Syrische vluchteling praat nu ook zelf mee

Beeld Jean-Pierre Jans

Niemand die de problemen van vluchtelingen zo goed onder de aandacht kan brengen als een nieuwkomer zelf. Daarom kreeg een groep Syriërs de afgelopen maanden een lobbycursus.

20 april 2018, Tropenmuseum, Amsterdam

Durf jezelf pijn te doen, houdt mediatrainer Marjolijn van Oordt haar toehoorders voor. "Je houdt je bezig met onderwerpen waar je emotioneel heel betrokken bij bent. Gebruik die emotie als brandstof. Maar laat het nooit de overhand krijgen." Voor haar, in een zaaltje in het Tropeninstituut in Amsterdam, zitten vijftien jonge Syriërs. De meesten van hen zijn de afgelopen vier jaar naar Nederland gekomen, gevlucht voor oorlogsgeweld. Bijna allemaal zijn ze academisch geschoold en maatschappelijk actief. Hun Nederlands is in de meeste gevallen goed, al worden de lessen in het Engels gedaan, zodat ook de recent aangekomen Syriërs mee kunnen doen.

Die lessen gaan over lobbyen, het programma wordt gegeven door mensenrechtenorganisatie Kompass. Het motto van de cursus: ‘Nothing About us Without us’ (niets over ons zonder ons). Kompass geeft les vanuit de gedachte dat de problemen die vluchtelingen in Nederland ervaren, het beste door henzelf onder de aandacht kunnen worden gebracht bij media en politici. Zodat niet, zoals oud-NOS-hoofdredacteur Hans Laroes tijdens zijn voordracht deze dag aanhaalt, Gerard Joling in talkshows komt opdraven om het Midden-Oosten te duiden.

De Syriërs zijn inmiddels een paar maanden bezig. Sinds januari volgen ze werkgroepen met wetenschappers, journalisten, psychologen en lobbyisten. Naast de groepslessen werken ze aan een onderwerp dat ze onder de aandacht willen brengen bij beleidsbepalers. Overmorgen is er in 's avonds in Utrecht een conferentie, waarin de afgelopen maanden worden afgerond. Tot het eind van het jaar werken de studenten door aan hun projecten.

Van Oordt vraagt de cursisten hoe zij hun project aan journalisten zouden presenteren. Ze waarschuwt vooraf: word nooit drammerig. Je moet je verhaal zo brengen, dat een journalist of politicus zélf de conclusie trekt dat er wat mee moet gebeuren.

Akram Alsaud en Tamer Allaloush gaan voor de groep staan en zeggen dat ze het beeld onderuit willen halen dat Syriërs de verzorgingsstaat komen belasten. “Vluchtelingen zullen bijdragen aan Nederland”, zegt Allaloush. “In drie jaar tijd hebben zij de inburgerings- en taalcursussen gehaald en kunnen zij werken. Dan betalen ze de investering die Nederland in hen deed terug.”

Fout, zegt Van Oordt. “Dat je pas na drie jaar kunt werken, is niet wat mensen willen horen. Ja, het is wél de waarheid. Maar je moet niet vertellen wat je nodig hebt om van waarde te zijn. Laat zien dat je waarde toevoegt.” Verkoop jezelf, zegt de mediatrainer. “Laat je cv's zien! Als ik jullie cv's vergelijk met die van de vijftien beste vriendinnen van mijn dochter, dan zijn die van jullie vele malen beter.”

Maar dan moet je wel redeneren dat veel Nederlanders je bij voorbaat als ‘gelukszoeker’ zien, zegt Van Oordt. En dat is pijnlijk. Dat kan je boos maken, maar emoties mogen nooit de overhand krijgen.

“De Ceo’s die ik begeleid tijdens een crisis, huilen ook. Voor hen is het ook moeilijk. Ik kan me niet voorstellen hoe moeilijk het voor jullie is.”

Het is niet de eerste keer tijdens haar seminar dat Van Oordt zich bijna verontschuldigt voor de zware tijd die de Syriërs gehad hebben. Cursist Ahmad Naffakh (25) spreekt haar erop aan. “Ik ben er helemaal niet zo mee bezig dat ik erge dingen heb meegemaakt. Je went eraan. Ik leef hier ook gewoon mijn leven, zonder de hele tijd te denken aan wat er in Syrië is gebeurd.”

Tijdens de pauze staat Naffakh met Akram Alsaud een sigaret te roken. Ze worden liever niet de hele tijd als vluchteling afgeschilderd, zegt Alsaud. “Het gaat in de media altijd over vluchtelingen, zonder details. Terwijl elke Syriër een ander verhaal heeft. Altijd wordt er over ons gepraat, nooit met ons. Daardoor lijken we één homogene groep zijn, alsof we van een andere planeet komen.” Naffakh: “Ik word liever geen vluchteling genoemd. Canada heeft een beter woord: newcomers.”

25 april 2018, kantoor van Kompass, Den Haag

Akram Alsaud (28) was tot eind 2015 helemaal niet van plan om te vluchten, vertelt hij aan de houten picknicktafel in de binnentuin van Kompass in Den Haag. De architectuurstudent richtte in zijn woonplaats Aleppo een stichting op die Syrisch erfgoed in kaart brengt, zodat het na de oorlog kan worden herbouwd. Alsaud sprak zich vaak uit tegen het regime van president Assad. In 2010 werd hij gearresteerd. Volgens de geheime dienst had hij geprobeerd medestudenten te beïnvloeden. Hij is blij dat hij nu in Nederland woont: “Hier zijn zoveel mensen met verschillende ideeën. Als ik zeg dat ik het niet met je eens ben, dan hoef je me niet te arresteren. Hier kun je praten, je kunt stemmen.”

De groep die bij Kompass les krijgt, is representatief voor Syrië. De deelnemers zijn afkomstig uit zo ongeveer alle groepen in het land: sommigen zijn tegen het regime, anderen zien dat genuanceerder. Er zitten alavieten bij, druzen, soennieten, christenen en joden. Een deelnemer komt op voor homorechten. De eerste weken leerden de cursisten om te gaan met die verschillen. Er zijn discussies in de groep, zegt Kompass-directeur René Rouwette, nooit conflicten. Alsaud beaamt dat: “We proberen elkaars standpunt te respecteren. We werken allemaal voor de toekomst van Syrië of Syriërs in Nederland. Je moet elkaars rechten accepteren. Ik haatte de Syrische overheid niet vanwege haar aanhangers, maar vanwege haar beleid en de onvrijheid.”

Alsaud besloot Syrië te ontvluchten toen de Russen zich in de strijd mengden en Aleppo belegerd werd. Dat het leven zwaar is voor de achterblijvers, merkt hij in het contact met familie. Zijn broer zit al een jaar ondergedoken om de dienstplicht te ontlopen.

De ervaringen van zijn broer bepaalden Alsauds keuze voor een lobby-onderwerp. Vandaag scherpt hij het aan tijdens een coachingsgesprek. Alsaud wil voorkomen dat Syrië door de Nederlandse overheid als 'veilig land' wordt aangemerkt en Syrische asielzoekers moeten terugkeren. Als schrikbeeld geldt Afghanistan. Volgens de rechter is dat land veilig. Mensenrechtenorganisaties bepleiten het tegendeel, wijzend op het oplaaiende geweld in het land.

Kompass-directeur René Rouwette wil dat Alsaud helder maakt waaróm Syriërs in de nabije toekomst niet terug kunnen keren. Alsaud: “Je moet in dienst, en vechten. Dat kun je niet ontlopen, daarom ben ik ook gevlucht.”

Rouwette: “Wat is het meest verstrekkende gevolg daarvan?”

Alsaud: “Het regime heeft lijsten met anderhalf miljoen namen. Je kunt checken of jouw naam er op staat. Die van mij staat ook op de lijst.”

Rouwette: “Je had het net over marteling en gevangenschap. Wat is het meest verstrekkend?”

Alsaud: “Dat je doodgaat in Syrië.”

Rouwette: “Juist.”

Het verhaal van Alsauds broer maakt indruk. Een persoonlijk verhaal werkt goed tijdens het lobbyen, zeggen Rouwette en coach Munish Ramlal. Rouwette: "Je hebt je verhaal. Je hebt een duidelijke groep voor wie dit opgaat. Nu moet je nog weten aan welke criteria een veilig land voldoet, en of dienstplicht of een strijd tussen sektarische groepen hierin een rol kunnen spelen."

14 mei 2018, kantoor van Kompass, Den Haag

Hoe kom je bij de gemeente aan tafel? Zina Bankasli heeft haar lobbyplan in grote lijnen uitgewerkt, ze weet dat het uitvoerbaar is, nu moet ze het nog onder de aandacht brengen bij gemeenteambtenaren.

Bankasli wil gevluchte werklieden aan een baan helpen in Nederland. In de bouw zijn immers veel vacatures, en Syriërs vinden moeilijk werk. Thuis merkte ze welke gevolgen werkloosheid kan hebben. Haar vader, die in Syrië een carrière had als ondernemer zat lang werkloos thuis. Hij werd somber, was niet meer de energieke man die zijn kinderen kenden. “’Je mag niet werken terwijl je inburgeringscursussen volgt. Maar omdat hij geen baan had, nam ook zijn motivatie voor de inburgering af.” Inmiddels heeft hij wel werk. Hij importeert en exporteert medische apparatuur. En hij vond zijn levenslust terug.

Daarom, vindt Bankasli, moeten Syriërs veel eerder aan het werk. Alleen al in haar omgeving kent ze zeker vijf mannen die meteen aan de slag kunnen.

Op een bijeenkomst sprak ze een ambtenaar in haar woonplaats Krimpen aan den IJssel. Ook in de grote buurgemeente Rotterdam wil ze aan tafel. Ze had daar één informeel gesprek met een Rotterdamse ambtenaar over haar plannen. “Ik wacht nu al een maand op een reactie. Zij bood aan te helpen, maar het contact is er nog niet.”

Rouwette wijst erop dat er bij een volgend gesprek voortgang moet zijn. “Anders is het niet interessant voor de gemeente.” Coach Anil Kumar vult aan: “Geef ze het gevoel dat als ze niet bellen, ze iets geweldigs mislopen.”

Bankasli valt op in de groep. Met 21 jaar is ze de jongste deelnemer, ze is de enige die een hoofddoek draagt. Ze springt er vooral uit door haar inzet en talent. Na haar studie international business en management aan de Hogeschool Rotterdam wil ze gaan werken voor het bedrijf van haar vader. Haar kennis over internationaal zaken doen zal haar van pas komen, denkt ze.

Bankasli vindt dat ze een voorbeeldfunctie heeft. Zij heeft de kans om namens andere Syriërs te spreken en om Nederlanders te informeren over Syrië. Omdat ze ziet hoe weinig Nederlanders weten van het conflict en de complexiteit ervan. Ze wil vooroordelen over Syriërs de wereld uit helpen. "Ja, dat is een grote verantwoordelijkheid. Maar ik ben in de positie om die verantwoordelijkheid te nemen."

11 juni 2018, Syrisch restaurant Syr in Utrecht

Zina Bankasli, Akram Alsaud en Mohammad Kanfash (31) zijn door de rest van de groep naar voren geschoven om in Utrecht minister Wouter Koolmees te spreken. De minister van integratie was uitgenodigd voor de conferentie van komende vrijdag, maar kan er niet bij zijn. Desondanks wilde hij de groep graag ontmoeten.

Bankasli heeft een lijstje met werklieden in de regio-Rotterdam, maar het contact met de gemeente is er nog altijd niet. “Ik wil de directeur sociale zaken spreken”, zegt Bankasli assertief tegen de minister. “Kunt u dat regelen?” Koolmees, die in Rotterdam woont, denkt van wel. Hij kijkt naar zijn assistenten: “Kennen we iemand daar?”

De minister herkent ook het dilemma van Alsaud, dat Syriërs nooit zeker weten of zij in Nederland mogen blijven. “Als minister ga ik hier niet over, maar je hebt een legitiem punt. Ik snap dat jij onzeker bent over je toekomst.” Alsaud wil de mensen spreken die bij Buitenlandse Zaken over het ambtsbericht gaan. Koolmees zegt te willen helpen het contact tot stand te brengen.

Koolmees ziet in het gesprek met de drie een bevestiging voor zijn voorgenomen wijziging van het inburgeringsbeleid. “Een van de grote issues is dat mensen niet mogen werken wanneer zij niet ingeburgerd zijn. Mensen moeten veel eerder aan de slag kunnen.”

Na afloop zijn de Syriërs opgetogen. De minister kwam geïnteresseerd over, zegt Bankasli, die blij is dat ze nu mogelijk een ingang heeft in Rotterdam. “Als de minister er achter staat, dan komt er vast beweging in.”

Mohammad Kanfash, die niveauverschillen binnen en tussen taalbureaus onder de aandacht wil brengen, is hoopvol. “De minister begreep het echt. Ik heb grote verwachtingen. Voor mijzelf en voor andere Syriërs.” Bij Kompass is de groep er al op voorbereid dat beleid bijsturen moeilijk is en dat de uitkomsten zelden optimaal zijn.

Kanfash weigert pessimisme toe te laten. “Overheden werken vaak traag. Daar zijn het overheden voor. Ik geloof in sociale activiteit. Dingen beginnen klein, van onderop, en groeien vanzelf”, licht hij toe.

Kanfash noemt zichzelf geprivilegieerd. De kennis die hij opdeed wil hij in Syrië inzetten, zegt hij. “Ik wil het land helpen opbouwen. Nu heb ik de connecties en kennis om dat te doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden