Review

T. C. BOYLE: 'De mens is zijn eigen vijand'

“Met zes andere mafkezen volgde ik een cursus 'creatief schrijven' aan de universiteit. We vormden een obscuur zootje ongeregeld dat nergens anders voor wilde deugen. Onze professor, een onverstoorbare Indiër, luisterde naar de poëtische experimenten van mijn klasgenoten. Hij liet niets merken, geen goedkeuring, geen afkeuring. Toen was ik aan de beurt. Bij het voorlezen van mijn absurdistische een-akter verscheen er een plooi rond zijn mondhoek. Daarna ontsnapte hem een onderdrukt gegrinnik en op het laatste schaterde hij van het lachen. Toen wist ik dat ik mijn roeping gevonden had.”

Thomas Coraghessan Boyle (1948) geniet de reputatie Amerika's meest briljante korte verhalenverteller van dit moment te zijn. Een man met een onmiskenbaar eigen stijl vol satire en spectaculaire beeldspraak. Op zijn eigen hotelkamer in Amsterdam waar hij op het punt staat een bijna drie maanden durende promotietoernee af te sluiten, maakt hij een ontspannen indruk. Met zijn oorklemmetjes, zijn nonchalante kleding en zijn felrode gympies oogt hij nog typisch als een produkt van de zestiger jaren. “Ik had me in die tijd volledig ondergedompeld in de hippie-scene. Eigenlijk wilde ik musicus worden. Ik speelde saxofoon, drumde en zong in allerlei gelegenheidsbandjes, experimenteerde met drugs en was zonder twijfel naar de donder gegaan als ik niet net op tijd het schrijven had ontdekt.”

De Vietnam-oorlog zette hem met beide benen op de grond: om aan de dienst te ontkomen, moest hij in allerijl een baantje in het onderwijs zoeken. Dat lukte ternauwernood, maar het was geen onverdeeld succes: “Die school stond in een achterbuurt van mijn geboorteplaats Peekskill in de staat New York. Ik was 21 en stond tegenover leerlingen van 19 jaar van wie sommigen al een baby hadden! Als ik 's middags thuiskwam, plofte ik als een wrak op m'n bed en kon geen pap meer zeggen. Maar ja, als het alternatief is dat je geëxecuteerd wordt, ben je wel extra gemotiveerd! Aan het onderwijs geven heb ik in ieder geval wel een zekere discipline overgehouden. Bovendien leer je een publiek te entertainen en daar heb ik nog steds veel profijt van.”

Dat blijkt diezelfde avond uit zijn optreden. Met groot gemak weet hij zijn gehoor aan zich te verplichten. Een kwinkslag hier, een goed getimede grap daar, Boyle toont zich in het korte verhaal dat hij voorleest opnieuw een verbale goochelaar die met ogenschijnlijke nonchalance de ene vondst na de andere uit zijn hoed weet te toveren. “Ik hou van het onverwachte, van tegendraadse opmerkingen die mensen aan het lachen maken”, zegt hij. “In feite is iedere conversatie voor mij een bron van humor. Dat vind je ook in de joodse cultuur. Ik heb zelf een Ierse achtergrond maar de meeste jongens met wie ik omging waren joods. We waren jong, wisten het beter dan iedereen, hadden nergens respect voor en een nogal cynische kijk op het leven. Dat sloop op een heel natuurlijke manier mijn verhalen binnen.”

Maar het zijn niet zijn korte verhalen die hem naar Nederland hebben gebracht. Al eerder publiceerde hij een vijftal romans waarin hij niet alleen bewees over een barokke verbeeldingskracht te beschikken, maar ook een kritische observator te zijn van de Amerikaanse cultuur. Overdadige consumptie, racisme, de scherpe scheidslijn tussen arm en rijk, het zijn thema's die in al zijn boeken opduiken. Toch was er geen roman bij die zoveel ophef veroorzaakte als zijn nieuwste boek, 'The tortilla curtain', de eigenlijke aanleiding van zijn toernee. 'De tortillagrens', zoals de Nederlandse vertaling luidt, behandelt een politiek gevoelig onderwerp: de illegale immigratie van Mexicanen naar Zuid-Californië. In een eerdere roman, 'Oost is oost' had Boyle al een enigszins vergelijkbare problematiek aangesneden: een jonge Japanse zeeman, Hiro Tanaka, produkt van een Japanse moeder en een Amerikaanse vader, springt voor de kust van Georgia overboord om het land van zijn vader te kunnen bezoeken. Zijn lang gekoesterde droom ontaardt al snel in een nachtmerrie.

Boyle is gefascineerd door raciale en culturele conflicten: “Ik heb jarenlang in Los Angeles gewoond. Dat is zo'n verbazingwekkende mengeling van culturen en talen, zelfs New York valt daarbij in het niet. Als je goed om je heen kijkt en je oren open houdt, komt zo'n onderwerp vanzelf op je af. Ik schreef het als een reactie op de paranoia over Japan in de tachtiger jaren. Plotseling bleek Amerika als economische wereldmacht niet langer nummer één te zijn. De Japanners kochten 'onze' filmstudio's op en kapitaal onroerend goed zoals het Rockefeller-centrum. Er verschenen allerlei boeken over de Japanse cultuur, en ook hun culinaire specialiteiten werden heel populair. 'Oost is oost' is mijn antwoord op die hysterie.”

Met 'De tortillagrens' heeft de trendgevoelige Boyle opnieuw een beladen onderwerp aangepakt. Hij beschrijft daarin de levens van Delaney Mossbacher, publicist over natuur en milieu, zijn vrouw Kyra, makelaar, hun zoontje Jordan en een stelletje huisdieren in het zonovergoten Zuidelijk Californië. Haaks daarop staat het leven van Dandido en America Rincon, illegale immigranten uit Mexico die zich verschuilen in de canyon nabij het landgoed waar de Mossbachers wonen. Wanhopig proberen ze een kruimeltje van de welvaartstaat mee te pikken, maar keer op keer moeten ze ervaren dat ze als dieren worden behandeld. Als Delaney Candido met zijn auto aanrijdt is dat het begin van een serie verwikkelingen waarin de humane, liberale natuurliefhebber Delaney volledig door het lint gaat en met getrokken pistool de jacht opent op de weerloze Mexicaan. Het apocalyptische slot zet het verwachtingspatroon van de lezer volledig op losse schroeven.

Hoe sterk deze roman van Boyle een reflectie is van de tijdgeest blijkt wel uit de beruchte 'proposition 187', een voorstel om illegale immigranten gezondheidszorg en onderwijsvoorzieningen te onthouden. Boyle begon eind '92 met het schrijven van zijn roman en legde er in augustus '94 de laatste hand aan. Dat was twee-en-een-halve maand voor de verkiezingen waarbij dit voorstel een hot item was: “Mijn verhaal liep dus in zekere zin vooruit op die discussie. Inmiddels is het voorstel aanvaard, maar nog niet toegepast omdat het misschien een schending van de burgerlijke vrijheden is zoals die zijn vastgelegd in de grondwet. Het Hof heeft daar nog geen definitieve uitspraak over gedaan.”

Het motto van 'De tortillagrens' is ontleend aan John Steinbecks 'The grapes of wrath': Dat zijn geen mensen. Zo leeft een mens niet. Zo'n smerig en ellendig leven zou een mens niet kunnen verdragen. “Dat sluit goed aan bij de opvatting dat die Mexicanen ook niet veel meer dan dieren zijn”, zegt Boyle, en hij verwijst naar de situatie in de crisisjaren toen de wanhopige boerenbevolking uit Oklahoma naar California trok om zich als goedkope arbeidskracht te verhuren. Ik wil Steinbecks ethos afzetten tegen de realiteit van nu. Toen was er nog geen sprake van overbevolking of hulpronnen die uitgeput raakten. Een ander verschil is dat het niet meer gaat om arme, overwegend blanke Amerikanen, maar om Latino's, vooral Mexicanen met een andere huidskleur en van een ander ras. Als je het Darwinitisch bekijkt, zie je dat dieren ook geen territorium respecteren als ze het vege lijf moeten redden. Met de gigantische overbevolking is het onvermijdelijk dat als je aan de ene kant van het hek sterft en er aan de andere kant meer dan voldoende is, je daar op af gaat. Als schrijver pas ik ervoor een uitgesproken politiek standpunt in te nemen. Dat zouden veel mensen wel willen, want dan kunnen ze je gelijk inlijven, maar zo simpel ligt het niet. Ik ben er niet op uit om een polemiek of een politiek pamflet te schrijven. Ik probeer het onderwerp in al zijn aspecten uit te werken om erachter te komen wat ik er zelf van vind. Hoewel het voor de lezer duidelijk is waar mijn sympathie naar uitgaat, geef ik ze geen gemakkelijke oplossingen, daarvoor is de kwestie veel te gecompliceerd. Delaney Mossbacher is een welwillende liberaal met mooie principes, maar hij blijkt gevoelig voor de paranoia en de behoefte van een gemeenschap om een zondebok aan te wijzen. Hoewel hij harde bewijzen heeft voor de onschuld van Candido, negeert hij die met opzet omdat hij al volledig over de rooie is en alleen nog maar uit is op wraak. Dat kan ieder weldenkend mens overkomen, al willen we dat niet onder ogen zien. De overbevolking is een biologisch probleem, wij zijn daar allemaal bij betrokken en allemaal zijn we verantwoordelijk voor de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen, dus in die zin zijn er geen 'good guys' en 'bad guys'. De mens is zijn eigen vijand geworden.”

In The New York Times kreeg Boyle de wind van voren omdat de karikaturale beschrijvijng van de Mossbachers niet zou passen bij zo'n gevoelig politiek-beladen onderwerp. Geconfronteerd met die kritiek schieten zijn ogen vuur. Even laat hij zijn relaxte pose vallen en haalt hij uit naar zijn opponent: “Wie zegt dat? Een tweederangsschrijver die kennelijk jaloers is op mijn succes. Volgens mij is hij geschokt door het portret van de blanke liberalen omdat hem dat persoonlijk ongemakkelijk makt. Ach, er is een hoop professionele kinnesinne. De auteurs die bij de top horen, hebben geen tijd om recensies te schrijven.”

Dat lucht op. Alles weer onder controle. “Ik vind Delaney en Kyro ook geen karikaturen, maar eerder satirisch getekende personages. Een karikatuur is een oppervlakkig, overdreven portret van iemand terwijl een personage dat het voorwerp van satire is wel een volledige uitgewerkt karakter kan zijn. Dat is met die twee ook het geval. Ik schrijf: 'Ze jogden, rookten niet, dronken sociaal en aten weliswaar niet volledig vegetarisch, maar hielden hun consumptie van dierlijk vet scherp in de gaten (...) in religieuze zaken waren ze agnost.' “Mensen kunnen zich daar wel aan ergeren, maar zo lopen er miljoenen rond. Dat is geen karikatuur. De Mexicaan Candido portretteer ik niet zo scherp, maar dat kon ook niet anders omdat het niet zou werken als ik hem met een knipoog zou beschrijven. Het boek moest een centrum hebben. Bovendien heeft iemand als Candido in de werkelijkheid ook geen stem. Hij is de anonieme sinaasappelverkoper op de hoek van de straat die voorbij wordt gelopen alsof hij niet bestaat.”

De ophef rond 'De tortillagrens' heeft Boyle in ieder geval een breder publiek bezorgd en de beste verkoopcijfers uit zijn carrière. De roman waar hij op dit moment aan werkt zal overigens niet zo'n politieke lading hebben. Een onderwerp ontwikkelt zich bij Boyle nimmer vanuit een vooropgezet plan: het verhaal groeit organisch vanuit een openingszin en dat zorgt iedere keer opnieuw voor verrassingen, ook voor de schrijver: “Je begint nooit met een nauwkeurig omschreven agenda, anders wordt het al gauw te didaktisch, te prekerig. Je schrijft juist om uit te vinden wie je bent en waar je in gelooft.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden