Talan moet Oranje meer leven op rechts geven

NOORDWIJK - Frank Rijkaard wil de lijn doortrekken van Guus Hiddink, maar de nieuwe coach van het Nederlands elftal wil aan de rechterkant wel meer leven in de brouwerij. Hiertoe liet hij bijvoorbeeld zijn oog vallen op Jeffrey Talan, die vanavond tegen Peru mag debuteren. De geboren en getogen Katwijker in dienst van Heerenveen, is een echte, bijna orthodox te noemen rechtsbuiten.

De persoon in kwestie bevestigt die typering, maar hij voegt er onmiddellijk aan toe dat hij geen rechtsbuiten van de oude stempel is. “Ik ken mijn taken. Natuurlijk is het belangrijk om die linksback te passeren, maar ik moet me ook terug laten zakken.”

Met die nadere invulling van deze positie voor ogen, heeft Frank Rijkaard ook zijn elftal voor vanavond samengesteld. “Op papier spelen we 4-4-2”, aldus de bondscoach. Maar dan met een correctie op rechts. Aan die kant voelde de 'hangend' spelende Ronald de Boer zich op het WK-toernooi niet erg op zijn gemak. De gisteren als reserve-aanvoerder onttroonde Ajacied, plooide zich in Frankrijk naar de behoeften van het teambelang. Ronald de Boer is echter bij voorkeur rechtermiddenvelder met een rechtsbuiten voor zich; net als bij Ajax. Rijkaard, peinzend over het voorzetje of het op rechts al dan niet om een correctie gaat: “Ach, correctie . . . Ik zie het meer als het uitproberen van iets nieuws.”

Met een tas vol ambitie en ook wel met de bibbers in zijn buik, toog Jeffrey Talan deze week naar het trainingskamp van Oranje. Hij deelt de kamer met Marc van Hintum, een andere nieuweling die zo vol was van zijn eerste selectie, dat hij twee dagen tevoren amper de slaap kon vatten. Slapen doet Talan in Noordwijk juist opperbest. Hij geniet van elk moment bij de nationale selectie, maar hij wordt er ook doodmoe van. “Marc van Hintum en ik waren na de eerste training total loss. Alles gaat zo veel vlugger dan bij de club. Bij Heerenveen kan ik tijdens de training de bal meestal wel even aannemen. Hier is het meestal één keer raken en meteen weer doorspelen. Je bent voortdurend bezig met het kiezen van positie. Steeds moet je vooruit denken.”

De grote vermoeidheid die het hoogste (trainings)niveau met zich meebrengt, is geen nieuw verschijnsel. Ook de technisch toch zeer vaardige Michael Mols heeft steeds gezegd dat het werken bij Oranje een stuk sneller en dus moeilijker is dan bij clubs als FC Twente en FC Utrecht.

Dat Rijkaard op zijn zoektocht naar nieuw bloed aan de rechterkant bij Jeffrey Talan en de overigens eerder als middenvelder te typeren Martijn Reuser terecht is gekomen, is min of meer logisch. In de eredivisie werken maar acht clubs met een driemansvoorhoede. Voor de rechtsbuitenpositie worden buitenlanders ingezet bij Ajax (Tijani Babangida of Wamberto Sousa Campos), Feyenoord (Bonaventure Kalou) en Sparta (Mourad Mghizrat), terwijl het 4-4-2 spelende PSV al dan niet hangend rechts voorin ook twee buitenlanders gebruikt (Tomek Iwan of Dennis Rommedahl). Blijven deze Nederlandse rechtsbuitens over: Drie Boussatta (AZ), Bart Latuheru (NEC), Marco Heering (Willem II) en Jeffrey Talan (Heerenveen). Gelet op dat minieme lijstje, is het niet zo verwonderlijk dat Talan drie dagen na zijn 27ste verjaardag de eerste invitatie voor Oranje kreeg. Ook al was hij zelf dan nog zo verbaasd, toen clubgenoot Brian Tevreden hem het goede nieuws op de training kwam melden.

Door deze eerste selectie is Talan wel extra nieuwsgierig geworden naar zijn ultieme mogelijkheden. “Je wilt als voetballer graag weten waar je plafond ligt. PSV haalt Rommedahl van RKC terug, Ajax heeft Wamberto. Hoe ver kan ik dan komen?” Het is een vraag die ook zijn zaakwaarnemers zal boeien. Zijn elf jaar oudere broer Ricky Talan (ex-prof bij AZ'67 en Vitesse) en de oud-journalist/spelersadviseur Rodger Linse, wijzen hem de weg. Contractueel zit hij nog tot medio 2000 aan Heerenveen vast. Maar ook Jeffrey Talan weet dat een contractuele verbintenis tegenwoordig een rekbaar begrip is in het topvoetbal.

Na vijf niet al te geweldige seizoenen bij ADO Den Haag, werd hij in de zomer van 1995 voor een half miljoen gulden aan Heerenveen verkocht. Eenmaal international is zo'n bedrag al gauw vertienvoudigd. En Heerenveen vangt niks wanneer Talan zijn contract uitdient. Het zijn luxe gedachten, die de fragiele voetballer er bij doen stil staan dat het ooit allemaal anders was. Als talentrijke junior van de zaterdagamateurclub Katwijk zat hij al vroeg in de kaartenbakken van de topclubs. “Waarom ik in 1990 dan naar FC Den Haag ging? Omdat FC Den Haag echt de enige club was die toen belangstelling voor mij had. Bij Feyenoord ben ik eens op een testdag geweest. Dat werd verder niks. En bij Haarlem werd ik door trainer Gerard van Lem afgetest. Nee, ik weet niet waarom.”

Bij Heerenveen, zo vindt Talan, gaat hij nog steeds vooruit. “Ik ben completer en rustiger aan de bal geworden. Passeren heb ik altijd al op gevoel gedaan. Dat heb ik van nature, daar sta ik ook niet bij stil. Maar hoe je verder speelt, hoe je je opstelt bij hoekschoppen, hoe je moet lopen - al die dingen zijn te trainen. Bij Heerenveen wordt veel met videobeelden gedaan. Niet alleen de wedstrijd, maar ook de spelers afzonderlijk worden op hun posities gefilmd. Daar leer je van.”

Jeffrey Talan is opgegroeid in Katwijk. In zijn jeugd keek hij vooral naar Gerald Vanenburg. “Prachtig, hoe hij in zijn beginjaren bij Ajax tegenstanders passeerde. Vanenburg was echt de voetballer waar ik als kind van genoot.” Ooit zal Jeffrey in zijn dorp terug keren en er weer voor de v.v. Katwijk spelen. Met dit andere Oranje voelt hij zich nog verbonden. Als een echte clubman is hij niet te beroerd om zich bij een lager elftal als grensrechter verdienstelijk te maken.

Talan is een bijzondere Katwijker; eentje met Aziatische roots. Zijn drie jaar geleden overleden vader kwam uit Nederlands-Indië. Talan is niet de eerste Oranje-speler met wortels in die archipel. In de oertijd van Oranje waren de 'Indische Nederlanders' Ben Stom, David Wijnveldt en Law Adam international. Adam was in 1930 als fragiele rechtsbuiten(!) van Grasshoppers Zürich zelfs ook nog een keer officieel international voor Zwitserland. Recenter werd Oranje ook nog gediend door de Molukse nakomelingen Simon Tahamata, Sonny Silooy en Bart Latuheru.

“Wat zou mijn vader trots op mij zijn geweest”, laat effrey Talan zich ontvallen. Terwijl hij dat zegt, kijkt hij in het Noordwijkse hotel door de glazen wand richting Katwijk. Zijn dorp, waar hij zowaar op het prachtige veld van Katwijks 'eeuwige rivaal' Quick Boys, deze week voor het eerst met het Nederlands elftal mocht trainen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden