Swingend geweld

Op een plaquette bij het Vrijheidsbeeld in New York staat een gedicht van Emma Lazarus: Keep, ancient lands, your storied pomp cries she With silent lips ,,give me your tired, your poor Your huddled masses, yearning to breathe free The wretched refuse of your teeming shore Send these, the homeless, tempest-tost to me.''

Erg vrij vertaald: Haar onbeweeglijke lippen roepen naar het Oude Europa: ,,Houd uw mooie lege praat, geef mij uw vermoeide, armetierige, samengedreven massa's die vrij willen ademen, zend het ellendige afval van uw overdrukke kust, de thuislozen, door storm verdrevenen, naar mij.''

Zo zat dat, een eeuw geleden.

Amerika valt niet meer te beschrijven als het resultaat van een Europese uittocht. En hoewel die uittocht nooit helemaal is opgehouden, is het allang niet meer zo dat dakloze armoedzaaiers zich de oceaan over worstelen, nee, die oversteek is tegenwoordig voorbehouden aan de meest succesvollen op het gebied van kunst, mode, film, literatuur of commercie.

Tot de Vietnamoorlog heb ik Amerikaans geweld eigenlijk altijd als vagelijk swingend ervaren. Ik formuleer ontwijkend, want het is, vrees ik, een onzinnige uitspraak. Wat ik bedoel is dat het Amerika van Charlton Heston, Ava Gardner, Steve McQueen, Lauren Bacall en Robert Mitchum natuurlijk wel sloeg, maar met een 'eerlijke' blote vuist en alleen als het echt niet anders kon.

De onverschrokken bevrijders die in 1944 rokend en kauwgum kauwend de Normandische stranden op kwamen stormen, waren stuk voor stuk fijne kerels die hun geweer liever thuis hadden gelaten. Wij leefden in de heerlijke zekerheid dat het percentage hufters onder de Duitsers 99 was en onder de Amerikanen 1.

Vietnam betekende een razendsnelle en onaangename bijscholing op het gebied van 'de Amerikanen', een les waar zowel wij als de Amerikanen zelf een stuk wijzer maar aanzienlijk bitterder uit te voorschijn kwamen. Door Vietnam staken we over van Ernest Hemingway naar William Burroughs, van Perry Como naar Jimi Hendrix, en zo viel Amerika uiteen in een verkeerde buitenkant en een politiek onmachtige maar geestelijk achtenswaardige binnenwereld, die onze bewondering bleef verdienen.

Burroughs zei over zijn landgenoten: ,,Amerikanen zijn types die niks aan het toeval over willen laten en die het liefst in hun eigen darmen omlaag zouden klimmen om daar beneden te helpen de stront naar buiten te scheppen.''

Dat hebben we geweten.

Amerikaanse geneeskunde en Amerikaanse ruimtevaart hebben ongelooflijke streken uitgehaald in het lichaam en in de ruimte, en met vergelijkbare voortvarendheid denkt men nu te kunnen afdalen in het Midden-Oosten om daar het Kwaad aan flarden te schieten.

Tijdens een bezoek vorig jaar aan Amerika viel me het verschil op in de auto's. In de jaren vijftig zat Amerika lekker onderuit in diepe leunstoelen in enorme auto's, die puffend als binnenvaartschepen over de weg dreven. Tegenwoordig zien veel Amerikaanse wagens eruit als een grimmige vuist op wielen, een gepantserde dreiging voor buurtgebruik, waaruit een daverend fuck you je tegemoet blikkert.

Waar deze verbetenheid vandaan komt? Amerikaanse rappers spugen al een jaar of tien teksten als kogelregens uit, die ik met mijn Beatle-brein nooit heb begrepen. Ik snap de agressie niet en ik hou mijn hart vast bij hun brutaliteit tegenover het Noodlot, een kracht die zij uit hun geschiedenis lijken te willen bannen. Ik ben er helemaal voor, maar als oudere Europeaan eerder geneigd om het onveranderlijke te ondergaan dan mijn mitrailleur te richten.

In Amerika vind je agressie op de meest onverwachte plaatsen waar je het als Europeaan niet verwacht. Jongetjes zien, ook bij ons, graag gevechtshandelingen in situaties waar volwassenen niet op het idee zouden komen. Bij onze buren lag laatst een kippenbout op de keukentafel, waar een druppeltje bloed uit vloeide, waarop het buurjongetje meteen verlekkerd uitriep: ,,Ja, daar istie doodgeschoten, hè pap?''

Amerikanen, zo lijkt het wel, zien ook in hun volwassen stadium graag kogels bij een kippenbout, tot in het museum toe.

In het Prehistorisch Museum in Prior (Utah) zagen we het schouderblad van een stegosaurus, waar een stuk aan ontbreekt. Het onderschrift luidt: ,,... schouderblad waar een stuk van is afgebeten.'' In een andere vitrine zagen we de sporen van twee dieren in versteend zand bewaard, met als tekst: ,,Deze sporen wijzen op een mogelijke aanval van een grote zaoporus op een kleine stenichus.''

Ja, of het ene dier kwam op vrijdag langs en het andere op maandag.

Of neem deze meditatie over de vorm van een pijl, gebruikt bij de mammoetjacht: ,,De deskundigen zijn het er niet over eens waarom de punt geribbeld is. Was het om de mammoet extra te laten bloeden? Wat denkt u?'' Ik denk dat dit gezwets is.

In Green River troffen we bij een eenzame boerderij een ziek verdwaald hondje. De boer legde uit dat hij de hondenvanger nog maar niet gebeld had, want nou ja. Zijn zoontje legde het beter uit: ,,Oh yeah, he takes them out to the desert and shoots them, when he finds stray dogs.''

Ziet u het in gedachten? Zo'n ziek hondje in je auto laden en dan het dorp uitrijden om hem vervolgens in de woestijn overhoop te schieten?

Dit swingt niet erg. Het swong waarschijnlijk nooit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden