Taal Wilders doet mij denken aan jaren '30

Wilders praat over islamieten als ’haardbaarden’ (lees: haatbaard), dat woord komt uit donkerbruine kringen.

Wie Geert Wilders hoort spreken, hoort geregeld de zin: ’Ik heb niets tegen moslims, maar wel tegen de Islam’. Professor Frank Ankersmit pleit voor ruimte en ziet niets in een proces (Letter & Geest, 2 januari). Prof. J.Th. Degenkamp antwoordde op Podium dat hij veel in een rechtszaak ziet. Immers Wilders discrimineert, maar zaait geen haat.

Dat dit laatste niet waar is, bewijst de tekst die Wilders uitsprak op 16 september in de Tweede Kamer, in het debat naar aanleiding van de begroting. Ik geef enkele citaten uit de letterlijke tekst: „Voorzitter, dit kabinet, deze elite heeft niet de geringste wil om zich te verzetten tegen die islamisering. Nee het ziet het als een prachtige verrijking voor het Nederlandse landschap’.

’Nog even geduld en dan wacht ons die islamitische heilstaat. Voorzitter, een beter milieu begint bij jezelf. Heel veel Nederlanders ergeren zich aan de vervuiling van de publieke ruimte door de islam. Oftewel ons straatbeeld gaat op sommige plekken steeds meer lijken op het straatbeeld van Mekka en Teheran. Hoofddoekjes, haardbaarden, boerka’s, mannen in rare lange witte jurken. Voorzitter, laten we daar eens een keer iets aan doen. Laten we onze straten terug veroveren. Laten we zorgen dat Nederland er eindelijk weer uit gaat zien als Nederland’.

En hij gaat door: ’Voorzitter, Nederland heeft accijnzen. Waarom dan niet – mijn eerste voorstel – een introductie van een hoofddoekjesbelasting, een kopvoddentaks zou ik het willen noemen. Ik zou zeggen de vervuiler betaalt. En mijn vraag aan het kabinet is dan ook, bent u bereid een kopvoddentax, bent u bereid een hoofddoekjesbelasting in te voeren? Lijkt me heel goed voor Nederland’.

Deze tekst spreekt voor zichzelf. Geert Wilders heeft het als hij over een schoon milieu spreekt, niet over de scheiding van het huisvuil, maar over de scheiding tussen ’schone Nederlanders’ en ’vervuilende Nederlanders’. Wat de Nederlandse pers haalde was het woord ’kopvoddentaks’. Dat was beledigend, maar is niet strafbaar.

Wat te denken van de zin over het terugveroveren van de Nederlandse straten? Wat betekent het woord haardbaard? Wie gaat googelen ontdekt dat het woord ’haardbaard’ een eufemisme is voor ’haatbaard’. In de jaren zestig was de uitspraak ’Johnson moordenaar’ verboden, maar tegen ’Johnson molenaar’ viel niets in te brengen.

Wie op zoek gaat naar de oorsprong van het woord haatbaard komt in donkerbruine kringen, zoals het Stormfront terecht. Ik kijk naar een plaatje uit het Duitse kinderboek ’De giftige paddenstoel’ (Der Giftpilz) uit 1938. In het boek wordt aan Duitse arische kinderen onderwezen waaraan je de Jood kunt herkennen. Op een van de plaatjes staan een aantal Joden bij elkaar in lange zwarte gewaden met lange baarden. Het commentaar bij het plaatje is: ’Zie ze daar eens, die luisbaarden met hun smerige wijd uitstaande oren’. Zo’n beeld komt in mij omhoog bij de tekst van Wilders over de moslims. Mannen in djellaba’s en vrouwen met hoofddoeken zijn alleen op grond van het feit dat ze deze kleding dragen al vervuilers van het milieu.

De oproep om de straten terug te veroveren en de oproep tot een grote schoonmaak vind ik een verwerpelijke vorm van haattaal. Geert Wilders bedient zich van extreemrechtse haattaal en metaforen. De ’milieureinigings- metafoor’ en de metafoor van de ’grote schoonmaak’ zijn levensgevaarlijk.

Ik hoop dat de rechter, ondanks de ruime uitingsvrijheid van Wilders voor uitspraken binnen de Kamer, toch ook wil oordelen over de uitingen van Wilders in de Kamer. Omdat hij anders in de Kamer alles kan roepen. Het heeft me verbaasd dat in het Kamerdebat vooral het woord ’kopvoddentaks’ werd opgepakt. De woorden die Wilders vlak daarvoor uitsprak zijn veel ernstiger. De Kamervoorzitter en politici gaan toch niet wennen aan deze taal?

Ik hoor mensen al zeggen dat ik de discussie vervuil door te spreken over de dertiger jaren in Duitsland. Ik mag geen vergelijking trekken tussen het spreken over ’haatbaarden’ en het plaatje uit 1938. Maar waarom eigenlijk niet en van wie niet. Ik heb het niet over de vernietiging van de joden, ik heb het over de processen die daaraan vooraf gingen. Tot die processen behoorde ook het uitgekiend hanteren van haattaal. Ik roep medechristenen op zich van die processen en daarmee ook van de PVV te distantiëren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden