Syrië zoekt toenadering tot oude vijanden

Regime wil Koerdische minderheid, die jarenlang werd onderdrukt, nu opeens te vriend houden

Niet alle demonstraties voor de democratie in Syrië worden beantwoord met geweervuur. De betogers in het overwegend Koerdische noordoosten van het land zijn het geweld grotendeels bespaard gebleven. "Het ergste wat het leger tegen ons gebruikt heeft, is traangas", zegt de Koerdische activist Ciwan Joesef.

Joesef organiseert pro-democratieprotesten in Kamisjli, de grootste stad in Koerdisch Syrië. Inmiddels is daar het aantal betogers de 10.000 gepasseerd. Negen op de tien van hen is Koerdisch. "Het regime wil niet nog een front erbij hebben door de Koerden te provoceren."

Vóór de opstand in Syrië werd oppositie uit de Koerdische hoek juist extra streng aangepakt. "Op de Moslimbroederschap na waren we staatsvijand nummer één", zegt Joesef, die zeven jaar vastzat om politieke redenen. "In de gevangenis werden wij [Koerdische dissidenten, red.] meer gemarteld dan anderen."

De vijandigheid van de Syrische staat tegen de Koerden, naar schatting 10 procent van de bevolking, vloeit voort uit de ideologie van het Assad-regime. Hierin wordt de 'Syrische Arabische Republiek' als een Arabisch land gepresenteerd.

Voor de Koerden, die zichzelf als een etnische groep zien, is daarom geen ruimte. Er zijn restricties op Koerdische culturele uitingen en de overheid investeert nauwelijks in het Koerdisch gebied. Zo'n 300.000 Syrische Koerden zijn zelfs statenloos, omdat de regering hen als buitenlanders beschouwt.

Maar sinds kort zoekt het regime dus toenadering tot de Koerden. Voor zover zijn Arabisch nationalisme het toelaat, klinkt president Basjar Assad verzoenend als hij over zijn Koerdische 'landgenoten' spreekt. Een deel van de statenloze Koerden kreeg na het begin van de opstand zelfs de Syrische nationaliteit, en de viering van het Koerdisch nieuwjaar New-roez werd onlangs toegestaan.

Voor de traditionele Koerdische leiding, bestaande uit dertien verboden partijen, is dit een enorme zege. "We hebben nog nooit zoveel vooruitgang geboekt", zegt Mahmoed, een lokale Koerdische partijleider uit Damascus, die niet zijn echte naam wil noemen. "Het regime wil met ons in gesprek en biedt voor het eerst hoop. Maar de uitkomst van de revolutie is onbekend."

Misschien is het deze onzekerheid die de Koerdische partijleiding grotendeels buiten de opstand houdt. Volgens Hozaan, een Koerdische activist uit Damascus, zijn de leiders oud en moe van de strijd. "Er zijn mannen van tachtig bij die hun leven lang vervolgd zijn. Zij zijn allang blij dat Assad met ze wil praten."

Toch passen de Koerdische partijen voor gesprekken met het regime. De jonge Koerdische betogers zien dit namelijk als verraad. "Zolang er tanks op straat zijn valt er niet te praten met het regime", licht de 27-jarige Hozaan toe. "De verzoenende toon van Basjar richting de Koerden is puur symbolisch. In Damascus wordt gewoon op ons geschoten."

Hozaan doet mee aan de protesten in Rokn al-Dien. Deze overwegend Koerdische wijk in Damascus wordt al meer dan een maand belegerd. "Er zijn overal veiligheidstroepen. Als we demonstreren moet het klein en snel."

Hoewel het regime ook de Koerden van Damascus niet wil provoceren zijn er toch doden gevallen in Rokn al-Dien. "Ze willen koste wat kost voorkomen dat de betogers Damascus innemen", zegt Hozaan. "Maar het is te laat. Arabieren en Koerden demonstreren samen voor de democratie."

Het is bijzonder dat Arabische en Koerdische betogers samenwerken in Syrië. De verdeel- en heerspolitiek van het Assad-regime maakte dat tot voor kort ondenkbaar. "Het regime heeft Syrië in etnische en religeuze eilandjes verdeeld", zegt Joesef. "Maar we zetten ons hier steeds meer overheen. De revolutie was nog geen twee maanden oud toen betogers in heel Syrië onder de leus 'Azadi' demonstreerden." Azadi is het Koerdische woord voor vrijheid.

Toch is er ook onenigheid tussen Koerdische en Arabische oppositiegroepen. Veel Koerdische partijen boycotten de vergaderingen die de Syrische oppositie organiseerde in Turkije. De partij van Mahmoed deed dat na een geschil over het predicaat 'Arabisch' in de officiële naam van Syrië. Ook zijn de Koerden sceptisch over de samenwerking van de Syrische oppositie met Turkije. Turkse Koerden worden immers al decennia lang onderdrukt.

Maar de jonge Koerdische betogers laten zich niet tegen houden. "Eerst moet Assad vallen", zegt Hozaan. "Daarna worden we het wel eens met de Arabieren. De strijd op straat verbroedert."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden