Symbool van een tijdperk

Ze trok als dichteres volle zalen en bekoorde Rusland met haar stemgeluid in een tijd van dooi. Daarna moest ze ondergronds publiceren.

Geert Groot Koerkamp

Een half jaar geleden begroef ze nog een van haar beste vrienden op de Novodevitsji-begraafplaats in Moskou, nu rust Bella Achmadoelina er zelf op luttele stappen van de dichter Andrej Vozenesenski, de man aan wie ze tientallen van haar eigen gedichten opdroeg. Het nieuws van zijn dood trof haar begin juni als een mokerslag. „U kunt u nauwelijks voorstellen hoe ik er aan toe ben”, was haar eerste commentaar. „Mij rest slechts uitzichtloze droefheid.” In een van haar gedichten had ze ooit de overtuiging uitgesproken dat niet Voznesenski, maar zijzelf als eerste zou overlijden. „Maar een mens moet niet zulke beloften doen.”

Met het verscheiden van Voznesenski en Achmadoelina is Rusland in korte tijd twee symbolen van een tijdperk kwijtgeraakt. Samen met de nog levende dichter Jevgeni Jevtoesjenko waren zij de laatste grote namen van een generatie dichters die in de jaren zestig furore maakten, ten tijde van de dooiperiode die door Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov was ingezet na het overlijden van dictator Josef Stalin. De jonge dichters straalden vrijheid en optimisme uit, een schaars goed in een land dat tientallen jaren van terreur, oorlog en revolutie achter de rug had. Ze trokken volle zalen, bijvoorbeeld tijdens de historische bijeenkomsten in het Polytechnisch Museum, waar de frêle twintiger Bella Achmadoelina met haar karakteristieke opgeheven hoofd en zangerige, geaffecteerde stemgeluid het publiek bekoorde.

„Ze trok meteen de aandacht door een zeer ongewone schoonheid, waarin haar innerlijke wezen doorscheen”, schreef Vladimir Vojnovitsj in Izvestija. Hij bezocht in de jaren vijftig speciaal het Literatuurinstituut waar Achamadoelina studeerde om haar te zien en te horen. „Het was duidelijk dat zij iets heel speciaals was. Ik zou niet zo naar een mooie vrouw zijn gaan kijken.”

Achmadoelina keek zelf met gemengde gevoelens terug op die periode. Poëzie vond ze een kunstvorm die niet bedoeld is voor theaterzalen of zelfs stadions. „Poëzie moet zijn als een krekel”, zei ze, „en slechts weinigen merken het bescheiden getsjirp van dat beestje op.” Ze prees zich gelukkig dat ze grote Russische dichters als Anna Achmatova en Boris Pasternak nog in levenden lijve had meegemaakt. Dat was voor haar persoonlijk veel belangrijker dan de massale belangstelling voor dichters en dichtkunst.

De poëtische voordrachten in het museum bereikten in die dagen een nog groter publiek via de film ’Het Iljitsj-bastion’ van regisseur Marlen Choetsijev. Veel mensen maakten dankzij de film voor het eerst kennis met Achmadoelina, Jevtoesjenko, Voznesenski, Robert Rozjdestvenski en de bard Boelat Okoedzjava. De banden tussen de dichters waren hecht: Jevtoesjenko was de eerste man van Achmadoelina, met Okoedzjava had ze tot het eind van haar leven een innige vriendschapsband.

’Het Iljitsj-bastion’ was een icoon van de ’onbezorgde’ jaren zestig, maar kwam op de plank terecht nadat met het afzetten van Chroesjtsjov door opvolger Brezjnev de dooi een halt was toegeroepen. Ook Achmadoelina raakte uit de gratie. Haar dichtbundels werden onderworpen aan censuur. Ze publiceerde in de ondergrondse pers (de samizdat) en in 1968 verscheen zelfs een werk van haar bij een uitgeverij in Frankfurt met een uitgesproken anti-Sovjetsignatuur.

Later, op het hoogtepunt van Brezjnevs stagnatie in 1979, stelde ze samen met vele andere het regime onwelgevallige auteurs de literaire almanak ’Metropol’ samen. De samizdatuitgave sloeg in als een bom bij de machthebbers. Viktor Jerofejev en andere samenstellers werden uit de Schrijversbond gegooid. Achmadoelina, die het voor hen opnam, werd door de secretaris van het Centraal Comité uitgemaakt voor ’hoer’.

Kritiek en repressie imponeerden haar nimmer. Achmadoelina werd in 1937 op het hoogtepunt van de Stalinterreur in Moskou geboren. Haar vader was onderminister van burgerbescherming en de massale arrestaties van eind jaren dertig behoorden tot haar vroegste herinneringen. Als er weer eens iemand in het huis waar ze woonde werd gearresteerd, moest ze buiten gaan spelen. „Ik kon niet weten of begrijpen wat er gebeurde, maar het heeft toch een spoor in me achtergelaten”, zei ze later.

Toen ze in 1959 studeerde aan het Literatuurinstituut protesteerde ze luidkeels tegen de lastercampagne die was ingezet tegen Boris Pasternak, nadat hem de Nobelprijs voor literatuur was toegekend. Ze moest het instituut verlaten, maar mocht later haar studie vervolgen. „Ik ben helemaal niet bang voor mezelf, maar de angst voor mijn kameraden ken ik goed”, zei ze in een van haar laatste interviews.

Ze sprong waar nodig op de bres voor schrijvers als Aleksandr Solzjenitsyn, Vladimir Vojnovitsj en Lev Kopelev, voor filmregisseur Sergej Paradzjanov en de dissidente geleerde en voorvechter voor de mensenrechten Andrej Sacharov. Ze schreef brieven ter hunner verdediging. „En soms hielp het, vreemd genoeg.”

Sinds 1974 was Achmadoelina getrouwd met haar derde man, de kunstenaar Boris Messerer, wiens atelier de bakermat was van de Metropol-almanak. De laatste jaren van haar leven hield ze zich verre van de publieke belangstelling.

Voor de jongste generatie Russen is Bella Achmadoelina een schim uit een inmiddels ver verleden, al beseffen de meesten waarschijnlijk niet dat ze elke Oudejaarsavond op televisie haar dichtregels horen in de populairste Sovjetfilm ooit gemaakt. Zonder de komedie ’De ironie van het lot’ is Oudjaar in Rusland niet compleet. ’s Lands populairste zangeres zingt er Achmadoelinas profetische woorden: „Al voor het zoveelste jaar klinken in mijn straat stappen: het zijn mijn vrienden die weggaan.” Een gevoel dat zij de laatste jaren met steeds grotere regelmaat moest ervaren.

Het lied klonk afgelopen vrijdag, de dag van haar begrafenis, vanuit de luidsprekers in de Moskouse metro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden