft uitgesteld.

De zon schijnt lauw en de sneeuw is aan het smelten. De vrouwen vertellen dat de dokters, tandartsen en zelfs de politie het dorp hebben verlaten. Er is er een nijpend gebrek aan medicijnen. "Als je nu de ambulance belt, komt-ie morgen pas," vertellen ze. Hun kinderen vinden dat ze naar Moermansk moeten verhuizen. Toch willen deze buurvrouwen hier niet weg. Ze verkiezen de stilte, de paar auto's die het dorp telt, de koele zeelucht en de paddenstoelen die ze overal kunnen plukken. Maar vooral elkaar kunnen ze niet missen. Ik lach en giechel mee met deze bejaarde buurvrouwen alsof ik ze al jaren ken.

Opnieuw besef ik dat ik niet uit het juiste hout ben gesneden voor een kluizenaarsbestaan. Ik moet er niet aan denken om in dat houten hutje te wonen dat ik aan de horizon zie liggen. Je moet een spalk kunnen maken van berkenbast of een overlangs doorgesneden flesje cola, zoals we dat onderweg zagen in Finland. Of een stuk drijfhout claimen met een touw met een zware steen eraan, zoals we dat zagen in Noorwegen. Of koeien melken bij min twaalf, zoals we meemaakten in Zweden. Een maaltijd kunnen bereiden van ondermaatse visjes, zoals we proefden in Rusland.

Je moet sisu hebben, zoals de Finnen zeggen. Een woord dat moeilijk te vertalen is, omdat het een combinatie is van vastberadenheid, volharding en het vermogen helder te denken in moeilijke situaties. Hoe goed afzondering soms ook aanvoelt, hoe prachtig de wolken boven de stille Barentszzee drijven...It takes two to tango!

Willem Barentsz achterna
Scandinavië-correspondent Petra Sjouwerman en fotograaf Jeroen Toirkens maakten in april van dit jaar een reis door het noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en het Russische Kola-schiereiland. In het kader van het Nederland-Ruslandjaar gingen ze op zoek naar de verhalen van mensen die in afzondering leven in dit gebied dat twintig jaar geleden tot 'Barentsz-regio' werd gedoopt, naar een idee van de toenmalige Noorse minister van buitenlandse zaken Thorvald Stoltenberg, de vader van de latere premier Jens Stoltenberg. De Noor wilde de samenwerking tussen de vier landen in de regio verbeteren, met name op het gebied van cultuur, onderwijs, milieu en inheemse volkeren.

Bij hun reis lieten Trouw-correspondent Sjouwerman en fotograaf Toirkens zich inspireren door de reislust en moed van de zestiende-eeuwse Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Barentsz die deze regio in kaart heeft gebracht. Met het oude dagboek van een van Barentsz' bemanningsleden in hun bagage, volgden zij de poolcirkel van west naar oost, van Bodo in Noorwegen naar Moermansk in Rusland. Met omwegen en uitstapjes legden zij bijna drieduizend kilometer af per auto, boot, bus en sneeuwscooter.

Hun reis resulteerde in een fototentoonstelling die in het kader van het Nederland-Ruslandjaar in de herfst te zien was in Moskou. Hun boek 'Solitude - in the wake of Willem Barentsz' komt op 5 december uit bij uitgeverij Lannoo.

Trouw mag tien exemplaren van 'Solitude' verloten. Stuur een e-mail met uw naam- en adresgegevens naar events@trouw.nl. Winnaars ontvangen spoedig bericht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden