Symposium van geestelijk verzorgers eindigt in crisis

De invoering van een onafhankelijk beroepsregister voor geestelijk verzorgers is uitgesteld. De verdeeldheid daarover binnen de grootste beroepsvereniging is te groot. Het voorstel om bidden voor genezing in de opleiding op te nemen, krijgt weinig steun.

’Laat u geen crisis aanpraten”, zegt Godelieve van Heeteren. Het PvdA-TweedeKamerlid is dagvoorzitter van het symposium in Amersfoort van de Vereniging van geestelijk verzorgers in zorginstellingen (VGVZ, 850 leden) – en die hebben halverwege de dag al veel voor de kiezen gehad. „U bent de voorhoede”, zegt Van Heeteren – de tijd van strak gereguleerde zorg, van alles moet meetbaar zijn en uitsluitend evidence based, heeft juist zijn langste tijd gehad. De zaal applaudisseert.

Bij de middagboterham vertelt Bert de Leede, een van de workshopleiders, hoezeer hij het daarmee eens is. Hij heeft als Gereformeerde Bonder – stevig orthodox PKN’er – zelf weinig last van identiteitscrisis, en vindt dat voor geestelijk verzorgers ook helemaal niet nodig. „Ze zijn een niche. Ik voel dat de maatschappij verandert. Men wil af van dat maakbaarheidsideaal. Dat er niet alleen een dokter aan je bed komt die vraagt: ’Hoe gaat het met u?’ Maar ook een pastor die vraagt: ’En hoe gaat het nu écht met u?’ Geestelijk verzorgers kunnen helpen om het drama van het bestaan te verwerken.”

De Groningse bijzonder hoogleraar geestelijke verzorging Hetty Zock had haar gehoor ’s morgens niet gespaard. Ze sprak van een ’professionele identiteitscrisis’. De één hecht aan christelijke zielzorg, de ander aan humanistisch ’geestelijk werk’. Zock wees twee redenen aan voor die crisis. Ten eerste de ontkerkelijking: de geestelijke verzorging stamt uit de christelijke traditie, maar een ’gedeelde levensbeschouwing’ bestaat niet meer.

Tweede factor: de standaardisering. Alles draait om rationaliteit en protocollen – en daar zijn geestelijk verzorgers niet zo op ingesteld. Tenzij ze hun werk meetbaar willen laten zijn, als ’levensbeschouwelijke therapie met aanwijsbare effecten’.

De hoogleraar gaf een hartenkreet: dat geestelijk verzorgers niet het alleenrecht claimen op zorg op menselijke maat – ook de arts doet aan ’presentie’, blijft bij patiënten, ook als er niets meer aan hen te dokteren valt.

Moraaltheoloog Carlo Leget, docent medische ethiek aan het Universiteit Medisch Centrum St Radboud in Nijmegen, bepleitte het nastreven van een ’eigen rationaliteit’: niet worden als de dokter. Hij hekelde de benoeming van een jezuïet in Nijenrode, voor ’spiritualiteit’ – dat zou bedrijven gezonder maken; winstgevender ook. Leget waarschuwt tegen ’het ziekmakende virus dat utiliteit heet’. Waar is de geestelijk verzorger dan goed voor? Dat is wat vaag, maar voor Leget geen probleem. „Onhelderheid is een geuzennaam”, zegt hij.

Tussen de lezingen en workshops door kwam het voorstel van Harmen de Vries (zaterdag in Trouw) ter sprake: voer bidden om genezing in de gezondheidszorg in en neem een module ’dienst der genezing’ op in de nieuw te vormen opleiding van geestelijke verzorgers van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

Hoogleraar geestelijke verzorging Johan Bouwer uit Kampen heeft bedenkingen. „Wat is er zo bijzonder aan? Iedere dag bidden geestelijk zorgverleners met honderden patiënten, cliënten en bewoners en worden rituelen voltrokken. En volgens het Trimbos-instituut waarderen patiënten het werk van geestelijk zorgverleners met het cijfer tien. Dus waar zit de vraag naar de ’dienst der genezing’ die De Vries op het spoor denkt te zijn?”

Collega Hetty Zock vindt het ook een kansloos plan. Onder de ruim 300 aanwezigen ’is er niemand die dat wil’, zegt Zock.

Maar dat blijkt niet te kloppen. Bert de Leede, rector van theologisch seminarium Hydepark van de PKN, noemt het juist ’een prachtig idee’. „Een geestelijk verzorger moet zijn talen spreken, ik bedoel: verschillende religieuze achtergronden begrijpen. Als je bij de eerste de beste allochtoon in een ziekenhuis langskomt, zegt ie: hier, in mijn buik, doet het pijn. Wilt u voor me bidden? Daar moet je een antwoord op hebben. Zo’n opleiding ’dienst der genezing’ die De Vries wil, zou daar goed bij van pas komen.”

Geestelijk verzorgers hebben een ’specialisme’, een eigen rol, methodiek, domein – zingeving, levensbeschouwing, ethiek.

Bij het vak hoort het zetten van een belangrijke ’stap op weg naar verdere professionalisering’, vindt VGVZ-secretaris Richart Huijzer: het instellen van een onafhankelijk ’beroepsregister’ voor geestelijk verzorgers. Zeven jaar voorbereiding waren eraan voorafgegaan. Doel: invoering per 1 januari 2007. Grootste struikelblok: de ’ambtelijke binding’ – dat een geestelijk verzorger namens een kerk (90 procent van de gevallen), een moskee, de Hindoeraad, het Humanistisch Verbond of een sjoel opereert.

De bespreking van het plan om die binding los te laten hing de hele dag als een dreigende wolk boven de symposiumgangers. Het zou spannend worden, zoveel was zeker. VGVZ-secretaris Huijzer had al voorspeld dat voor- en tegenstanders elkaar in evenwicht zouden houden.

Zock en Bouwer beschouwen de binding als een overleefd instituut – misschien niet iets om meteen af te schaffen, maar wel achterhaald. Het Humanistisch Verbond pleit juist weer sterk voor handhaving ervan. Het vormt een ’garantie van de vrijplaats’ – dat begrip was tijdens het symposium geregeld gevallen. Ook in variaties: de geestelijk verzorger als de gelegitimeerde nonconformist, of als de clown, de pierrot, de nar.

Voor de orthodoxe Bert de Leede is de binding essentieel, maar Preekwedstrijdwinnares Abeltje Hoogenkamp, óók orthodox, vindt dat die onhoudbaar is. „Natuurlijk is het beter dat iedereen christen wordt, maar ik kan een ongelovige vriendin die geestelijk verzorger wil worden dat toch niet beletten?”

In haar lezing had Zock al verteld dat discussies over identiteit vaak ’heftig’ verlopen, gepolariseerd, en dat het ’op eieren lopen’ is. Dat bleek bij de bespreking van het bestuursvoorstel om de registratie in het nieuwe beroepsregister te ontkoppelen van ambtelijke binding.

Het voorstel bleek ter vergadering niet zo unaniem als was gesteld; een uur eerder trok een humanistisch raadsvrouw haar steun in, waardoor de andere bestuursleden in haar het vertrouwen opzegden. De sfeer was zo verhit dat het bestuur het plan introk. Een ’drama’, een dreigende scheur in de beroepsvereniging, zoals sommigen zeiden?

Secretaris Huijzer: „Het was niet in het belang van de VGVZ om door te zetten. Er is te weinig steun voor het plan, dus was het wijs de bespreking te verdagen. De streefdatum voor de invoering van het beroepsregister, 1 januari 2007, halen we niet meer. In het najaar vergaderen we er weer over. Dan hebben we een vertraging van een halfjaar.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden