Taliban in Kaboel voor de leeuwen

KABOEL - Ze duwen hun neuzen opgewonden door de tralies. Sommigen tikken met hun machinegeweer tegen het ijzeren hek. De stuk of vijftien zwaar bebaarde mannen met indrukwekkende tulbanden zijn strijders. Maar vandaag even niet. Het bezoek aan de dierentuin brengt hen in een uitgelaten stemming.

KEES BROERE

De meeste Taliban, die eind september Kaboel innamen, hadden de Afghaanse hoofdstad nog nooit gezien. Ze kenden enkel de verhalen over de nu verwoeste stad, die 25 jaar geleden nog een Mekka was voor westerse hippies, de liberale hoofdstad van een overwegend agrarisch islamitisch land, waar de jongeren op vrijdag naar een park gingen om te picknicken, te kletsen en voorzichtig te flirten.

Een stad ook waar exotische beesten waren te aanschouwen in de dierentuin. De Taliban hebben die voor het publiek gesloten. Maar zelf willen de nieuwe machthebbers er maar al te graag een kijkje nemen. Niet dat er nog veel te zien is. De afgelopen vier jaar heeft de dierentuin meer dan eens midden tussen de frontlinies gelegen. “We hadden 95 verschillende soorten dieren”, vertelt Mohammed Akbar, de man die de beesten voert. “Er zijn nog zes soorten over.”

Een Indische olifant was de trots van de dierentuin. Mohammed, een schriele oudere man met een zachte stem, herinnert zich nog de dag dat het beest door een mortier dodelijk werd getroffen. Het was een enorme klus om de olifant op een vrachtwagen te krijgen. Het dier ligt ergens buiten Kaboel begraven. Andere beesten zijn op de vuilnishoop terechtgekomen. Het enige, onbedoelde voordeel van de slachting was dat Mohammed minder moeite hoefde te doen om het voedsel voor de dieren bij elkaar te schrapen.

De twee leeuwen, een mannetje en een vrouwtje, hebben het absurde oorlogstoneel van Kaboel overleefd. Maar niet zonder slag of stoot. Het mannetje is blind. Begin vorig jaar heeft iemand een handgranaat naar hem gegooid die de helft van zijn gezicht tot op het bot wegblies. Het was wraak: het beest had iemand gedood die zo stom was geweest in zijn kooi te komen.

Harrie Jeenen, een Nederlandse arts die al geruime tijd in Kaboel werkt voor een internationale hulporganisatie, kan zich het verhaal nog goed herinneren. “Twee jongens gingen naar de dierentuin. Maak maar een foto van mij met de leeuw, zei één van hen; hij zou het beest omarmen. Wel, dat deed hij, maar de leeuw omarmde hem ook, met noodlottige gevolgen. De volgende dag zijn vrienden van het slachtoffer teruggekomen en hebben de granaat naar het beest gegooid.”

De leeuw is wonderbaarlijk goed hersteld. Het was een hele klus het gewonde beest met een injectie te verdoven. Tijdens de geïmproviseerde operatie ter plekke was niet duidelijk of de verdoving voldeed. Terwijl Jeenen hechtingen aanbracht aan de binnenkant van de kaak, begon de leeuw plotseling te brullen. Maar dokter en patiënt hebben de operatie goed doorstaan.

Al hebben de Taliban nog nooit een leeuw gezien, de strijders begrijpen onmiddellijk dat het hier om een bijzonder dier gaat. Niet voor niets heet hun grote vijand, de verdreven minister van defensie Sjah Achmed Massoed, 'de leeuw van de Panjsjirvallei'. Voor islamieten die zeggen niet gefotografeerd te willen worden, tonen deze Taliban een opmerkelijke bereidheid zich te laten kieken. Uiteraard met de leeuw op de achtergrond.

Behalve twee leeuwen kent de dierentuin nog een drietal haveloze papegaaien, een wild zwijn, een aap, twee vossen en twee zwarte beren. Vooral dit laatste tweetal lijkt door de regelmatige beschietingen van de afgelopen jaren behoorlijk te zijn getraumatiseerd. Ze rennen schichtig door hun kooi.

Eén van de Taliban spuugt door de tralies naar de beren. “Wonderlijk toch”, merkt een omstander op, “deze nieuwe leiders. Ze willen alles schoonmaken.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden