Tactiek en goede bank leveren Zwolle de beker op

NIEUWEGEIN - Bij 12-12 in de vijfde set wisten de toeschouwers in sporthal Merwestein van ellende niet meer waar ze het zoeken moesten. Moesten ze luidruchtig uit hun bol gaan of doodstil de onvermijdeljke afloop afwachten? Zenuwachtig stootten ze elkaar aan: wat denk jij dat er gaat gebeuren? Herstelt Zwolle zich van zijn vreselijke dip? Of is het Capelle, dat zo meteen het beslissende punt maakt?

NICOLIEN VAN DOORN

Zelden was een bekerfinale zo spannend, slopend en enerverend als die van afgelopen zaterdag tussen Capelle en VC Zwolle. En dat terwijl het er vooraf naar uit had gezien dat het een bar ongelijke strijd zou worden. Alles sprak voor Capelle, en niets voor Zwolle. Ga maar na: die van Capelle stonden voor de vierde keer in de bekerfinale, hadden de beker twee jaar geleden ook al eens gewonnen en konden terugkijken op een halve eindstrijd, waarin ze het favoriete Dynamo tot twee keer toe hadden uitgeschakeld. Wat konden die van Zwolle, die voor het eerst in de clubgeschiedenis in de eindstrijd stonden, daar tegenover stellen?

Eerlijk gezegd snapten de Zwollenaren zelf ook niet hoe ze zover gekomen waren. Aan het begin van het seizoen hadden ze er niet bepaald florissant voorgestaan. De trainer (Pang) en drie van de beste spelers (Nummerdor, Cristina en Tinkhof) waren vertrokken, de opengevallen plaatsen werden ingenomen door een onervaren coach (Gert Timmer) en een stelletje oude knarren. Zelfs met de 20-jarige Guido Bruinsma wilde de gemiddelde leeftijd niet verder zakken dan 29. En dan toch de bekerfinale halen . . . nee, dat had niemand durven dromen.

Een torenhoge favoriet tegen een zielige underdog . . . Maar, zoals gebruikelijk bij underdogs, werden ze gevolgd door busladingen vol aanhangers met allerhande muziekinstrumenten. In de Nieuwegeinse sporthal, die voor tweederde gevuld was met Zwolse aanhangers, zorgden maar liefst acht trommels voor de feestvreugde, die bij volleybal per definitie samengaat met herrie. Onder het motto: hoe meer decibellen, hoe meer vreugd.

Afijn, de vreugd was groot, de spanning nog groter en op het allerlaatste nippertje won Zwolle verrassend met 3-2 (15-12, 9-15, 3-15, 15-12, 15-12). En dat allemaal, analyseerde Capelle-coach Pieter Jan Leeuwerink, omdat zijn ploeg zo dom was geweest om de eerste set weg te geven. “Wij hebben de wedstrijd in het begin uit handen gegeven. In die eerste set hebben we veel punten laten liggen, omdat we niet in onszelf geloofden. We stonden in het veld en keken elkaar aan met een blik van: ja, wat doen we eigenlijk?”

Het was een treffende beschrijving van het ongeconcentreerde spel dat Capelle in de beginfase liet zien. Binnen een paar minuten hikte de Zuidhollandse ploeg tegen een achterstand van 5-0 aan. De enige die zijn hoofd - en handen - erbij wist te houden, was Jules Martens. Op de meest onverwachte momenten dook de Canadese libero op met een venijnige aanval, die dwars door of over iedere blokkering heen gaat. Maar in zijn eentje kan zelfs een duivelskunstenaar als Martens - die geldt als de beste buitenlander in Nederlandse dienst - het niet bolwerken.

Na de eerste set ontwaakten Martens ploeggenoten uit hun lethargie, kreeg Capelle zijn zaakjes op orde, gingen met name de blokkering en de verdediging met sprongen vooruit en sloeg bij Zwolle de twijfel toe. Coach Timmer probeerde de schade op te vangen door als een wilde te wisselen, maar wie hij ook weghaalde en wie hij ook inbracht: geen van zijn spelers wist het tij te keren.

In de derde set liet Timmer zijn ervaren buitenlanders (de Letten Artamonov en Grigorenko en de Oekraïner Galatenko) aan de kant om ze rust te geven. Capelle, aangevuurd door Martens, was onstuitbaar, de ommekeer leek een feit. Zes van de acht trommels zwegen, de Zwolse aanhangers hadden zich zo te zien bij de nederlaag neergelegd.

Maar na drie enerverende sets werd Capelles achilleshiel zichtbaar: de ploeg van Leeuwerink heeft met Arnold van Ree, Allan van de Loo, Luc de Nijs, Jules Martens, Patrick de Reus en Vlado Rostar zes uitstekende volleyballers, maar ook niet meer dan dat. Vorig jaar is het merendeel van de ervaren spelers - Selinger, Van Es en drie Amerikanen - vertrokken, zodat Leeuwerink een vrijwel nieuwe ploeg moest opbouwen. Kennelijk heeft hij zo weinig fiducie in de bank met piepjonge wisselspelers, dat hij geen gebruik van ze maakt. Drie sets lang had spelverdeler Van Ree het merendeel van de ballen naar Martens doorgespeeld. Met het gevolg dat de Canadees van vermoeidheid nauwelijks meer wist hoe hij de bal over het net moest krijgen. En het blok van Galatenko, Artamonov en Grigorenko zijn kanonskogels ineens wél kon stoppen. Zodat beide ploegen, twee uur na het eerste fluitsignaal, met elk twee gewonnen sets terug waren bij af.

Slordig

In het laatste bedrijf nam Zwolle een beslissende voorsprong van 10-4, die een tijdje later allesbehalve belissend bleek te zijn. Slordig spel van de Zwollenaren leverde zoveel fouten op, dat Capelle terug wist te komen tot 11-11 en zelfs 12-12. Het was Galatenko, die er voor Zwolle 13-12 van maakte; het was Van Ree, die de ballen onverstoorbaar naar de volkomen uitgeputte Martens bleef toespelen; het was Harry van den Brink, die die ballen tot tweemaal toe moeiteloos wist te blokken; en dus was het VC Zwolle, dat voor het eerst in zijn historie de beker veroverde.

“We komen prachtig terug en dan blijken twee ballen beslissend te zijn”, treurde verliezend coach Leeuwerink. Daarbij over het hoofd ziend dat het niet zozeer een kwestie was geweest van twee ballen, als wel van taktiek. Zoals zijn Zwolse collega en tacticus Timmer treffend onder woorden bracht: “In de derde set heb ik veel gewisseld. Dat heb ik gedaan om een aantal spelers rust te geven en ze in de vierde terug te brengen. Dat pakte goed uit. Gelukkig hebben wij wat wisselspelers betreft een goede bank. Dat is belangrijk, zo niet beslissend. Bij Capelle hebben ze minder wisselmogelijkheden, waardoor hun spelers minder rust krijgen. Jules Martens zat er volgens mij dwars doorheen. Hij scoorde iedere bal, maar net die twee laatsten niet. Wij waren iets agressiever, dat tilde ons over de streep.”

Capelle had die vijfde set moeten winnen, wist Martens. “Normaal gesproken is het niet mogelijk om van 4-10 terug te komen, maar Zwolle maakte zoveel fouten dat het ons toch is gelukt. Daarom heb ik verschrikkelijk de pest in dat ik die laatste ballen niet heb gescoord. Na de eerste verloren set heb ik mijn hoofd leeg gemaakt en me helemaal kapot gespeeld. De hele wedstrijd heb ik ballen door de blokkering geslagen, maar uitgerekend die laatste twee dus niet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden