Syrische oppositie krijgt nieuwe, frisse gezichten

Grootste opgave voor de leiding van de Syrische Nationale Coalitie: controle krijgen over de eigen strijders

Na een week bekvechten, duwen en trekken kwam het er zondag dan toch van: de Syrische oppositie verenigt zich, en maakt een nieuwe start met nieuwe gezichten in de leiding. De in Katar opgerichte Syrische Nationale Coalitie (SNC) moet vanaf nu met één stem spreken, de Syrische bevolking achter zich krijgen en, misschien nog belangrijker: de internationale gemeenschap.

Het eerste zal nog niet eenvoudig worden. Alleen al uit de tijd en moeite die het kostte om tot een akkoord te komen, blijkt dat de oppositie nog altijd sterk verdeeld is. Maar onder zware druk van westerse en Arabische landen, die graag één loket willen voor overleg en het geven van financiële en eventueel militaire steun, kwamen de verschillende partijen tot een akkoord.

Grote dwarsligger was de Syrische Nationale Raad, de oppositieclub die tot nu toe pretendeerde het opstandige Syrische volk te vertegenwoordigen, maar dat met weinig succes deed. De beweging, bestaand uit ballingen, kon in Syrië zelf vooral op scepsis rekenen. Gewapende opstandelingen trokken zich al helemaal weinig aan van de 'politici'.

Het was de westerse landen die de opstand in Syrië steunen allemaal een doorn in het oog, evenals de grote invloed die islamistische Moslimbroeders binnen de raad hebben. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Hillary Clinton stelde daarom twee weken geleden dat de politieke oppositie ook moet bestaan uit mensen die in Syrië 'aan het front vechten en sterven'.

De nieuwe coalitie lijkt inderdaad te beschikken over meer street credibility dan haar voorgangers. Voorzitter is de gematigde islamist Moaz Khatib die veel aanzien geniet onder Syrische soennieten, de twee vice-voorzitters zijn Soehair Atassi en Riad Seif, twee vooraanstaande seculiere oppositiefiguren. Alle drie hebben ze in de cel gezeten voor hun deelname aan de revolutie.

Daarnaast is de SNC representatiever voor de lijdende bevolking ín Syrië dan haar voorganger. Weliswaar zijn 22 van de zestig zetels gereserveerd voor de Syrische Nationale Raad (die dus blijft bestaan), maar zo 'buitenlands' als die raad, is de SNC niet. Ook de Lokale Coördinatie Comités - de organisatie van niet-gewapende activisten in Syrië - hebben bijvoorbeeld hun handtekening onder de coalitieovereenkomst gezet.

Nu moet de nieuwe oppositieclub zich alleen nog in de praktijk bewijzen. Het doel is simpel: het ten val brengen van het regime. Om dat te bespoedigen komt er een militaire raad met daarin vertegenwoordigers van de gewapende opstandelingen. Daarnaast richt de SNC een juridisch comité en een overgangsregering op, zodat Syrië niet in wetteloosheid en een politiek vacuüm belandt zodra het regime daadwerkelijk weg is.

De regering en het juridisch comité zullen er wel komen. Maar hoe de nieuwe oppositiebeweging greep moet gaan krijgen op de strijders in Syrië, is nog onduidelijk. De nu op een zijspoor gerangeerde politieke oppositie worstelde er een jaar mee: gewapende groepen op de grond vormen geen eenheid, en pogingen om die te bewerkstelligen liepen keer op keer op een mislukking uit.

Dat probleem is niet zomaar verdwenen met een fris verkozen gezicht in Katar, met alle gevolgen van dien. Want natuurlijk is het fijn als de oppositie niet meer ruziet. Als er één loket is voor het diplomatiek verkeer. Maar zolang de 'politici' geen aantoonbare controle hebben over eigen strijders, zullen vooral westerse landen zich twee keer bedenken voor ze zwaar geschut Syrië insturen - richting de radicale strijders die daar ook rondlopen. Het Westen heeft geen zin in een wespennest.

Willen de opstandelingen de strijd tegen het regime winnen, dan hebben ze die zwaardere wapens juist nodig, en misschien zelfs een gewapende interventie van buitenaf. Alles wijst erop dat de nieuwe politieke voorhoede nog een lange weg te gaan heeft voordat die doelen dichterbij zijn gebracht.

Politieke leiding SNC
De nieuwe leiding van de Syrische politieke oppositie bestaat uit voorzitter Moaz Khatib, (midden) sjeik uit een vooraanstaande familie van geestelijken in Damascus. Khatib, gematigd en verklaard tegenstander van sektarische strijd, werd drie keer vastgezet voor hij deze zomer het land verliet. Vice-voorzitters zijn de seculiere activisten Soehair Atassi (l) en Riad Seif (r). Beiden waren actief tijdens de Lente van Damascus, een relatief vrije periode aan het begin van Basjar Assads regime. Seif, in de jaren negentig lid van het Syrische parlement, was verantwoordelijk voor het opstellen van het plan voor de Syrische Nationale Coalitie, naar verluidt met hulp van de VS.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden