Review

Taaitaai en marsepein waren in de oorlog op de bon

Nederland bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog sinterklaas vieren. Een boek en tentoonstelling laten zien hoe Nederlanders de bezetting in hun gedichten verwerkten.

Bob Smit kan zich van de bezettingstijd vooral herinneren „dat het leven gewoon doorging”. En dus vierde hij met zijn klas in de Amsterdamse Rivierenbuurt in 1943 ook gewoon sinterklaas. Hij laat een oude schoolfoto zien, en vraagt zich af wie van die zwart-witte gezichten de auteur was van het gedicht dat hij toen kreeg.

Het leven mag gewoon doorgegaan zijn, in het gedicht wordt wel een toespeling gemaakt op hoe moeilijk het was een cadeautje te vinden: alles was op de bon. Het gedicht hangt op een tentoonstelling in het Amsterdamse museum Ons’ Lieve Heer Op Solder, die is ingericht naar aanleiding van het boek ’Zou de goede sint wel komen’. Daarin heeft historica Hinke Piersma sinterklaasgedichten uit de oorlog verzameld.

Toen ze aan haar onderzoek begon, werd haar vaak de vraag gesteld of het vieren van sinterklaas niet onverenigbaar was met het leven onder een bezetting. Juist niet, merkte ze. Allereerst gunden zelfs de meest toegewijde verzetsstrijders zichzelf graag een ’zorgeloze dag’ op 5 december. Daarnaast blijken veel gedichten een uitlaatklep voor de frustraties waarmee veel Nederlanders worstelden. Het feit dat alles op de bon was, komt veelvuldig langs. Maar er werden ook veel wrange grappen gemaakt over de Duitsers.

„Wat me het meest op is gevallen, is dat negentig procent van de gedichten die ik aantrof, expliciet anti-Duits waren”, vertelt Piersma. „Het beeld is altijd dat de meeste Nederlanders zich pragmatisch opstelden, en zich aanpasten aan de bezetter. Inderdaad zaten de meeste mensen niet in het verzet, en ze schreven ook niet voor een illegale krant. Maar er was gelijk in 1940 al een heel sterk verzet in huiselijke kring.”

Een van haar favoriete gedichten in het boek is geschreven door Piet Kooijman, die als dwangarbeider in Duitsland zat. Hij had van thuis een doos bonbons meegekregen, die al snel op raakte. Om een nieuwe doos te krijgen, schreef hij op 5 december een brief in rijmvorm naar chocoladefabrikant Ringers: ’En is onze beleefde vraag: kunnen wij nieuwe bekomen, voor ’t herstel onzer maag?’ De fabrikant antwoordde met een eveneens rijmende brief, vergezeld van drie dozen bonbons.

Een ander gedicht begint als volgt: ’De goede Sint heeft nog nooit in heel zijn leven, zoveel moeite moeten doen om je iets cadeau te geven.’ De negenjarige Kees Kolthof kreeg het gedicht in 1945 van zijn vader. Die was ondergedoken in bezet Den Haag; Kees zat in een kindertehuis in het al bevrijde Yerseke. Bij de opening van de tentoonstelling vertelde hij met hoeveel moeite zijn vader het pakje via kennissen bij het verzet over de rivieren had weten te smokkelen. „Maar voor mij was de plotselinge ontvangst van dat cadeau van half-vergeten ouders vooral een rare, vervreemdende gebeurtenis.”

Ook NSB’ers vierden sinterklaas. In het boek staat een spottend gedicht over de regering in ballingschap in Londen uit het nationaal-socialistisch dagblad Volk en Vaderland. Verder is de oogst mager, vertelt Piersma: „Ik was afhankelijk van wat mensen me toestuurden. En er is veel schaamte bij nazaten van NSB’ers.”

’Zou de goede Sint wel komen... Sinterklaasgedichten uit de Tweede Wereldoorlog’, Hinke Piersma, euro15,95, uitgeverij Balans. De expositie in Ons’ Lieve Heer Op Solder loopt tot 9 december.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden