Talig buitelende profetieën omtrent de Grote Oorlog

null Beeld

Makkelijk maakt theatercollectief ’t Barre Land het zich gewoontegetrouw niet. Het zijn uitgesproken talige stukken die het gezelschap voorschotelt en hun toeschouwers met een toegewijde ernst inpepert alsof de levens van alle toneelspelers ervan afhangen.

Arend Evenhuis

’De laatste dagen der mensheid’ van Karl Kraus, in vertaling van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes door ’t Barre Land, t/m 22/11 theater Kikker, Utrecht, 25 t/m 29/11 Frascati, Amsterdam, www.barreland.nl .

Hun nieuwste stuk, ’De laatste dagen der mensheid’, is een collagevoorstelling over en rondom de Grote Oorlog van 1914-1918, bezien vanaf de decadente burgerkletskant van de loopgraven. Geschreven door de Oostenrijkse en joodse theaterliefhebber Karl Kraus, en onverdroten vertaald door het geharnaste taaltweespan Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes. Alleen al de opsomming der personages overschrijdt de vijfhonderd. Zou je het toneelstuk integraal willen spelen, dan heb je minstens tien schouwburgavonden nodig. Samen met de vertalers brachten de Barre Landers het script terug tot een avondvullende voorstelling, waarin de vertalers op het zijtoneel als typende en hardop getuigende oorlogsverslaggevers fungeren.

Maar dan nog krijg je het in dit drieluik met twee pauzes danig voor de kiezen. Het middendeel vormt een dialoog tussen ’De kniesoor’ en ’De optimist’, die over oorlog en oorlogsvoering filosoferen. Een dialoog van zo’n vijf kwartier en daarmee zes keer te lang. Want die valt, op de vraag wanneer oorlog ophoudt, immers samen te ballen in de constatering van ’De kniesoor’: ’Totdat van twee vechtende leeuwen alleen nog de staarten over zijn.’

Kraus putte ruimschoots uit kranten, radionieuwsberichten en gesprekken uit kroeg en straat, en rangschikte die alledaagse in antisemitisme gedrenkte banaalheid tot oorverdovend grotesk gewauwel én profetie. De troonopvolger in Sarajevo vermoord? Liever maken de Oostenrijkers zich druk of de nieuwe biertuin wel open is. „Het schot is gelost en de kogel zal de mensheid het ene oor in en het andere oor uit gaan!’,’ voorspellen Kniesoor en Optimist elkaar, aardappelijs slurpend.

Op het toneel weerklinkt die aanhoudende verkruimeling van wereldpaniek in overrompelend-verraderlijke zwierigheid. Pathetische woorden van de Oostenrijks-Hongaarse minister van buitenlandse zaken wisselen als per handomdraai in kleinburgerlijke onvrede: ’Straks is de oorlog afgelopen en heb ik nóg geen kaartjes voor de operette!’ of in hedendaags gratuit geklaag over vertraagde treinen: ’Ik heb het helemaal gehad met dat huzarenbloed!’

De Barre Landers werken zich tuimelend van elan van het ene changement naar het andere, worstelen met landkaarten van het Europa van vóór 1914 en na 1919, en entr’actes over het opstijgen van een luchtballon of verhandelingen over de taalkundige oorsprong van ’oorlog’.

De slapstick als slot van het drieluik vliegt zo grandioos vakkundig uit de bocht (’Werpt een opperbommenwerper bommen naar boven? Zoals een opperhoofd en opperkelner bovenaan staan?’) dat toch grimmigheid de geestigheid overtroeft. Met een portie afgedankte spaghetti als baard zit God er terneer bij, verzuchtend: ’Ich habe es nicht gewohlt.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden