Tamme en trage graffiti-dans van Blok & Steel mist kleur en kracht

LEIDEN - Voordat graffiti in godsgruwelijke kladzucht ontaardde werd het in de New Yorkse artscene als kunst aanvaard en geprezen vanwege de spontane, rauwe en kleurrijke durf waarmee zwervende jongeren de agressie, versplintering, onleefbaarheid van hun omgeving met spuitbussen te lijf gingen.

EVA VAN SCHAIK

Eén der groten van de graffiti was Jean Michel Basquiat (1960-1988), die zijn publieke expressiedrang met SAMO ondertekende. Op zijn korte leven en grotendeels reeds verdwenen werk in de New Yorkse ondergrondse baseerden Suzy Blok en Christopher Steel hun nieuwste productie. Afgelopen maand werd ons land met hun 'Samo' op de expo in Lissabon vertegenwoordigd. Donderdag vond in het Leidse Laktheater de Nederlandse première plaats.

Voordat het dansduo met collega's Inge Buyls, Gabi Uets, John Taylor, Shila Anaraki aan de slag ging, werd aan Louis Andriessen, Angelo Verploegen en Nico van der Drift gevraagd om vanuit hun visie op Basquiat het klankpalet te verzorgen. Zoals te verwachten leverde dat drie heel verschillende transposities op. Andriessen voorzag de in het New Yorkse verkeer dolende geest van Basquiat van ijle klanken: op de piano aangeslagen toetsen zwellen aan tot sereen strijkgeweld; Verploegen leefde zich uit in Basquiats liefde voor jazzimprovisaties en swing en Van der Drift perste vooral zijn woede in hamerende house en hip hop. Kortom, voor de zes dansers zijn er muzikale aanknopingspunten genoeg voor Basquiats woeste fantasie en dadendrang.

Wurmend over de witte vloer komen zij als geknevelde parachutisten uit de nog maagdelijk witte schotten te voorschijn. In slow motion rollen zij over hun schouderbladen en billen, zich nu eens machteloos op hun bokshandschoenen verheffend, dan weer met keurig gestrekte voeten en wreven in witte sokjes de lucht aftastend. Wie goed kijkt ziet de gewitte graffitiresten al door de schotten en de vloer schemeren. Van een nieuwe veeg zal het pas komen als zij hun weigering om voor het leven bang te zijn erkend hebben.

Dan barst de inspiratie los, in een dolle verkleedpartij met gevederde tooien, duivelskappen, kronen, maskers, raffiarokjes en kimono's. Sjouwend met zwarte botten in alle maten wordt de inboedel van het Natural History Museum tot leven gewekt. In groen, roze en geel licht vormen Gaby Uetz en Shila Anaraki, verpakt in vrolijk gekleurde jaren zestig bodystockings, een kleverig krioelend paar. Als John Taylor zijn gezicht en kleding als een totem beschildert is het nog maar een kleine stap om ook het taboe van de kille stadsomgeving neer te halen. De nachtbrakers zwaaien met hun lampen en verven gehaast de muren vol: ogen, handen, wortels, kronen, kreten. Er is geen bal aan en het lijkt mij 'Samo' weinig recht te doen. Aangrijpender is Steels plotse opkomst, keurig in pak met stropdas maar met een angstaanjagend primitief masker. Houterig en schokkend voegen de andere gemaskerden in burgerpak zich bij hem, terwijl fluorescerend licht de graffiti onder de witte grondverf doet oplichten. Een alles ontsporend magisch primitivisme leidt hun dodendans, totdat een harde dreun een ijzingwekkende stilte en leegte inluidt. Een voor een komen de zes terug, ditmaal met cult-figuren als Mad, Popeye, Batman, Mickey Mouse op hun T-shirt. Steel ontpopt zich als een woord-terrorist, in een machinegun-monoloog die hij op zijn ontredderde, bijna spastische omgeving afschiet. Zijn inspiratie bestaat uit blood, sweat and tears en wordt gedreven door woede. Ter hip hop-finale verandert het toneel in een boksarena voor zes slo-mo housers. Alle doorleefde baldadigheid en overwonnen angsten ten spijt, ze eindigen waar ze begonnen. Als van het kruis gehaalde breakdancers, overgeleverd aan de geesten die hen achtervolgden.

'Samo' maakte weinig indruk op me, vooral door de bloed- en kleurloosheid van de dans en het gebrek aan onderscheid in dynamiek tussen de drie muzikale toonzettingen. Heel bewust namen Blok en Steel van hun gestunt met waaghals-acrobatiek afstand, maar de timing die zij nu hanteren is wel erg traag en tam. Origineel groepswerk op de vloer biedt 'Samo' niet en alleen Steel weet een eigen stempel op de show te zetten. Hoe behartenswaardig graffiti-kunst als taboe aankaartend primitivisme mag zijn geweest, en hoezeer dansnomaden en graffitisten ook overeenstemmen, het ontbreekt 'Samo' aan voldoende verve.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden