'Taal laat mij altijd goed nadenken'

Jeugdboekenschrijver en vertaler Imme Dros dacht als kind in de oorlog al: aan een boef hier en daar heb je wel wat in een verhaal. Toch heeft ze lang gewacht voor ze aan de vertaling van de Ilias en de Odyssee begon.

Les 1

Vraag je geregeld af: hoe zit dat dan?

"Ik woonde als kind op Texel en ik keek uit over de dijk: achter de bomen zag je de zee. Op het vlakke stuk bij de basalthelling naar zee speelde ik met mijn vriendinnetjes toneelstukjes. Als ik aan mijn kindertijd denk, herinner ik me altijd dingen die met taal te maken hebben. Een van die meisjes zei een keer bij het toneelspelen: 'Ik ben zo moe en zo lusteloos.' Dat vond ik toen al een belachelijke uitdrukking voor een kind van zes, en dat is tot nu toe in mijn hoofd blijven zitten.

We vertelden elkaar als broers en zussen in bed veel verhalen, want we moesten ontzettend vroeg naar bed: om zeven uur. Mijn vader kwam uit een streng christelijk gezin, maar hij was zo eigenwijs van aard dat hij niet bij een groep of bij een kerk paste. Hij moest niets van kerken hebben, maar de Bijbel zat er goed in. Mijn moeder was een Texelse heiden, maar ging wel naar de kerk: dat hoorde er gewoon bij. Op de zondagsschool werd gezegd dat Jezus de zoon van God was. En dan vroeg ik: maar hoe kan dat nou? Hij was toch de zoon van Jozef? Ik had het eigenwijze van mijn vader en toen is de basis gelegd voor hoe ik later ben gaan vertalen, want dan vraag ik me bij elk woord af: hoe zit dat dan? In de Ilias, die ik net heb vertaald, komt bijvoorbeeld een tweeling voor en dat vond ik zo vreemd in de context van het verhaal.

Ook na het raadplegen van meerdere woordenboeken begreep ik het nog steeds niet, totdat ik dacht dat het misschien om een Siamese tweeling kon gaan. En na lang zoeken heb ik op Samos een afbeelding gevonden, bewaard in de Hera-tempel, waar inderdaad een Siamese tweeling staat afgebeeld. Taal laat mij altijd goed nadenken."

Les 2

Als alle mensen goed waren, dan zouden er geen verhalen zijn

"Ik was een oorlogskind en ik kan nog steeds niet goed naar oorlogsfilms kijken, net zoals ik ook niet goed tegen het geluid van vliegtuigen uit die tijd kan. Op Texel ging de oorlog nog door tot 20 mei in verband met de Russenoorlog (opstand van Georgische militairen van de Wehrmacht tegen de Duitsers, CB) en ik vond dat angstaanjagend: er werden veel boerderijen in brand gestoken en ze slopen rond ons huis met getrokken geweer. Ik hoorde als kind de vreselijkste verhalen, verhalen die je als kind niet zou moeten horen.

En toch dacht ik toen al: als alle mensen goed waren, dan zouden er geen verhalen zijn. Een boef hier en daar: daar heb je wat aan in een verhaal. Nog altijd herinner ik me het onrustige gevoel: ja, maar dat is niet goed! Toen ik zelf kinderen kreeg - een zoon en een paar jaar later een tweeling - kreeg ik wel eens nachtmerries dat ik niet drie kinderen tegelijk kon tillen als ik vluchten moest in een oorlog. Ik heb lang gewacht voordat ik de Ilias vertaalde, maar nu ben ik er keihard in geworden: of een speer nu dwars door iemands hoofd gaat, of iemands darmen liggen eruit - ik vertaal het met opgewekt gemoed. Mijn schuld is het niet. De heilige goden zijn in de Ilias net zo kinderachtig als de helden: eerzuchtige, vaak kleingeestige figuren."

Les 3

Ga niet zitten wachten

"Tijdens mijn studie Nederlands kwam ik Harrie (Geelen, CB) tegen; hij zat bij het Amsterdams Studenten Corps en ik ging in de AVSV, de vrouwelijke variant, om te kunnen paardrijden bij hun rijvereniging. We hadden een gemeenschappelijke belangstelling voor taal en Harrie kon heel enthousiast vertellen over de dingen die hij deed en ik was dan vooral een luisterend oor. Pas veel later werd ik verliefd op hem: ik zat met een vriendin op een terrasje op het Rembrandtplein en Harrie kwam langs met zijn tas - een aktetas waarvan de zijkanten los waren en waar altijd papieren uitpuilden. Hij vroeg of we meegingen naar een repetitie van zijn cabaretgroep en daar heb ik Harrie voor het eerst een liedje horen zingen. Dat was een schitterende tekst, maar hij zong het zo vreselijk raar dat ik onmiddellijk verliefd op hem werd. Ik wist meteen: hij is het. Dat was een zekerheid.

Omdat ik ongeduldig van aard ben, ging ik niet zitten wachten en heb ik het hem meteen dezelfde avond verteld. Ik had veel boeken gelezen, vaak meidenliteratuur, en die meiden zaten maar te wachten tot ze gevraagd werden. Ja, kom zeg! Die boeken waren een goede leerschool voor hoe het niet moest. Maar Harrie was niet verliefd op mij en drukte dat afdoende uit: 'Het is net alsof je in een café komt en er hangt een heel mooie jas, maar die is niet van jou.' Pas toen hij zag dat ik moeiteloos verliefd werd op een ander, is hij er goed over gaan nadenken en werd het voor allebei levenslang."

Les 4

Zorg dat je kinderen niet beneden hun kunnen worden opgeleid

"Na de ulo, de enige school op Texel, ging ik naar de kweekschool in Den Helder, maar ik wilde Nederlands studeren en ik ben toen overgestapt naar de vierde klas van het gymnasium. Ze zeggen wel eens: een wedstrijd win je in bed. Dat klopt, ik kon heel goed slapen. Ik werkte keihard, maar putte mezelf niet uit.

Ik vond het zo geweldig om alleen maar met taal bezig te zijn, en ik heb in twee jaar mijn eindexamen alfa gehaald. Toen ik kinderen kreeg, waren er een paar dingen belangrijk, en een daarvan was dat ze niet beneden hun kunnen opgeleid zouden worden. Ze wilden bijvoorbeeld een krantenwijkje, dan zei ik: 'Wat je nodig hebt, krijg je van ons. Het belangrijkste is dat je je school afmaakt.' We zagen ook wel kinderen van hippieouders die vonden dat hun kinderen niet verder hoefden te leren, maar vind dan maar eens werk waarbij je niet dood gaat van ellende. Mijn dochter wilde in een van de laatste klassen van het gymnasium ineens saxofoon leren spelen, want een vriendin kon dat zo goed. Ik zei toen dat ze dat kon doen als ze haar diploma had: saxofoon spelen is niet iets wat je komt aangewaaid, dat kost je heel veel uren hard oefenen en die kon ze toen niet missen. Maar verder moeten je kinderen toch vooral zelf hun leven maken: je hebt er geen invloed op of ze gelukkig worden of niet. Je kunt ze een beetje helpen en ze aanhoren wanneer het slecht gaat."

Les 5

Je moet je toch ergens aan ergeren

"Vriendschappen zijn voor mij belangrijk omdat je tegen vrienden stoom kunt afblazen. Jammer genoeg is het zo dat wanneer je ouder wordt, er veel vrienden doodgaan, nare ziektes krijgen of dement worden. Dat vind ik een van de nadelen van ouder worden, veel erger dan de eventuele lichamelijke ongemakken. Soms word je in vriendschappen natuurlijk ook teleurgesteld, maar ik denk dat dat te maken heeft met je eigen hoge verwachtingen.

In de liefde werkt het net zo. Ik denk dat het beter is om redelijk te zijn en te denken: het gaat niet alleen om mij, maar we moeten het samen doen. Ik kan niet alles eisen, van wie dan ook - ook niet van Harrie. Elke keer als ik de keuken in kom, kan ik elke zet van hem volgen: zijn kruimels, zijn gemors. En dan denk ik: nou ja, zo is het nou maar. Je moet je toch ergens aan ergeren. Als ik alleen thuis was, ergerde ik me vaak aan mezelf en dan trapte ik maar ergens tegenaan. Wanneer mijn kinderen machteloos razend op iemand waren, zei ik al: teken hem maar uit en gooi er pijltjes tegenaan. Dat luchtte enorm op. Ik houd van praktische oplossingen."

Les 6

Tevreden maar

"Ik ben niet overdreven moedig, maar ik weet wel snel een uitweg te vinden. Als ik door iets in de problemen kom, zou ik waarschijnlijk wel iets verzinnen - net zoals ik ook steeds wanneer er iets vervelends gebeurt, de lichtpunten probeer te zien. Harrie en ik kunnen niet meer reizen, maar het voordeel daarvan is dat we niet meer naar Schiphol hoeven. En zonder die idiote omwegen die ik heb moeten maken om op de universiteit te komen, zou Harrie niet in mijn studiejaar hebben gezeten.

Ik heb wel geleerd om tevreden te leven. Mijn grootvader Dros, die ellende op ellende meemaakte doordat hij in tien dagen tijd vijf van zijn kinderen zag stikken door difteritis, had een soort lijfspreuk: 'tevreden maar'. Dat werd soms bij ons thuis gezegd: 'Het is niet zo leuk, maar tevreden maar.' Ondanks dat ik mijn grootvader nooit heb gekend, krijg je via via toch van alles mee. Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik mijn grootouders Dros niet heb gekend. Achteraf denk ik wel eens: ik had daar bij mijn vader toch een keer naar moeten vragen, maar hij kon er niet gemakkelijk over praten.

Als ik somber ben, ga ik naar bed en wanneer ik wakker word ben ik redelijk opgewekt - ik ben denk ik een ochtendmens. Hoe terneergeslagen ik de dag ervoor ook was, er komt altijd weer een nieuw idee: 'verdriet duurt een nacht, maar vreugde komt in de morgen.'

Als je ouder wordt, komt de slaap niet meer zo gemakkelijk. Daar heb ik iets op gevonden: ik zoek op mijn iPad naar heel oude interviews van Ischa Meijer met mensen die allemaal op hun eigen manier intrigerend zijn en dan val ik tijdens zo'n interview vanzelf in slaap. Na een uur is het interview afgelopen en schakelt de iPad zichzelf uit."

Les 7

Lees!

"Mijn ouders hielden van lezen. En dat in een dorp waarin een moeder van een vriendinnetje zei: 'Je verleest je verstand'. Ik hield erg veel van toneelstukken lezen, want dat ging van dialoog naar dialoog. Zo hoefde ik me niet door al die saaie beschrijvingen heen te worstelen waar kinderboeken toen vaak vol mee stonden. Ik herinner me nog dat Alice in 'Alice in Wonderland' zegt: 'Wat heb je aan een boek zonder plaatjes en dialoog?' En ik dacht: Ja! Zo zit het! Nog steeds koop ik een boek eerder als ik op de achterkant lees dat een schrijver ook voor toneel heeft geschreven. Harrie en ik hebben altijd ontzettend veel gelezen: we lazen waar we ook maar onze hand op konden leggen.

Toen ik vroeger alleen thuis zat met de kinderen terwijl Harrie werkte, heb ik jarenlang Proust gelezen met mijn dierbare vriendin Kitty Ruys (zij schreef onder het pseudoniem D. Hooijer, CB), die twee jaar geleden is overleden.

Vertalen is iets heel anders dan schrijven: een vertaling ligt altijd trouw op je te wachten. Bij schrijven moet je steeds denken: wat vertel ik en hoe vertel ik het - en dat gaat niet altijd tegelijk. Hoe korter het boek is, hoe beter het idee moet zijn. En hoe strakker het in elkaar moet zitten. Het hoe en het wat moeten samenvallen, en dat zie je zelden in literatuur. Ik lees toch vaak louter gezanik."

Imme Dros

Imme Dros (1936) is schrijver van jeugdliteratuur en vertaler. Ze werd als oudste van zes kinderen geboren op Texel en studeerde Nederlands in Amsterdam, waar ze haar man Harrie Geelen leerde kennen. Ze schreef o.a. 'Morgen ga ik naar China' (geïllustreerd door Harrie Geelen), vertaalde in de jaren negentig 'de Odyssee' en bewerkte en vertaalde 'de Odyssee en de Ilias' voor de jeugd. Ze ontving vele malen een Zilveren Griffel, twee keer de Woutertje Pieterseprijs en in 2003 kreeg ze de Theo Thijssenprijs voor haar gehele oeuvre. Op 28 oktober verschijnt bij Uitgeverij Van Oorschot een compleet nieuwe vertaling van de Ilias van Homerus: het grote epos over de gruwelen van de oorlog, eerzucht en wraak, maar ook over liefde en vriendschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden