Review

Tamar ging echt door het lint

Jezus als in het nauw gedreven verzetsman die voor de duvel niet bang was, maar nu, op de Olijfberg, vertwijfeld uitroept: 'Mijn God, doodsbenauwd ben ik. Zelfs ik. Ik ben bang dat ze me te pakken krijgen en kapotmaken. (...) Waarom houdt dat nooit op, wat is er aan electrische stoelen, vuurpelotons, guillotines, galgen en het kruis? Mijn God, moet ik eraan geloven dat ik mij om Gods naam laat vermoorden? Ik durf dat niet aan, ik kan dat niet aan, laat mij dit overslaan.'

En dan Kaïn, als een uit vuilnisbakken etende zwerver die zijn broer vermoord heeft: 'Daarom zwerf ik maar rond met onrust in mijn donder en gekrijs in mijn kop.' De barmhartige Samaritaan als Palestijn die zo'n 'vuile kolonist uit de joodse nederzetting hier verderop' toch maar het leven redt, want 'Wie je ook bent, je bent een mens'. En eéé van de vijf dwaze maagden als opgetut pubermeisje in de Kuip, wier aansteker bij het liedje 'Are you ready for love' van René Froger leeg is als het stadion uit z'n dak gaat en iedereen gaat zwaaien met zijn aansteker.

De drieëndertig bijbelse monologen uit het zojuist verschenen 'Als er een God is' van Karel Eykman geven een verrassend zicht op bijbelse personages: uitdagend, provocerend, actueel, soms prikkelend in hun onmogelijkheid. Een aantal blijft gesitueerd in de bijbelse context, zoals Abraham, Jakob en Juda. Andere worden geheel naar onze tijd getransponeerd, zoals de barmhartige vijand, het dwaze meisje, de verloren zoon en Bartimeüs met blindengeleidehond. En dan zijn er - misschien wel de mooiste - waarin verleden en heden geruisloos samenvallen, zoals het openingslied van Eva, de monologen van Kaïn als zwerver en van Jezus als verzetsman.

Het is Karel Eykman erom begonnen deze personages een voor deze tijd herkenbaar gezicht te geven. En dat doet hij grondig, met net als in 'Woord voor woord' (1976, 10de druk september a.s.) een flinke scheut fantasie, en een taalgebruik dat soms zo van de straat komt: 'Ik ging echt door het lint' (Tamar), 'Hoe krijg je het uit je strot' (Mozes), 'Tuig van de richel' (Jona). Hij heeft ze alle een twintigste-eeuws bewustzijn meegegeven, ook als dat een komisch anachronisme oplevert, zoals in de brief van Priscilla aan Paulus, waarin ze hem met een voor haar tijd onmogelijk feministisch bewustzijn op zijn nummer zet: 'Lieve Paul, (...) Dan schrijf je bijvoorbeeld dat mannen geen lang haar mogen dragen en vrouwen geen kort haar! Dat maken we toevallig zelf wel uit. Of nog erger: je schrijft dat 'de vrouw moet zwijgen in de gemeente'. Toen ik dat voorlas keek Aquila me plagerig aan met een gezicht van nou-hoor-je-het-eens-van-een-ander. 'Trek het je niet aan', zei hij. 'Zo zit die man nu eenmaal in elkaar.' (...) Je moet niet vergeten dat je brieven hier gelezen worden alsof ze in de bijbel zelf staan. Ze zijn in staat om op één zo'n zin hele theorieën te bouwen over de Vrouw in het Ambt en zo.'

Hoewel de uit patriarchale tijden stammende bijbel veel meer verhalen over mannen dan over vrouwen bevat, herstelt Eykman dat evenwicht: tegen achttien monologen van mannen brengt hij er veertien van vrouwen (en één van een dier: de ezel waarop Jezus Jeruzalem binnenrijdt). Soms moet Eykman daar wel het trucje voor toepassen van een vrouw die aan of over een man schrijft: De heks van Endor over Saul, Izebel over Elia, Priscilla aan Paulus. Maar al met al is het hem gelukt om met 'Als er een God is' een unieke, indrukwekkende bundel monologen te schrijven waarin hij personages van toen op een allesbehalve zachtzinnige manier confronteert met twijfels en vragen van nu. En met haar sterke, gevoelige pentekeningen overtreft Ceseli Josephus Jitta al haar vorig tekenwerk voor kinderboeken.

Moderne kleuterbijbel

Terwijl je 'Als er een God is' geen kinderbijbel, zelfs geen puberbijbel kunt noemen, is 'Om te beginnen' van Bara van Pelt en Anja de Fluiter nadrukkelijk een kleuterbijbel voor vier- tot zevenjarigen. Vergeleken met het 'Lees-, praat- en doeboek voor kleuters' (1985) van Tinie de Vries, waarop het gebaseerd is, is het een totaal nieuw boek. Het sociale-akademiekarakter daarvan is gelukkig verdwenen, zoals het begin van elk verhaal met zinnetjes als 'Ben je wel eens jaloers geweest?' of 'Heb je wel eens in een tent geslapen?'. Waarbij dan in een ander kolommetje stond dat zo'n gesprekje met wijsheid gevoerd diende te worden. Dat moge zo zijn, het is een ander vak: pedagogiek, didactiek.

De nieuwe verhalen zijn pittiger, speelser en concreter, meer geschreven vanuit het kind en minder vanuit de volwassene-op-zijn-hurken, meer vanuit een doorgaande verhaallijn. De didactische vermaningen aan opvoeders zijn geschrapt, en de amateuristische, sjabloonachtige illustraties zijn vervangen door frisse, originele, sprekende prenten van het opkomende Vlaamse talent Erika Cotteleer (25).

Toch had het oorspronkelijke boek van Tinie de Vries ook zijn verdiensten: het was de eerste kleuterbijbel die van het moderne bijbelonderzoek uitging, en die het jodendom beschouwde als gelijkwaardige basis van het christendom. Dit uitte zich vooral in de breedvoerige toelichtingen voor opvoeders bij elk verhaal. Voor het Nieuwe Testament werd uitgegaan van Marcus omdat hij waarschijnlijk de eerste evangelieschrijver was. Het geboorteverhaal van Jezus, dat immers alleen door Lucas en Mattheüs is beschreven, verdween zo naar het staartje van het boek.

Het nieuwe boek neemt de uitgangspunten van Tinie de Vries over, maar hanteert ze minder expliciet, meer als algemeen geaccepteerd gedachtegoed. Zo zijn de toelichtingen in het nieuwe boek summierder, en wordt Jezus gewoon aan het begin van het Nieuwe Testament geboren. 'Om te beginnen' is nog altijd een educatieve kinderbijbel, maar heeft door dit alles enorm aan kwaliteit gewonnen, zowel qua tekst, illustraties als overzichtelijkheid. Bara van Pelt vermijdt zorgvuldig clichés; haar taal is helder, lichtvoetig en origineel: de boom der kennis noemt zij de 'weetboom', het koninkrijk Gods vertaalt zij als 'het land van God', en Jezus is bij haar de 'mens van God'. Soms wordt ze wel erg populair, of schiet ze uit in haar fantasie. Maar evenals bij Karel Eykman prikkelt haar fantasie de bijbelse verbeeldingskracht. En dat is onontbeerlijk om de verbinding tussen toen en nu te kunnen leggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden