Tafelgesprekken (1)

We zaten met z'n drieën te eten, een vriend van ons, binnenhuisarchitect te Zürich, mijn vrouw en ik. In de Kronenhalle, waar je heerlijk zit en heerlijk eet.

Er hangen schilderijen aan de muur van groten als Chagall, Feiniger en Rouault. De kelners zijn er even dienstbaar als eigenzinnig, de klassieke toetjestrolley waarmee ze langs komen rijden is eerst een feest voor het oog, vervolgens voor de tong. Achterin het etablissement staat een enorme bos bloemen, het was onder dat boeket dat onze gastheer een tafeltje had gereserveerd. De avond was 'tegen het gezellige ân' zoals Wim Kan met een understatement placht te zeggen, wanneer hij intens genoten had.

Toch was er even een wanklank. Mijn vrouw vroeg namelijk ineens een klein binnenhuisarchitectuurlijk advies en ik sprak haar bestraffend toe, onze gastheer was immers ook een avondje uit en een gratis consult leek me minder gepast. 'Je weet toch wat ik aan tafel allemaal te verhapstukken krijg, wanneer mensen bij dinertjes over geloof en godsdienst beginnen'.

Hoe onze binnenhuisarchitect reageerde vertel ik u tot slot van dit verhaal. Eerst wil ik eens op een rijtje zetten wat tafeldames mij zoal toevoegen, wanneer wij enige uren converserend dienen door te brengen.

Bij onbekenden bespeur je niet zelden een schrikreactie, zodra ze ontdekken dat ze de avond naast een geestelijke gezeten zullen zijn. 'Makes you feel uncomfortable, hè?' zegt een Amerikaanse collega en vriend dan altijd satanisch. In vliegtuigen verzwijgt hij zijn vak wanneer hij rustig wil lezen of wat slapen.

De aardigste verwarring die ik ooit constateerde was jaren geleden tijdens een World Press Photo Diner in de Beurs van Berlage. Ik was geïnviteerd aan de tafel die door de firma Ahrend werd gesponsord en kwam naast een van de directeuren van Philips te zitten, tevens een van de bazen van PSV. Over Philips heb ik weinig conversatie, maar over voetballen raak ik niet gauw uitgepraat, dus we verveelden ons allerminst, ook al niet omdat Willeke Alberti, toen nog met Sören Lerbi getrouwd, af en toe even langskwam om de stand door te geven van de wedstrijd die PSV op dat moment speelde.

'En wat doet u voor de kost?' vroeg de man uit Eindhoven, zich tijdens het dessert realiserend dat hij nog niets aan mij had gevraagd.

'Ik ben predikant', zei ik.

Er viel een stilte, je kon zien dat de man daar niet van terughad.

'U zit zich af te vragen', zei ik, 'wat voor een wonderlijke investering het is van de directeur van Ahrend om een dominee aan zijn tafel uit te nodigen'.

De man van Philips lachte. 'Dat zit ik me inderdaad af te vragen', bekende hij eerlijk. 'Waarschijnlijk valt het in de categorie Long Term Investment'.

Vanwaar die verlegenheid bij mensen?

Pater Dobbelaer en ik, destijds samen werkzaam in de Nijmeegse Pompekliniek, een psychiatrische inrichting voor delinquenten, hebben eens een lijstje gemaakt van de reacties die onze komst op een afdeling bij de bewoners placht op te roepen. Die bewoners zijn namelijk zo vriendelijk je daarvan onmiddellijk en ongefilterd kond te doen. 'Jan, daar is de pater, ik zou maar 's gauw gaan biechten'. 'Kom je collecteren?' 'Oplazeren moet je, ik ben nog lang niet van plan om dood te gaan'. 'Je mag dan honderdmaal dominee zijn, als je maar niet denkt dat je beter bent dan een ander. Misschien wel slechter'. 'Als het Vaticaan die schatten nou 's uitdeelde, dan hoeft niemand meer te stelen'. 'Wat kom je hier eigenlijk doen, God bestaat helemaal niet'. De laatste zin wordt soms met verdriet, soms met woede, soms met voldoening uitgesproken.

Wanneer deze en soortgelijke gedachten ook meteen opkomen in de harten van de brave burgers die netjes met mes en vork hebben leren eten en die ook hebben geleerd dat je voorzichtig moet zijn met wat je zegt, dan is dat een verklaring voor enige verwarring en voor een kortstondig zwijgen.

Daarbij komt: voor velen is geloof iets van vroeger, en dat verleden wordt nu ineens opgeroepen. Voor de een is die herinnering dierbaar en teer, voor een ander pijnlijk. In beide gevallen gaat het om zeer persoonlijke gevoelens die je niet of alleen maar goed verpakt zult uiten, en dan nog alleen wanneer je je een beetje veilig voelt en dus nog niet bij de paling op toast.

Het kan ook zijn dat geloofsvragen je nu bezighouden. Is het toeval dat je uitgerekend op dit moment naast iemand van 's Heren grondpersoneel komt te zitten? En wat voor dominee is het? Zal hij een beetje kunnen delen waarom je zo onthutst, dankbaar, onzeker, kwaad, verdrietig of ontroerd bent, of is het maar beter er niets over te zeggen?

Voor anderen zijn gelovigen mensen van een andere planeet, onbegrijpelijke lieden die zweren bij een mal boek, lid zijn van een voorwereldlijk instituut en die iets van God denken te weten, niet wetend dat dat natuurlijk helemaal niet kan. Die disgenoten willen onder de soep nog wel eens doorkomen met de vraag wat je van Henk Binnendijk vindt en van een paus die liever aids verspreidt dan condomes en dat het er in het geloof toch maar om gaat dat dat je netjes leeft en dat het dus ook zonder kan. Ze testen je kritisch vermogen en ze willen ook graag even weten of je je superieur acht aan heidenen zoals zij.

Wat je zoal te horen krijgt, tijdens voor, midden en toe? Laat ik met de losse flodders beginnen. Mijn invallen, al of niet uitgesproken zet ik er tussen haakjes achter.

'Hoe bent u ertoe gekomen om dominee te worden?'

'Wat doet een dominee eigenlijk de hele dag?'

'Hebt u De Celestijnse belofte al gelezen?' ('Nee mevrouw, ik heb nog maar zo kort te leven, ik moet streng selecteren'.)

'Gaan uw kinderen nog naar de kerk?' (God geve van niet, hoor je ze denken, want dan ligt het dus niet alleen aan hen.)

'Wat is eigenlijk het verschil tussen Nederlands Gereformeerd en Christelijk Gereformeerd?' ('Dat kunt u vergelijken met het verschil tussen een mannetjes- en een vrouwtjeskakkerlak: voor buitenstaanders is het niet waarneembaar, maar voor de betrokkenen zelf is het van het hoogste gewicht'.) 'Hoe vaak bent u al in Israël geweest?' (Nog nooit, moet ik bekennen, en het staat ook niet op het programma.)

'Ik geloof wel, hoor, maar de kerk, dat hoeft voor mij niet'. (De gedachte dat geloof zonder kerk of zonder herinnering aan de kerk verdampt, is nieuw voor hen.)

'Wat vindt u van de Wereldraad. En van het IKV? (Vraag is verstomd.)

'Gelooft u in reïncarnatie?' (O God, niet weer......)

'Wat vindt u van die bijna-dood-ervaringen?' (Het geloof in vergeving en in opstanding is weggevallen, maar de vragen over onze schuld en onze eindigheid zijn gebleven. Het zou mooi zijn wanneer reïncarnatie wat was, dan had je dat gat tenminste weer gevuld. Het zou ook prettig zijn als we hier beneden onomstotelijke getuigenverklaringen over een hiernamaals hadden, dan ben je verder niet afhankelijk meer van dat vreemde geloof, want dat weet je het dus.)

'Mijn autoradio is nu voor de vierde maal gestolen. Ik denk wel eens, zou dat nu komen omdat de godsdienst is weggevallen, dat die mensen geen normen en waarden meer hebben?' (Die mensen!)

(slot volgt)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden