Taalkundige: Koran is niet geschreven in heilige steden

Een oud koranmanuscript uit Sanaa, Jemen, in oud- Arabisch schrift. Dit schrift was destijds niet in gebruik in Mekka. Het manuscript ligt in het Huis der Manuscripten in Sanaa.
Voorbeeld van Zuid-Arabisch schrift, destijds wel in gebruik in Mekka. Er zijn geen koranteksten in dit schrift gevonden. Deze steen ligt in het nationaal museum in Sanaa.

In elke populaire inleiding tot de islam staat het als onomstotelijk feit: de Koran is ontstaan in Mekka en Medina. Maar volgens de Canadese geleerde Robert Kerr is dat onmogelijk.

De opkomst van de islam kun je alleen begrijpen als je die in de context van zijn tijd plaatst. Dat zal, betoogt de Canadese wetenschapper Robert Kerr, nooit lukken wanneer je je beperkt tot klassiek Arabische teksten waarin de islamitische overlevering is opgetekend. Ook kennis van andere talen en culturen waarmee Arabieren eeuwenlang in contact stonden is essentieel. Uitgerekend dit soort expertise zette Kerr op het spoor van een opvallende theorie: de Koran kan niet in Mekka en Medina zijn ontstaan, want dan zouden de oudste koranhandschriften in een ander alfabet zijn opgeschreven.

Veelzijdigheid is bij dit soort alternatief islamonderzoek het sleutelwoord. Een greep uit de veelzijdige wetenschappelijke interesses van Kerr: na een periode als beroepsmilitair in het Canadese leger studeerde hij in het Duitse Tübingen assyriologie en egyptologie. In Leiden verdiepte hij zich in vergelijkende taalwetenschap en semitistiek, de wetenschap van de Semitische talen waartoe onder andere Arabisch, Hebreeuws, Ethiopisch en Punisch (de taal van Carthago) behoren. In zijn proefschrift toont hij aan dat na de verwoesting van Carthago door de Romeinen de Punische taal nog eeuwen bleef bestaan. Hij deed daarvoor veldonderzoek in Tunesië en, illegaal, in Libië. Verder maakte hij studie van Zuid-Arabische steeninscripties.

Behalve Engels spreekt Kerr ook Frans, Duits en Nederlands. Grieks, Latijn en Russisch. Semitische talen als Punisch, Hebreeuws en Arabisch leest hij. Momenteel doceert hij in Waterloo, Ontario. Eerder werkte hij op de Universiteit van Leiden. Zijn vakterrein is het Midden-Oosten van vóór de islam. Islamoloog is hij dus niet, maar misschien lukt het hem juist daardoor nieuwe invalshoeken naar voren te brengen in de discussies over de ontstaansgeschiedenis van de islam. Kerr raakte geboeid door het werk van 'revisionistische' islamgeleerden, die geen genoegen nemen met de orthodoxe overleveringen en via onderzoek van eigentijdse bronnen proberen na te gaan hoe de vroege geschiedenis van de islam echt is verlopen.

De geografische spreiding van Zuid-Arabische steeninscripties inspireerde Kerr tot zijn prikkelende theorie over de vraag waar de Koran moet zijn ontstaan. Volgens het gangbare verhaal was dat in Mekka en Medina. Maar Kerr wijst erop dat daar een ander schrift in zwang was dan dat van de oudste koranmanuscripten. Dat blijkt uit die Zuid-Arabische inscripties, die tot noordelijk van Mekka en Medina zijn aangetroffen. Ze dateren van ongeveer 800 voor Christus tot de begintijd van de islam, vijftienhonderd jaar later.

Kerr heeft nog meer argumenten, taalkundige, archeologische, theologische en historische, die pleiten tegen Mekka en Medina. Zo is het oudste literaire voorbeeld van het Arabisch dat lijkt op de taal van de Koran een bijbeltekst die gevonden werd bij Aleppo in Syrië, 1400 kilometer verwijderd van Mekka. Kerrs argumentatie lijkt op wat juristen een 'kettingbewijs' noemen. Niet elke individuele 'schakel' hoeft een volledig sluitend bewijs te zijn, maar de combinatie van alle schakels moet wel overtuigen.

Kerrs opmerkingen over schrift vormen het meest originele onderdeel van zijn 'kettingbewijs'. Eerst rekent hij af met een hardnekkig misverstand als zouden de oude Arabieren geen schriftcultuur hebben gekend. Pas met de komst van de islam zou dat zijn veranderd. In werkelijkheid drukten Arabieren zich toen al eeuwenlang schriftelijk uit, alleen in een ander schrift dan tegenwoordig en meestal niet in hun eigen taal. Veel Arabieren in wat nu Syrië is spraken Arabisch maar schreven Aramees. Anderen schreven Arabisch maar in een ander schrift dan tegenwoordig. De bijbeltekst van Aleppo bijvoorbeeld is opgetekend in Griekse letters. Andere teksten, en die zijn voor Kerrs theorie interessant, zijn weergegeven in Zuid-Arabisch schrift.

In de zevende eeuw was Arabisch minder verbreid dan nu. Tegenwoordig wordt die taal gesproken en geschreven van Marokko tot Irak en van Syrië tot Soedan. Destijds kwam Arabisch (op veel plekken samen met andere talen) vooral voor in de noordelijke en centrale delen van wat de Romeinen 'Arabia' noemden: het Arabische schiereiland (Saoedi-Arabië en zijn zuidelijke en oostelijke buurlanden) plus de steppegebieden van Jordanië, Syrië en Irak.

Het noorden van 'Arabia' noemden de Romeinen 'Arabia Petraea', genoemd naar Petra, de beroemde in rode rotsen uitgehouwen stad in het zuiden van Jordanië. De bewoners spraken waarschijnlijk voorlopers van hedendaagse Arabische spreektalen, vermengd met de cultuurtaal Aramees. Ze schreven Aramees in een Aramees alfabet (er waren diverse varianten). Politiek lag Arabia Petraea in de Romeinse invloedssfeer. De elite bestond uit huurlingen in het Romeinse leger en heterodoxe christenen, christenen met eigen opvattingen over de natuur van Jezus. De voorlopers van het ons bekende Arabische schrift en de Arabische taal moeten volgens Kerr hier worden gezocht. De oostelijke delen van noordelijk Arabia (waaronder delen van het huidige Irak) waren verbonden met het Perzische Rijk.

Ten zuiden van Arabia Petraea lag, in het noorden van het huidige Saoedi-Arabië, 'Arabia Deserta' - 'verlaten Arabië'. Over de spreektalen daar drukt Kerr zich voorzichtig uit: "Het waren Semitische dialecten, verschillend per oase, verwant aan wat klassiek Arabisch zou worden zonder dit te zijn." Ze zijn bekend van duizenden steeninscripties, sommige van vele eeuwen voor de islam.

De bewoners van Arabia Deserta gebruikten geen Aramees alfabet maar het Zuid-Arabische schrift, afkomstig uit wat nu Jemen is, het derde, meest zuidelijke 'Arabia'. De Romeinen noemden dit gebied 'Arabia Felix', 'gelukkig Arabië'. De diverse 'Jemenitische' talen waren net als het Arabisch Semitisch, maar leken meer op klassiek Ethiopisch. Ondanks dat taalverschil lag het toch voor de hand dat de bewoners van Arabia Deserta, waarin Mekka en Medina lagen, het alfabet van de 'Jemenieten' gebruikten.

In de eerste plaats was er de culturele uitstraling van Jemen, vanaf ongeveer 1000 voor Christus een roemrijke beschaving. Verder heeft het Zuid-Arabische schrift lettertekens voor alle Semitische basisklanken en kan het daardoor ook Arabisch perfect weergeven. Het Aramese schrift heeft daarvoor te weinig tekens. Dat geldt ook voor het uit Aramees schrift ontwikkelde oudste Arabische schrift, waarin één letterteken soms wel kan staan voor zeven verschillende klanken. Daardoor hebben antieke koranhandschriften geregeld meerdere interpretatiemogelijkheden. Pas een latere schrifthervorming maakte het Arabische schrift ondubbelzinnig.

In de tijd waarin de koranteksten volgens de traditie zouden zijn gebundeld in een boek, halverwege de zevende eeuw, was het Zuid-Arabische schrift ook in Mekka en Medina nog steeds in gebruik. Vandaar Kerrs stelling: als de Koran daar zou zijn ontstaan dan zou hij in Zuid-Arabisch schrift en in een plaatselijk oud-Arabisch dialect zijn opgetekend en niet in het in het noorden van Syrië gangbare (proto-)klassiek Arabisch. Maar de oudste bekende koranhandschriften zijn tóch opgeschreven in het antieke, dubbelzinnige Arabische schrift. Conclusie: de Koran komt niet uit Mekka en Medina.

Kerr maakt zich boos over de vernietiging van Zuid-Arabische inscripties, bijvoorbeeld bij een recente verbouwing van Mekka. Dit Saoedische cultuurvandalisme berooft de wetenschap van potentiëel bewijsmateriaal. Kerr noemt het een even grote barbarij als de beruchte vernieling van Boeddhabeelden in Afghanistan. Timboektoe is sinds kort aan deze lijst toegevoegd.

Een goede theorie is falsifieerbaar en die van Kerr voldoet aan die voorwaarde. Misschien zullen archeologen ooit toch in de omgeving van Mekka teksten vinden in een Arabisch dat lijkt op dat van de Koran, uit het begin van de zevende eeuw of ouder, opgetekend in voorlopers van het huidige Arabische schrift. In dat geval wankelt Kerrs theorie.

Nu zijn er inderdaad zevende-eeuwse papyri en inscripties met Arabisch schrift gevonden in Saoedi-Arabië. Kerr is niet onder de indruk: "Voor mij zijn onofficiële inscripties beslissend. Deze documenten zijn officieel, van het bestuur. Papyri uit diezelfde tijd zijn ook ontdekt in Afghanistan. Niemand zal zeggen dat Arabisch daar de voertaal was. Ik ontken niet dat er een Arabisch rijk was. De vraag is alleen of dat meteen al een islamitisch rijk was of dat de islam later is ontstaan. Dat Arabische rijk ontwikkelde een Arabische bestuurstaal, en daarin zijn die papyri geschreven."

Een andere falsifiëring zou de ontdekking van koranteksten zijn in Zuid-Arabisch schrift. Ook in dat geval zouden Mekka en Medina wel degelijk de plaatsen van oorsprong kunnen zijn geweest van de Koran. Maar zolang zulke teksten niet zijn gevonden moet de oorsprongsplek van de Koran, redeneert Kerr, worden gezocht in een regio waar Arabieren woonden, waar een Arabische spreektaal was, maar waar de Aramese schriftcultuur (waartoe ook het oude Arabische schrift behoorde) overheersend was. Die situatie bestond wel in Arabia Petraea maar niet in Mekka en Medina, want daar ontbrak de Aramese schriftcultuur.

Met medewerking van Thomas Milo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden