Taal kan een samenleving vergiftigen

Er worden bloemen gelegd bij de foto van Brits parlementslid Jo Cox die gister werd aangevallen en overleed.Beeld afp

Werd het Britse Lagerhuislid Jo Cox doodgeschoten door een geestelijk gestoorde, een politieke extremist of simpelweg iemand die de verruwing van de politieke zeden iets te serieus nam?

Nu, op de ontnuchterende ochtend van de 'day after', is het nog altijd gissen, hoewel er over de dader steeds verontrustender berichten binnensijpelen. Aanhanger van de Amerikaanse neo-nazipartij National Alliance, verdediger van 'witte suprematie', abonnee op het Zuidafrikaanse pro-apartheidtijdschrift S.A. Patriot. Dan verbazen zijn woorden niet meer, die hij volgens een ooggetuige uitgeroepen zou hebben, vlak voor het neersteken en - schieten van Jo Cox: 'Britain first'. Een extreem-rechts splinterpartijtje draagt in het Verenigd Koninkrijk diezelfde naam.

Misschien moeten we helemaal niet kiezen en is deze Thomas Mair alledrie tegelijk. Enigszins geestelijk gestoord, zoals The Daily Telegraph berichtte, en tegelijk een extremist die door het geweld dat het politieke debat is binnengeslopen des te gemakkelijker overstapte van het beschuldigende woord naar de terroristische daad.

Want taal is niet onschuldig. Ze houdt zich niet op in een engelachtige ideële ruimte die niets met de wereld zelf te maken heeft. Ze is zelf honderd procent reëel. Daarom is de scheiding tussen woord en handeling even abstract als de populaire opvatting dat er aan ons spreken geen grenzen zijn gesteld. Alsof woorden niets zouden uitwerken. Alsof ze eigenlijk niet écht zouden zijn en het er daarom ook niets toe zou doen wat er wel en niet gezegd wordt.

Woord en werkelijkheid
Taalfilosofen hebben al sinds minstens een halve eeuw leren inzien dat die scheiding tussen woord en werkelijkheid even kunstmatig is als die tussen lichaam en geest. Woorden brengen dingen teweeg, zo ontdekte de Engelse taalfilosoof John Austin in de jaren vijftig (How to do things with words), een kleine twintig jaar later bijgevallen door zijn Amerikaanse collega John Searle (Speech Acts). Hun voorbeelden waren nog tamelijk onschuldig: door 'ja' te zeggen tegen de ambtenaar van de burgerlijke stand constateer je niet dat je getrouwd bent, maar wordt op dat moment het huwelijk gesloten.

De verdachte van de moord op Jo Cox zou 'Britain First' hebben geroepen. Dit is ook de naam van een extreem-rechtse partij in het Verenigd Koninkrijk.

Taal is iets van ideeën, maar behoort óók tot de realiteit, waarin ze werkt en geworteld is. Niet alleen wanneer we onze trouwbelofte doen, maar in elke zin die we uitspreken. Wat ík zeg doet iets met jóu. Daarom kan wát wij zeggen nooit helemaal vrij zijn, zoals de kampioenen van de onbegrensde meningsuiting blijven beweren.Vreemd is dat geloofsartikel wel. Want wie aan de uitingsvrijheid geen enkele restrictie wil opleggen, moet er wel van uitgaan dat deze uiteindelijk niet werkelijk kwaad kan. Anders gezegd: dat het woord opgesloten blijft in zijn eigen 'ideële' werkelijkheid, die met de wereld zelf niets uitstaande heeft. Eigenlijk zegt hij: mijn meningsuiting is onbegrensd, omdat wat ik zeg er in laatste instantie niet toe doet.

Reële uitwerking
Maar helaas heeft hij ongelijk. Zijn woord heeft een maar al te reële uitwerking. Het heeft de afgelopen jaren niet alleen het publieke spreken vergiftigd maar ook de samenleving waarin het om zich heen sloeg. Niet elk hooliganisme is een gevolg van geperverteerde taal, maar die laatste ontketent wel een spiraal van agressie. Jo Cox heeft dat waarschijnlijk met haar leven moeten bekopen - al is het nog gissen naar de precieze oorzaak en motieven van de daad.

Géén twijfel hoeven we te hebben aan de kracht van het woord, dat om grenzen vraagt omdat het werkelijk iets betekent en uitwerkt. Het maakt de samenleving tot wat ze is en zet mensen aan tot handelen, ten goede of ten kwade. Want het woord is écht en vormt een van de effectiefste instrumenten waarmee wij de werkelijkheid vormgeven. Opnieuw: ten goede of ten kwade.

'Day after'
Terwijl ik, nog altijd op de vroege ochtend van de 'day after', dit stukje schrijf, zie ik een tweet binnenkomen van de nationale columnistenheldin Ebru Umar. 'Verhuizers in da house,' schrijft ze. En dan, met kenmerkende charme: 'Job Cohen ik mag lijen dat je je een delirium drinkt aan champagne. Het is er de dag voor.'

Tja, dat is wel zo'n beetje wat ik bedoel. Wat doe je daarmee, wat doe je eraan? Misschien ontwapent een schuinse parering nog het beste het geweld ervan. 'Toch fijn dat we haar terug hebben,' reageerde Felix Meritis-baas Gerard Driehuis ironisch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden