'Taaltoets te zwaar voor allochtone pabo-student'

Interview | Hoogleraar Crul hekelt selectie

'Dramatisch' vindt Maurice Crul, hoogleraar Onderwijs en diversiteit aan de Vrije Universiteit, de trend dat de pabo-opleidingen in Nederland witter kleuren dan ooit. Dit jaar trokken ze drie keer zo weinig allochtone studenten als vorig jaar, schreef Trouw maandag. En er wáren er al zo weinig. "In de grote steden is nog maar 1 op de 3 kinderen van Nederlandse afkomst. De leerlingen worden dus steeds diverser, terwijl de docenten dat steeds mínder zijn."

Waarom is dat erg?

"Om twee redenen. Een gemengd docententeam heeft meer culturele kennis in huis. Zo'n team kan beter inschatten welke hulp en ondersteuning nodig zijn bij leerlingen. Of hoe je in contact komt met de ouders. Ten tweede is het gewoon ontzettend belangrijk dat studenten zich kunnen identificeren met wie er voor de klas staat. Onderzoek wijst dit al jaren uit. Zeker als ze uit groepen komen die een sterk marginale positie in de samenleving innemen, zoals kinderen van Marokkaanse komaf. Als je ziet dat leerkrachten op jou lijken, ga je dat beroep voor jezelf ook als mogelijkheid zien. Zie je alleen maar witte leerkrachten, dan is de impliciete boodschap: voor jou is dit niet weggelegd."

Is dat de reden dat er zo weinig leerlingen van allochtone komaf naar de pabo gaan?

"Deels. Het beroep kampt ook met een imagoprobleem. Maar het grootste probleem is toch de taalbeheersing. Sinds een jaar hebben pabo's een strengere selectie aan de poort, met een taaltoets. Vooral mbo-leerlingen, en dan met name de allochtone, komen daar niet doorheen. Dat zegt iets over het Nederlandse onderwijs op mbo's. Dat heeft daar ook geen prioriteit: zij leiden leerlingen op voor praktische beroepen op de arbeidsmarkt, niet voor het hbo. Je kunt ze dat dus moeilijk verwijten. Toch moeten we eindelijk eens erkennen wat dit voor allochtone studenten betekent. Het is namelijk zo dat zeker de helft van de tweede generatie Turken en Marokkanen op het hbo daar via de omweg van het vmbo en de mbo terechtkomt. Voor allochtonen is het mbo geen marginale route richting hbo - het is de koninklijke weg. Zij nemen deze route twee keer zo vaak als autochtone leerlingen."

Dus: het Nederlandse onderwijs op mbo's moet beter?

"Ja, dat is een eerste stap. Geef extra Nederlandse les op de mbo voor studenten die richting hbo-studies als de pabo willen. En, heel belangrijk: zorg dat het docenten zijn die op havo-niveau lesgeven. Maar eigenlijk is het beter nog veel eerder te beginnen, waar het probleem ontstaat: bij de selectie voor het middelbaar onderwijs. Dáár begint het probleem."

Hoe precies?

"Kijk, allochtone leerlingen beginnen met taalachterstand aan de basisschool. Die achterstand lopen ze de jaren erna wel in: je ziet dat ze in groep 8 naar de autochtone leerlingen zijn toegegroeid. De afstand is er nog wel, maar hij is kleiner. Maar dan is er een scherpe breuk: de Cito-toets. Die duwt ze nu meteen op 12-jarige leeftijd het vmbo in. Vroeger kon je in de brugklas nog opstromen naar de havo, maar sinds de brugklassen zijn afgeschaft, is dat veel lastiger. Allochtone leerlingen komen sinds een jaar of tien dus massaal in die mbo-route terecht. Dat zouden we voor moeten zijn. Dat kan door die brede brugklas weer in ere te herstellen, of op zijn minst de schotten in het middelbaar onderwijs minder hoog te maken."

Opinie 21 Commentaar

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden