Talibanstrijders in Kaboel raken knap zenuwachtig

AMSTERDAM - Paniek in Kaboel. Bommen en raketten dalen neer op de Afghaanse hoofdstad. Vluchtelingen stromen binnen, terwijl tegelijkertijd buitenlandse hulpverleners de stad ontvluchten: de oppositie tegen de Taliban is in aantocht.

De noordelijke coalitie tegen de 'strijders van Allah' nadert Kaboel met rasse schreden. Vorig weekeinde viel de stad Charikar, 65 kilometer ten noorden van de hoofdstad, en ook het vliegveld bij Bagram. Vandaar zijn de troepen verder opgerukt tot op 20 kilometer van de hoofdstad.

In Kaboel zijn de Taliban-opperhoofden knap zenuwachtig geworden, getuige de arrestatie gisternacht van honderden, en mogelijk zelfs duizenden leden van minderheden. Hulpverleners en bewoners van Kaboel spraken over zo'n 2 500 aanhoudingen. Kennelijk zijn de 'religieuze studenten', die tot het volk van de Pasjtoens behoren, bang dat de Oezbeken, Tadzjieken en Hezaren de poorten van de stad open zullen zetten voor de naderende stamgenoten.

Buitenlandse hulpverleners wachten de strijd om de hoofdstad niet af, temeer omdat wordt gemeld dat ook de weg naar Pakistan - via Jalalabad - onder vuur ligt. Een konvooi met vijfenveertig medewerkers van hulporganisaties heeft inmiddels koers gezet naar de Khyberpas, op de grens. Alleen het Rode Kruis en de Verenigde Naties bleven.

Het is voor het eerst sinds oktober vorig jaar dat de oppositie weer tot in de buurt van de hoofdstad is opgerukt. Toen hadden de noordelijke troepen de Taliban-strijders teruggedreven, die hen een maand eerder met president Boerhanoeddin Rabbani de bergen in hadden gejaagd, na de verovering van Kaboel. Maar de oppositie kon haar positie toen niet lang vasthouden.

De anti-Taliban troepen worden aangevoerd door krijgsheer Achmed Sjah Massoed, 'minister van defensie' toen president Rabbani nog in Kaboel zat. De 'Leeuw van Panjshir' (Massoed) vindt echter niet de Oezbeekse krijgsheer Abdoel Rasjid Dostom aan zijn zijde, maar diens opvolger als heerser in de noordelijke stad Mazar-i-Sjarif, Abdoel Malik Pachlawan.

Dostom gold als een onbetrouwbare hond en een tapijtendief, als alle Oezbeken, tot hij zich vorig jaar met zijn legertroep achter Massoed opstelde tegen de Taliban. Meteen werd hij gevierd als 'Redder van Afghanistan'. Niemand had gedacht dat de machtige krijgsheer, toch gesteund door de volksgenoten in het naburige Oezbekistan, ooit het veld zou ruimen. Maar in mei moest hij de wijk naar Ankara nemen, gedwongen door het verraad van zijn 'wapenbroeder' Abdoel Malik.

Die Malik speelde met zijn broer Goli een sluw dubbelspel. Voor veel geld - Amerikaanse dollars die de Pakistaanse geheime dienst en de CIA aanleverden - sloten zij een verbond met de Taliban. Dostoms troepen schaarden zich na gewapper met groene biljetten moeiteloos aan hun zijde. De 'generaal' vluchtte naar Turkije, vlak voor de aankomst van duizenden Taliban-strijders die naar het noorden werden gevlogen inclusief een geweldige voorraad oorlogsmaterieel.

De burgeroorlog had een definitieve wending genomen, heette het. Maar dat is wel vaker gemeld. De religieuze studenten voerden onmiddellijk hun versie van de sjaria in, de islamitische wetgeving, en zweepten vrouwen onder sluiers en in hun huizen. Zij vonden echter de Maliks op hun weg toen zij verordonneerden dat de Oezbeken hun wapens moesten inleveren. De broers gaven het sein voor uitvoering van deel twee van hun plan: hun troepen grepen naar de wapens en het bloed van de Taliban-strijders stroomde door de straten van Mazar-i-Sjarif. Tweeduizend militieleden kwamen om in twee dagen.

Tal van Taliban-kopstukken, die waren gekomen om de overwinning te vieren, vielen in handen van de nieuwe machthebbers in het noorden. Onder de gevangenen bevonden zich de Pakistaanse ambassadeur - en Islamabad maar ontkennen dat Pakistan de Taliban steunt, en de 'minister van buitenlandse zaken' van de Taliban, Ghoes. De laatste zou overigens gisteren zijn ontkomen naar Kunduz, in het noorden, waar de Taliban nog een steunpunt in handen hebben.

Moeiteloos namen de Maliks vervolgens de plek van de vertrokken Dostom in de coalitie tegen de Taliban in. Het daaropvolgende offensief richting Kaboel is in de eerste plaats een ramp voor de Afghaanse burgers, maar daar hebben de hoofdrolspelers in 20 jaar van oorlog nog nooit wakker van gelegen. De jongste wending betekent ook een forse teleurstelling voor de Verenigde Naties die vergeefs zoeken naar een vreedzame oplossing.

Van de spelers in The Great Game, het spel om de macht in Centraal-Azië dat Russen en Britten eind vorige eeuw begonnen, kijken Pakistan en de Verenigde Staten op hun neus. Die hoopten met de Taliban eindelijk rust af te kunnen dwingen in de regio.

Washington zag de religieuze studenten een einde maken aan de bloeiende opiumproductie, ruim baan maken voor Amerikaanse bedrijven die staan te popelen om te helpen olie en gas uit de bodem van Centraal-Azië te pompen, en dacht tegelijkertijd de invloed van Iran en Rusland terug te dringen. Pakistan hoopte een flink graantje mee te pikken in de olie- en gashandel, met de doorvoer via havenstad Karachi.

Maar de woeste noordelijke krijgsheren beslissen voorlopig anders. De Turkmeense minister van olie, zijn Pakistaanse collega en vertegenwoordigers van de Amerikaanse oliemaatschappij Unocal en de Saoedische Delta Corp besloten daarom donderdag in Islamabad de aanleg van een pijpleiding door Afghanistan die op 1 oktober zou beginnen, nog maar een jaartje uit te stellen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden