Tafelgesprekken (slot)

Een steevast terugkerend gespreksonderwerp aan tafel bieden “de gereformeerden uit Staphorst.” Een verlicht mens kan zich er slechts vrolijk over maken, dat zal ik toch wel met mijn disgenoten eens zijn?

Het zijn meestal ongelovigen die erover beginnen, het lijkt wel alsof ze in het stijve Staphorst een alibi zoeken om alle geloof af te zweren. Ik laat ze eerst even schrikken met de kleine aantekening dat die Staphorsters helemaal niet gereformeerd zijn maar hervormd, net als ik. Natuurlijk, op zondag de haan uit het kippenhok halen, zoals de roddel wil, getuigt wellicht van enige verknipte ideeën over zondagsheiliging, maar ze hebben er daarginds tenminste nog ideeën over, en kom daar in Amsterdam eens om. Je kunt, om met Miskotte te spreken, de dag des Heren puriteins laten verkalken, maar je kunt hem ook libertijns laten verflauwen, dus laten we eerst maar even naar ons zelf kijken.

Om die platte praat over 'de gereformeerden' wat verder onderuit te halen, heb ik vervolgens nog iets op het repertoire: de vliegeniers van de Royal Air Force die vanuit Engeland bombardementen boven Duitsland moesten uitvoeren, kregen het advies mee om, mochten ze boven Nederland worden neergeschoten, te trachten bij gereformeerden of Jehova's getuigen onderdak te krijgen. Dan hadden ze de meeste kans bij goed volk terecht te komen.

Zo preek je nog heel wat af, onder de haricots verts en de tournedos.

“Wilt u de mensen bekeren?” is ook een regelmatig terugkerende vraag. “Nee hoor”, roep ik dan vlotjes. “De meeste mensen zijn niet te bekeren, dus dat moet je dan ook niet willen, anders word je alleen maar ongelukkig. Maar soms lukt het om iemand aan het denken te zetten. Kunt u zich dat voorstellen?”

Dat werkt meestal. Je hebt iemand even aan het denken gezet en intussen kun je zelf een hapje nemen.

“Ja maar, dat van de zending, wat vindt u daarvan, dat kan toch eigenlijk niet?”

“Waarom kan dat niet?”

“Dan pretendeer je dat jouw geloof beter is dan dat van een ander. Terwijl die mensen met hun geloof misschien gelukkiger zijn dan wij met het onze.”

“Ik ben naar een zendeling genoemd”, zeg ik dan, het moment zorgvuldig kiezend, want als ze net een slok wijn nemen, verslikken ze zich. Ik vertel van Nico Adriani, de zendeling-taalgeleerde die in Sulawesi werkte, en van de reis die ik in zijn voetsporen maakte. Nog maar enkele decennia geleden snelden ze er koppen, nu vertellen ze je ontroerd van de verlossing uit hun angsten die het evangelie hun bracht. Zij gedenken Kruyt en Adriani, de eerste blanken die dit gebied betraden, als hun bevrijders, en dat zijn zij ook. “Kan ik u nog eens inschenken?”

Niet iedereen is gelukkig, wanneer je iets uitlegt of weerlegt. Velen houden er een karikatuur van kerk en geloof op na en dat beeld willen zij niet graag bijstellen, anders moeten ze wat anders verzinnen om zich de godsdienst van het lijf te houden. Ze vinden de wonderen uit de bijbel te zot voor woorden, dat die verhalen een diepe zin hebben en een geloofswaarheid bevatten, willen ze liever niet horen. Wanneer alles bij het oude blijft, kunnen ze lekker kwaad blijven. Of zit er toch heimwee onder, en verdriet? Wie zal het zeggen. De bonbons komen door.

Er zijn er ook die blij verrast zijn dat ze naast je zitten. “Wat bijzonder attent van onze gastheer”, sprak laatst een keurige mevrouw, er in haar deftigste Nederlands guitig aan toevoegend: “U moet namelijk weten, u ligt op mijn nachtkastje.”

Als ik slecht gehumeurd ben en me niet bijster verantwoordelijk voel voor het welslagen van het avondje, zet ik 'm nog wel eens op de automatische piloot. Maar het kan ook gebeuren dat je als geroepen komt en een mens echt kunt helpen. Een enkel woord kan soms voldoende zijn om wat jarenlang verstopt zat aan de oppervlakte te brengen, of om iets los te maken of om het juist op te pakken. Zo was er die mevrouw die haar predikant deelgenoot had gemaakt van het grote verdriet in haar leven: zij kon geen moeder worden. “Droog uw tranen”, had die dominee toen gezegd. 'Het kind' is toch al geboren?!”

Ik ben doorgaans lang loyaal jegens ambtsbroeders die er een potje van maken, maar op zulke momenten moet je natuurlijk geen genade kennen, er moet puin geruimd. En ik doe dat met vreugde, want de vervuiler betaalt, ik zit per slot van rekening met die stoethaspel in één kerk. Ik moet op mijn beurt hopen dat anderen zullen proberen goed te maken waar ik in de fout ging.

Maar ik zou u nog vertellen hoe het afliep met onze vriend de binnenhuisarchitect in Zürich die aan tafel in de Kronenhalle door mijn vrouw om een binnenhuisarchitectuurlijk advies was gevraagd. Hij vond het niet erg, zei hij hartelijk, voor ons deed hij het graag. Maar bij anderen, gaf hij toe, had hij er wel eens de pest over in. “Als ik dan geen zin heb om antwoord te geven, vertel ik het verhaaltje van die dokter en die advocaat.” Die twee hadden een avondlang naast elkaar aan tafel gezeten en aan het slot van het diner zei de dokter tegen de advocaat: “Weet u, dat is voor het eerst in jaren dat ik naast iemand heb gezeten die er geen misbruik van maakte dat ik arts ben en die mij geen gratis consult heeft gevraagd. Ik vind dat bijzonder, en daar wil ik u voor bedanken.” “Geen dank”, zei de advocaat. “Ik heb er zelf ook zo'n hekel aan, wanneer mensen aan tafel bij mij juridisch advies vragen. Gelukkig heb ik er steeds minder last van. 'k Heb er namelijk iets op gevonden.”

“Wat, als ik vragen mag?” informeerde de arts.

“Wilt u dat echt weten?” “Ja, dat zou ik graag van u horen.” “Welnu, wie mij aan tafel om een juridisch advies vraagt, krijgt de volgende dag een rekening.”

De dokter was opgetogen. “Die zal ik onthouden”, zei hij.

De volgende dag had hij de rekening in de bus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden