Syrisch-orthodoxe kerk / Aartsbisschop bijgezet in klooster

Zittend op een stoel is het lichaam van Julius Yeshu Çiçek, aartsbisschop van de Syrisch-orthodoxe kerk in West-Europa, zaterdag bijgezet in het mausoleum van het klooster in het Twentse dorp Glane.

Edo Sturm

Driemaal maakt Sara Hanna het kruisteken, dan kust ze vlug haar vingertoppen en strekt haar handjes uit naar de zilvergrijze Mercedes waarin patriarch Zakka I Iwas, die als hoogste gast bij de plechtigheid aanwezig was, zachtjes wegglijdt.

Het 8-jarige meisje zit eerste rang, op de schouders van haar vader, een van de 15000 Syrisch-orthodoxe gelovigen die zich voor de Mariakerk hebben verzameld.

,,We zijn gekomen om elkaar te condoleren”, zegt A. Hanna uit Enscede. Hij heeft geluk: hij staat voor in de tent, pal onder een groot videoscherm waarop de dienst voor de mensen buiten te volgen moet zijn. Wanneer eindelijk de houten kerkdeuren opengaan, loopt de patriarch zowat op hem toe, slechts afgescheiden door een kordon veiligheidsmensen. Vele honderden andere belangstellenden moeten het doen met een zompig plekje in de weilanden rondom het klooster en flarden van de liturgie en meerstemmige zang.

In de kerk zitten genodigden, onder wie staatssecretaris Ross en de ambassadeurs van Turkije, Syrië en Libanon, landen waaruit veel gelovigen oorspronkelijk afkomstig zijn. Buiten zoeken duizenden in zwart, bruin of donkerblauw gekleed naar familie en bekenden, want behalve een verdrietig ritueel – hier en daar moffelt een vrouw een traan weg in haar zakdoek – is de bijzetting van de aartsbisschop een samenkomst van mensen die, op de vlucht voor vervolging en oorlog, over de halve wereld zijn verspreid.

,,Wij zijn de overlevenden”, zegt Johan Onsal uit Hengelo, die als vrijwilliger de pers begeleidt.

Halverwege de ochtend wordt de overleden aartsbisschop over een rode loper vanuit het klooster naar de kerk gedragen, zittend in zijn stoel en gehuld in een rijkelijk versierd gewaad.

De hele dienst zit hij voor het altaar, het bleke gelaat scheefgezakt in de eeuwige slaap. Wierook brandt, en er zijn bijbellezingen, gebeden en gezangen. ’s Middags wordt de aartsbisschop bijgezet in de crypte, waarna een metselaar heel aards zijn werk doet.

Kardinaal Simonis, in rode kazuifel, herdenkt Çiçek tijdens de dienst als ’een goede herder met onvolprezen toewijding en inzet’, die heeft bijgedragen aan ’een goede relatie tussen de kerken’.

Burgemeester J. Westendorp van Losser roemt de toegankelijkheid van de overleden hoogwaardigheidsbekleder, die zich in Twente mengde onder de gewone mensen en Glane beschouwde als zijn tweede huis dat hij intussen uitbouwde tot een van de wereldcentra van het Syrisch-orthodoxe geloof. ,,En daar zijn we trots op.”

Hij krijgt applaus, net als de Hengelose priester Gabriel Kaya, die voorlopig de honneurs in het bisdom waarneemt en zijn volgelingen moed inspreekt. De toejuichingen voor patriarch Zakka gaan samen met het schrille keelgeluid van rouwende Arabische vrouwen.

Na afloop zijn er liters koffie en dozen vol broodjes voor de verkleumde gelovigen buiten. Er staan tenten en mobiele toiletten en vanaf het weiland rijden bussen naar de vliegbasis Twenthe en het Duitse Gronau, net over de grens, waar parkeerterreinen zijn ingericht. Her en der staan boxen waarin de bezoekers een donatie kunnen achterlaten voor het klooster en de zes Twentse parochies die deze dag tot in de puntjes hebben verzorgd.

Jonge vrijwilligers, herkenbaar aan een wit T-shirt met daarop de naam van de overledene, bedienen. Als een priester, in zwart-paarse mantel en met uivormige zwarte muts, aanschuift voor een bekertje koffie, pakt een meisje zijn hand en slaat vervolgens blijmoedig een kruis.

De kerk en de gelovigen

Het diocees van de overleden Çiçek–zetel, Glane, omvat de Benelux, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland. De meesten van de 50000 Syrisch-orthodoxen wonen in Duitsland; Nederland (vooral Twente) telt 10000 gelovigen. Ze komen vooral uit Turkije en Syrië, waar ze vervolging vreesden. Onder de in 1915 door de Turken vermoorde Armeniërs zaten veel geloofsgenoten. In de jaren zeventig kregen de orthodoxen in Nederland bekendheid door het ’kerkasiel’, hun verleend toen ze uitgezet dreigden te worden.

Evenals de Koptisch- en Armeens-orthodoxen zijn de Syrisch-orthodoxen ’monofysiten’: ze geloven dat Jezus niet twee naturen had (mens én God), maar slechts één, de goddelijke.

De Syrisch-orthodoxe kerk is lid van de Wereldraad van Kerken en van de Nederlandse Raad van Kerken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden