Tam prieelgesprek over een opstandige generatie schrijvers

ROTTERDAM - “The police are coming!” riep de Amerikaanse essayist Eliot Weinberger woensdagmiddag in de tuin van de Rotterdamse Schouwburg. Een helikopter scheerde molenwiekend over de hoofden van de dichters van Poetry International, die op rieten stoeltjes tussen de rozenperkjes discussiëerden over de invloed van de 'Beat Generation'. Besmuikt lachend keken de dichters elkaar aan: even leken zij zich in de 'rebellious sixties' te wanen, waarin iedereen, zoals de Amerikaan Michael Palmer onmiddellijk toegaf, “op de vlucht was voor agenten, lang haar had en drugs gebruikte”.

Het prieelgesprek over de Beat Generation, de opstandige generatie schrijvers waartoe Allen Ginsberg - die in 1973 en 1979 op Poetry aanwezig was - Jack Kerouac en William Burroughs behoorden, was een vezeltje in de rode draad die dit jaar door het programma van Poetry loopt: de Amerikaanse poëzie.

Er waren deze week maar liefst acht Amerikanen te gast op het festival, van wie er elke dag wel een paar optraden. Op maandag draaide de film 'The United States of Poetry' en op dinsdag was een gesproken anthologie van gedichten over New York te beluisteren.

Poetry-directeur Tatjana Daan was het afgelopen jaar speciaal afgereisd naar The Big Apple om de sfeer van de stad te proeven en een aantal dichters uit te nodigen. Daan heeft duidelijk veel energie gestopt in een zo groot mogelijke afwisseling in de presentatie.

Dichter-criticus Robert Anker, die het festival in het verleden drie keer presenteerde, vindt dat Poetry dit jaar sterk is verbeterd. “Ik heb grote bewondering voor de nieuwe directeur”, zei Anker woensdag. “Zij kwam niet in een gespreid bedje en werd in het begin tegengewerkt door de oude directeur, Martin Mooij. Desondanks heeft zij de ijzeren formule van Poetry een eigen aanzien gegeven. Ik heb sterk het gevoel dat er weer een frisse wind waait.”

Robert Anker denkt dat de verbetering niet zozeer de keuze van de dichters betreft - “elke keuze is tamelijk lukraak, er zitten dit jaar, zoals altijd, goede en slechte dichters bij” - maar vooral is te danken aan de veranderde omstandigheden.

“In de eerste plaats is de Schouwburg een veel betere plek dan De Doelen, waar je eigenlijk altijd op de gang zat. En ten tweede is de presentatie van de verschillende onderdelen nu prettiger en puntiger. De afwisseling van verschillende, deskundige presentatoren houdt het spannend en de korte interviewtjes met de schrijvers breken het weer even open.”

Jammer genoeg weerspiegelde de programmatische afwisseling zich woensdagmiddag niet in de tamme discussie over de Beat Generation met Dirk van Bastelaere, H. C. ten Berge, J. Bernlef, Michael Palmer en Eliot Weinberger. De meesten waren het erover eens dat het werk van The Beats, en met name de poëzie van de onlangs overleden Allen Ginsberg, weliswaar veel aandacht en waarschijnlijk ook wel invloed heeft gehad, maar inhoudelijk en stilistisch uiteindelijk niet kan overtuigen.

Een sardonische grijns maakte zich meester van het gezicht van Bernlef, toen hij luisterde naar Ginsbergs lange gedicht 'America', dat Eliot Weinberger met verve voordroeg: 'America I've given you all and now I'm nothing.' Bij deze twee regels ging de grijns van oor tot oor: 'You should have seen me reading Marx. / My psychoanalist thinks I'm perfectly right'.

Het was jammer dat het publiek in de tuin op dit politiek parlando geen reactie te horen kreeg van Richard Wilbur. De bekende Amerikaanse dichter, die eregast van het festival zou zijn geweest en aan wie een vertaalproject werd gewijd, had afgezegd met een even flauw als dichterlijk excuus: teveel tegenwind. Nu was Wilbur alleen aanwezig in vier van zijn mooie regels, die op een wit doek boven de ingang van de Schouwburg hingen: 'Het is door woorden en hun tegenkeer / in pogingen tot inzicht die vergeefs bestonden / dat ik een vluchtig ogenblik mij waan de tegenstrijdigheden / die de wereld dromen te doorgronden.'

Wilbur zou in de discussie de natuurlijke opponent van Weinberger zijn geweest, die de enige was met ware hartstocht voor de Beat Generation. In de bloemlezing van Amerikaans dichters na 1950, die Weinberger samenstelde, presenteert hij Allen Ginsberg en de zijnen als de waardige opvolgers van great modernists als Ezra Pound en William Carlos Williams. Van de verstilde poëzie van Wilbur moet hij niks hebben. “Wilburs poëzie veroorzaakt bij niemand opwinding. Het gaat over koningen en koninginnen, en doet als of Vietnam niet heeft bestaan”, zei Weinberger misprijzend na afloop van de discussie. “All that moon, June, and we fall in love.”

Nee, dan The Beats! Weinberger gaat rechtop zitten. “Die haalden een totaal nieuw soort onderwerpen de poëzie binnen. Politieke boodschappen, homoseksualiteit, het gebruik van drugs, de interesse voor Oosterse religies, noem maar op.” Weinberger concludeerde resoluut: “Poëzie gaat over alles in de wereld.” En dat werd, ook op deze 28e Poetry-nieuwe-stijl, opnieuw verpletterend duidelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden