tandwielen, dat is voor mietjes

Een nieuwe racefiets kopen is niet eenvoudig. De ware wielrenner kan niet zonder snufjes. En dan heb je ook nog passende kleding nodig.

TEKST ONNO HAVERMANS

Een nieuwe lente, een nieuwe fiets. Na twee jaar oefenen op een tweedehandsje met kleine gebreken weet ik wat ik wil: een strak glimmend raceframe met van die dunne bandjes om snelheid te maken en de wind te trotseren.

De winkel van Cycleparts staat er vol mee. Ik zoek naar uitverkoopmodellen. Niks mis mee, alleen de kleuren zijn van vorig jaar, bevestigt de verkoper. Dat scheelt gauw tweehonderd euro op een fiets van vijftienhonderd.

Maar zo simpel is het natuurlijk ook weer niet. De verkoper wijst me op een prachtig witgespoten frame met kloeke kabels en frêle banden. Storck. Handgemaakte Duitse degelijkheid gecombineerd met technisch vernuft. Niet goedkoop, maar het beste wat er momenteel te krijgen is, prijst hij. Ik aarzel. Dan zijn er nog de diverse generaties Trek, het merk waarop Lance Armstrong zijn zeven Tour de Frances won. Ik ben geen fan van deze über-Amerikaan, maar anderzijds: mijn vrouw fietst met veel genoegen op haar Trek. Terwijl klanten met de achteloze loop van een kenner een nippel, schroef of beugel afrekenen - de echte coureur sleutelt natuurlijk zelf -, sta ik te dubben. En dan valt mijn oog op de Bianchi: Italiaans design om van de smullen, met zachte kleuren en buigende vormen. Ik smelt.

De koop is al bijna gesloten. We bespreken wat er zoal op moet, behalve banden en remkabels. Twee bidonhouders, een fietscomputer die veel meer aangeeft dan alleen de snelheid en de afgelegde kilometers, en pedalen met kliksysteem om mijn fietsschoentjes aan vast te hechten - wel even wennen in het begin, maar het trapt veel makkelijker als de haal omhoog ook vaart maakt.

Tenslotte het versnellingssysteem. Bij een Bianchi ligt het eveneens Italiaanse Campagnolo voor de hand. De rest van de wereld schakelt met Shimano uit Japan, al is ook het Amerikaanse Sram een goede optie.

Sram zit standaard op de fietsen van de kleine Nederlandse bouwer Van Nicholas, die fietsen maakt van titanium. Veel sterker dan het carbon dat tegenwoordig in zwang is, en net zo licht. Het oogt allemaal uiterst sober, maar wat een fiets, aldus de verkoper. Ik zwicht. Als een kind in een snoepwinkel weet ik niet wat te kiezen. En net zo makkelijk schakel ik van Italiaanse schoonheid naar Hollands vakmanschap.

Nog voordat de fiets is geleverd vraagt zwager Bart of ik wel een triple heb besteld. Een wat? Drie tandwielen, legt Bart uit. Een derde tandwiel vóór maakt de versnelling nog verfijnder, waardoor je op een steile helling wat gemakkelijker klimt. Want Nederland mag dan vlak zijn, een beetje fietser wil omhoog.

Gelukkig stelt fietsvriend Wim me gerust. Hij googlet het verschil tussen triple- en double derailleurs en wat blijkt: echte coureurs rijden met een dubbel blad voor en flink wat tandwielen achter. Zie je wel, de triple is voor mietjes.

De verkoper meet me een paar klikschoenen aan. Hagelwit zijn ze en ze zitten als gegoten, al loopt het wat onhandig met dat beugeltje onder de voorvoet, maar voor lopen zijn ze ook niet bedoeld. Hij vraagt of ik nog kleding nodig heb. Shirtjes met een ritsje voor en handige zakjes aan de achterkant, waar repen en koekjes inpassen voor onderweg, en een telefoon, mocht je toch ergens met pech komen te staan. Broekjes met korte of wat langere pijpen, een veter om aan te snoeren of bretelachtige schouderbandjes, maar in elk geval met een zeemleren kruis- en kontstuk tegen zadelpijn. Helmen. Sokjes zonder pijpen. Wind- en regenjacks, opvouwbaar zodat ze in een piepklein zadeltasje passen. Ademende fleecejasjes, losse arm- en beenstukken en slofachtige overschoenen tegen de voorjaarskou...

Maar voor een nieuw shirtje hoef ik echt niet naar de speciaalzaak. Vriend Jan reikt me een vuistdikke catalogus aan van Rose, postorderbedrijf in fietsbenodigdheden. Frames, wielen, derailleurs, naven, voorvorken, remkabels, handgrepen, tandwielen, binnen- en buitenbanden, zadels, voor- en achtertassen, beschermhoezen, kleding, helmen, pompjes, chronometers, hier staat werkelijk alles in. Het kost nog een paar honderd euro, maar dan ben ik ook helemaal klaar voor het wielerseizoen.

Nu nog zien dat ik m'n vrouw bijblijf.

Gebruik je kop, helm op!
Ruim vierduizend wielrenners melden zich jaarlijks bij de eerste hulp. Een op de zes heeft hoofdletsel. Reden voor Veiligheid.nl (voorheen Consument en Veiligheid) en de wielerbond KNWU om de campagne 'Gebruik je kop, helm op!' nieuw leven in te blazen. Dat gebeurde deze week tijdens de Hel van Twente, een koers over 60, 100 of 160 kilometer. Volgens Veiligheid.nl dragen twee van de drie wielrenners een helm als ze alleen fietsen en vier op de vijf tijdens groepsritten. Bij mountainbikers ligt het percentage een fractie hoger. In beide groepen is het aantal helmdragers al flink toegenomen na een eerdere campagne. De nieuwe actie wordt gesteund door Le Champion, Shimano, ANWB en de Rabobank.

Sponsorshirt
Wie fietst gaat zweten. Een katoenen shirt houdt het vocht vast, waardoor je afkoelt. Die kou slaat op je spieren. Wielershirts zijn gemaakt van kunststofvezels, die weinig vocht vasthouden. Wel prijzig (tussen 50 en 80 euro), maar het loont. Vaak rijden amateurs rond in shirts van bekende wielerploegen, waarop uitbundig reclame is aangebracht. Zij worden niet gesponsord, net zo min als voetbalsupporters die trots het shirt van hun club dragen.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden