't Liefst speel ik Bach. Altijd Bach.

Muziek is voor hem een gepassioneerde liefhebberij. Televisie-presentator en journalist Paul Witteman schreef er een boekje over. ,,Ik ben dol op strijkkwartetten.'

Paul Witteman komt uit een muziekfamilie. Hij schreef in het Volkskrant Magazine de afgelopen jaren stukjes over klassieke muziek en daar kon je het al aan zien. Hij schreef over zijn moeder, die samen met zijn oudere broer quatre-mains speelde. De kleine Paul, het nakomertje, zat dan onder de vleugel, en ontwikkelde daar een geweldige aversie tegen Mozart. Het beeld van het jongetje op een Perzisch tapijtje tussen de ronde poten van de bruine vleugel vormt het begin en het einde van 'Hoor en wederhoor', een boekje met cd, waarin Paul Witteman zijn artikelen uit de Volkskrantbundelde.

Zijn moeder, Cilia Andriessen, was pianolerares, maar trouwde op haar 21ste met de advocaat Witteman, die 12 jaar ouder was. Het paar wilde zo snel mogelijk een gezin stichten, en pianoles geven kwam er niet meer van. Maar muzikaal zijn ze, de Andriessens. De componist Louis Andriessen is een neef van hem, Hendrik Andriessen, de componist van kerkmuziek, was een oom, net als de pianist Willem Andriessen. ,,Hij heeft één grammofoonplaat gemaakt', vertelt Witteman, ,,een 78-toerenplaat waarop hij een gedeelte van een partita van Bach speelt, heel romantisch, alsof het Chopin is.'

Zo hoort het dus niet, Bach speel je strak, vindt Witteman. ,,Je moet er geen rare langzame tempi in gaan brengen. De muziek van Bach roept de allerdiepste emoties op zonder enige vorm van pathos. En zodra die pathos wordt gebruikt om Bach uit te voeren (door Mengelberg bijvoorbeeld, of Richter), voel je dat het fout is. Dat kon misschien in de jaren twintig van de vorige eeuw, maar nu niet meer. Daar heeft Gustav Leonardt mee afgerekend.'

Zelf bespeelt hij een donkerbruine, mahoniehouten Bechstein- vleugel, die de hele voorkamer van zijn Haarlemse huis aan het Spaarne in beslag neemt. Er is onlangs een speciaal apparaat ingebouwd waarmee de vochtigheid heel precies geregeld kan worden. Zodat ie geen last meer heeft van natte en droge stemmingen.

Het instrument heeft een zachte aanslag, wat goed harmonieert met 'het niet al te subtiele touché' van zijn bespeler.

Wat hij het liefste speelt? ,,Bach. Altijd Bach. En daartussendoor mazurka's van Chopin, ook wel walsen en nocturnes, soms haal ik de 'Mikrokosmos' van Bartók te voorschijn, of Ravel, en heel soms Fauré, maar dat is al gauw te moeilijk.'

Die vleugel is bij hem gekomen via zijn neef en soulmate Frans Willem Andriessen, die een zaak had in antieke vleugels en piano's op de Botermarkt in Haarlem. Dank zij hem leerde hij ook Bach kennen. Echt kennen. ,,We hadden het altijd over de cantates. Bach heeft er een stuk of 232 geschreven. Frans Willem kende ze allemaal.'

Jarenlang gingen de neven in de zomer samen naar een festival Saintes. ,,Philippe Herreweghe, de dirigent, stelt daar een programma samen en vroeg Frans Willem een oude vleugel te leveren. Hij werd meteen bevangen door de schitterende sfeer in dat plaatsje in de Cognacstreek. Een plein midden in het stadje, tussen twee bruggen in, een middeleeuwse abdij met daaromheen nog wat mooie gebouwen. Je moet gewoon mee naar Saintes, zei Frans Willem na dat eerste jaar, want daar wordt elke dag een Bachcantate gespeeld. Van toen af gingen we samen, en luisterden we inderdaad elke dag naar zo'n Bachcantate. 'sAvonds moest hij de vleugels verzorgen. Dan ging hij sjouwen met die dingen, en stemmen, en druk doen, en hij genoot.

Vorig jaar kreeg Frans Willem een telefoontje dat ze geen oude vleugel nodig hadden. Hij was geloof ik een beetje beledigd. Dus toen zijn we niet gegaan, ik ging op vakantie naar Italië, en daar kreeg ik het bericht dat hij in de zee was verdronken. In Bloemendaal, bij Parnassia. Als we naar Saintes waren gegaan, was dat niet gebeurd. Dat is heel erg tragisch.'

,,Ik ben echt een jaar van slag geweest. Zijn zaak bestaat nog, gelukkig, die heeft hij achtergelaten aan zijn rechterhand, Frank. Ik kom daar regelmatig, ga er graag zitten spelen. Elke vezel van dat gebouw is kwaliteit. Zo was Frans Willem ook, die zorgde dat alles klopte. Materiaal, gereedschappen, het personeel, de vleugels, de belichting, alles moest goed zijn. En niks modernistisch. Het is een stukje paradijs in Haarlem.'

Aan de pianomuziek 'Voor kinderen' van Béla Bartók kun je volgens jou horen dat hij zelf ook een goede pianist was 'met liefde voor de klank van het instrument, voor het hout, voor de hamerkoppen, voor de trillingen van de snaren, voor het wonder van toetsen die doen wat je wilt'. Debussy daarentegen streefde naar een 'hamerloze piano'.

,,Ik hou meer van de aanpak van Bartók. Misschien heeft dat nog wel met Frans Willem te maken. Een piano is gereedschap. En ik vind het helemaal niet erg dat je dat hoort. Daarom vind ik Glenn Gould zo goed. Bij hem hoor je echt de piano. Je hoort hem zelf trouwens ook, kreunen en zuchten. Tegenwoordig keren veel pianisten zich van Gould af, die vinden het een maniertje, aanstellerij, te mathematisch. Maar dat vind ik nou juist goed. Hoe hij Bach speelt, zo hoort het.'

Een jaar heeft Paul Witteman op het conservatorium gezeten. Maar hij knapte af op de studentes van de vrije school -'of toch op z'n minst montessori'- die met tamboerijnen volksliedjes gingen zingen (schoolmuziek was zijn specialisatie). Wel is in die tijd zijn pianospel met sprongen vooruitgegaan. Maar na een jaar koos hij toch voor de journalistiek, 'en werd muziek een gepassioneerde liefhebberij'.

Hoe is het toch nog goed gekomen tussen jou en Mozart?

,,Dat gebeurde bij de herdenkingsdienst bij de dood van Joop den Uyl. In de Nieuwe Kerk in Amsterdam, een indrukwekkende bijeenkomst. Remco Campert las daar zijn mooiste gedicht voor: 'Iemand moet het doen'. En Frans Brüggen speelde met zijn orkest de Serenade voor blazers van Mozart. Ik was meteen van slag. Zo mooi vond ik dat. Daarna heb ik ook de strijkkwartetten leren kennen. Ik ben dol op strijkkwartetten, veel meer dan op strijkorkesten, laat staan symfonieorkesten: je hoort gewoon hoe de snaren worden geraakt. En zeker met die fraaie digitale opnamen tegenwoordig, eerst zijn er een paar mensen met een stuk hout en een paar snaren en dan komt er plotseling een wonder te voorschijn. Dat vind ik ook leuk aan pianospelen.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden