Swastika's in Buenos Aires

Duitse nazi's en Joden leven in Argentinië zij aan zij. In die Heimat wordt de Tweede Wereldoorlog nog steeds in stukjes gebroken en verteerd, maar hoe is de verwerking van dit drama in Argentinië verlopen? Een dochter van Joodse vluchtelingen en de zoon van een voormalige NSDAP-leider doen hun verhaal.

Al lang voor de opkomst van Hitler kende immigratieland Argentinië grote groepen Duitse en Joodse kolonisten. Die trokken op hun beurt stromen vluchtelingen aan: tienduizenden Duitse Joden in de jaren dertig, in de jaren veertig gevolgd door vele duizenden nazi's.

De grote meerderheid van de Duitse Argentijnen was in de jaren dertig dolenthousiast over de nieuwe sterke man 'thuis'. Alle Duitse scholen waren pro-nazi, zegt Sergio Widder van het Simon Wiesenthal Centrum. "Zo ook de grote Goetheschool." De voorloper van deze belangrijkste Duitse school in Argentinië was al in 1896 in Buenos Aires opgericht. Ook in de schoolstrijd toonde zich de verdeeldheid van de Duitse gemeenschap.

De ambassadeur kwam in 1933 op de Goetheschool aankondigen dat iedereen zich moest aansluiten bij de nieuwe politiek. Het Horst Wessellied werd er net zo hard gezongen als in Duitsland zelf en de handen gingen omhoog voor de Hitlergroet, aldus de Joods-Duitse schrijver Robert Schopflocher, die in 1937 met zijn ouders naar Argentinië moest uitwijken. Ouders die het niet eens waren met het nieuwe nazi-beleid van de school richtten in het daaropvolgende jaar de Pestalozzischool op. Het was de enige Duitse school die Joodse leerlingen en leraren uit Europa aannam.

Pas in april 1945 verklaarde Argentinië Duitsland de oorlog. Er waren in die tijd diverse wegen waarlangs hoge SS-officieren, geld en bezittingen van Europa naar Latijns-Amerika werden doorgesluisd, vertelt Widder: "De meesten kwamen onder de regering van Juan Perón ('46-'55)."Het Vaticaan, het Rode Kruis, het leek wel of de hele wereld Europese nazi's met valse papieren hielp te ontkomen aan gerechtigheid.

Joseph Mengele, Klaus Barbie, Adolf Eichman - ze vonden allen onderdak in Argentinië. Het land stelde de deuren zo wijd open voor Duitse oorlogsmisdadigers dat de Israëlische Mossad in 1960 besloot Eichman zelf op te halen in een spectaculaire ontvoering. Kampbeul 'José' Mengele was onder een andere identiteit het land ingekomen, maar voelde zich zo veilig dat hij in 1956 zijn eigen achternaam weer terug vroeg. "Tot het eind van de junta in 1983 kregen nazi's bescherming. Toen kwam er een democratische golf die een nieuwe president voortbracht. Daarna zijn de nodige nazi's uitgewezen", aldus Widder.

Er wonen tegenwoordig een half miljoen Argentijnen van Duitse afkomst, en ruim 200.000 Joden - allebei de grootste gemeenschappen in Latijns-Amerika. Hoe leven zij samen?

Tekenend is hoe moeilijk het blijkt een kind van een nazi-Duitser tot spreken te verleiden. Een dialooggroep van het Shoa-centrum en de Duitse ambassade bleef vijf jaar beperkt tot Joden en kinderen van anti-nazistische Duitsers. De laatst uitgewezen SS'er, Erich Priebke, kreeg in 1998 in Rome levenslang voor deelname aan moord op 335 Italiaanse burgers. Hij was jarenlang vooraanstaand voorzitter geweest van de Duits-Argentijnse vereniging én van de Duitse school in de stad Bariloche.

Zijn zoon Jorge sprak zich wel uit: Priebke jr. noemde zijn vader na diens overlijden vorig jaar een slachtoffer, en diens rechtszaak 'bedrog van Joden'.

Het roept de vraag op of de Holocaust in Argentinië wel verwerkt is. Nee, zeggen de geïnterviewden. Met als verklaringen: Het is voor Duits-Argentijnen te pijnlijk, het proces is te moeilijk, 'ze' konden niet anders, het nazisme is iets voor Europeanen. De nazi's klitten samen om een confrontatie te vermijden. Er is nooit dwang tot een nationale discussie geweest. Nederland is bezet geweest, dan heb je geen uitleg nodig. Het nazi-verleden van de Argentijnen is nog steeds taboe.

"Ze hebben het verdrongen", meent Ricardo Hirschmann die al lang in het bestuur van de Pestalozzi-school zit. "Daardoor leeft het naziverleden hier nog, veel sterker dan in Duitsland. Er zijn nog steeds 'nostalgische' stemmen die de realiteit niet willen erkennen en erover zwijgen. Tenzij iemand zijn eigen waarheid kan vertellen, zoals de heer Müller (zie interview)."

De Goetheschool heeft sinds kort een heuse Holocaust-expert als geschiedenisleraar en volgt het Duitse leerplan, dat heel gedetailleerd de wereldoorlogen behandelt. Het Simon Wiesenthal Centrum had gewaarschuwd dat een gesprek geweigerd zou worden. Het komt er toch, met bestuursvoorzitter Brigitte von der Fecht, maar het gesprek verloopt hortend. "In de archieven is niets bewaard", betoogt zij. "Er zijn geen bewijzen hoe het destijds is gegaan. Ik zag foto's uit die tijd maar zeker geen Hitlergroet of hakenkruis."

Sinds begin deze eeuw onderwijst de school over de Holocaust. "Anne Frank lazen we in de jaren negentig al. Het gaat erom dát we erover onderwijzen", zegt Von der Fecht. "Wij zijn heel open. Het doel is de kinderen nieuwsgierigheid en bewustzijn bij te brengen zodat dit nooit meer zo gebeurt. We hoeven niet in het verleden te kijken."

Zou het niet aardig zijn in een project juist wel naar de geschiedenis van de Goetheschool te kijken, aangezien er nooit een boek, brochure of documentaire aan is gewijd? Nu er nog ooggetuigen zijn? "Prima, als dat ook nog eens binnen ons al zo volle programma zal passen."

'Natuurlijk hing bij ons wel een portret van Hitler aan de muur'

Hermann Müller is zo goed het bezoek om acht uur 's ochtends te ontvangen, en dat nadat hij tegen middernacht wakker is gebeld. Op het laatste moment is het dan toch gelukt een kind van een Duitse nazi te vinden dat wil praten. Müller (86) staat voor zijn woning in een buitenwijk van Buenos Aires te wachten. Frau Müller serveert in de donkere kamer zelfgebakken taart bij de koffie.

Ik breek het ijs door te vertellen over de vele nazi's in mijn eigen Duitse familie, onder wie de ooms die als minderjarigen vrijwillig naar het Oostfront vertrokken.

"Iedereen wilde meevechten, ik ook", reageert Müller. "In 1944 stonden duizenden hier in Buenos Aires op de kade te roepen: 'Neem ons mee naar Duitsland'. 1938 was het topjaar. Toen kwam het Reichsflaggengesetz erdoor en wapperde ook in Argentinië op elke Duitse school de rode vlag met het hakenkruis. Op feesten was het motto 'Heim ins Reich'. De Führer wilde de verspreid wonende Duitsers samenbrengen als kolonisten in het nieuwe oosten van Duitsland." Müller kan zich de sfeer van toen nog precies voor de geest halen, de massabijeenkomsten, het gevoel van euforie.

Zijn vader was Landesgruppenleiter van de NSDAP, de nazi-baas van Argentinië. Als ik hem voorzitter noem, corrigeert Müller me direct: "Maak hem niet kleiner dan hij was." Vader handelde in koper en zijn beste klant was "de Jood Miranda", later minister. "In het weekend gingen alle Duitsers samen sporten, en pas na vijf bier werd het dan discussie en vechten tussen communisten, Sudeten-Duitsers en nazi's."

In de veertiger jaren zat Müller op de Goetheschool. Hoe was daar de sfeer? "Bedoelt u of we allemaal stram stonden? Er werd daar nooit over politiek gepraat, alleen over Duitse cultuur", zegt hij. Maar: "de directeur was partijlid, net als de meeste ouders van arme leerlingen. Communisten en joden werden niet aangenomen, dat waren onze vijanden."

Waar leerde u dat de Joden 'de vijand' waren? De padvinderij is het eerste dat bij Müller opkomt. "Hard zijn en sporten. Daar leerde ik over de dappere Germanen, Kerstmis met sneeuw en Lebkuchen. En we zaten om zeven uur 's ochtends steevast voor de radio. Het werd zo gebracht dat de Joden de crisis veroorzaakt hadden. Eigenlijk was dat meer anti-zionisme." Ook zijn vader sprak volgens Müller nooit over politiek: "Natuurlijk hingen bij ons wel een Hitlerportret en de partijvlag. Contact met Joden had ik nooit. Klaar."

Zijn vader verdween in 1941 vanwege een spionage-aanklacht door de achterdeur naar Duitsland. Hij werd daar in 1945 opgepakt en kwam pas in 1948 vrij - dankzij een brief waarin Miranda en een rabbi schreven dat hij nooit iemand vermoord had. "Hij was in het KZ gebroken en stierf in 1952." Het gezin was vader in 1944 nagereisd. Müller jr. zat twee jaar in een Amerikaans kamp in München waar "de nazi-chefs eruitgehaald werden". Het gezin reisde in 1948 terug naar Argentinië. Müller ging alsnog in dienst, werd installateur en trouwde.

Wanneer heeft u uw ideeën over het nationaal-socialisme veranderd? "Nooit." Het schiet er luid en duidelijk uit. Ja, er zijn fouten gemaakt. "Maar de overwinnaar schrijft de geschiedenis en die heeft u geleerd." Aan een dialoog met Joden heeft Müller geen behoefte. Zijn vinger gaat omhoog: "Veel te eenzijdig. Hoor je ooit een positief verhaal? Terwijl we zoveel mooie dingen gedaan hebben." Maar de concentratiekampen dan? "Ik zag toen in München genoeg Joodse overlevenden. Hun zakken vol met wat ze met hun werk in de kampen verdiend hadden, en ze spraken nooit over gaskamers. Dat mea culpa is dé Duitse fout. Geen enkel ander land gaat zo door het stof."

En hoe is het om nu met Joden samen te leven? "Het zijn allebei harde, betrouwbare werkers." Geen vijanden meer? "Mijn dokter en tandarts zijn Joods. Met individuen kan ik het goed vinden. Toch leeft het zionisme nog volop. Ze hebben het hele bankensysteem in handen, en zo de globale crisis veroorzaakt."

Voor zijn vrijwilligerswerk voor een Duitse school kreeg Müller in 2008 het Bundesverdienstkreuz. "Maar sinds een paar jaar word ik nooit meer op de ambassade uitgenodigd." Wellicht door zijn optreden in een documentaire. "Uitspraken zijn toen uit hun verband gerukt." Wilt u op een foto in de krant? "Jazeker."

'Bij de godsdienstlessen moest ik met andere Joodse kinderen de klas uit'

Oder de bomen komt ze langzaam de hoek om, één van haar stokoude poedeltjes met een voet voor zich uit schuivend. "Ze is blind, daarom", zegt Erika Rosenberg (63). Zij is de enige overlevende van twee grote Joodse families, maar gelooft rotsvast in verzoening: "Ik denk met mijn hart, niet vanuit mijn nationaliteit of geloof."

Ze schreef een biografie over de familie Schindler en heeft net haar manuscript over paus Franciscus bij de uitgever ingeleverd. Dan is er nog het lezingencircuit en haar gewone werk als diplomatenopleider bij het ministerie. Op een zondagmiddag vertelt ze over Duits-Joods zijn in Argentinië in het kleine appartement waar ze met haar Joods-Oekraïense man woont. Kaffee und Kuchen staan op tafel.

Op welke leeftijd werd u zich bewust van de geschiedenis van uw ouders? "Ik vond het vreemd dat we zo'n kleine familie hadden. Ik vroeg altijd waarom ik geen grootouders, tantes of ooms had. Echt antwoord kreeg ik nooit. Ze vertelden wel dat ze Duitsland hadden moeten verlaten."

Haar vader was jurist in Berlijn, haar moeder arts in Hamburg. Ze leerden elkaar pas in Buenos Aires kennen. De Neurenberger wetten namen in 1935 Joden hun burgerrechten en werk af, en Rosenbergs ouders kozen voor een vlucht naar Zuid-Amerika. "Omdat Argentinië in 1938 een inreisverbod voor Joden instelde, moesten ze via een buurland reizen en illegaal de grens oversteken", vertelt ze.

Haar ouders spraken geen Spaans en konden daarom hun eigenlijke beroep niet meer uitoefenen. "Er waren altijd geldproblemen, maar ik ben wel met veel cultuur en onderwijs opgegroeid." Haar vader stierf toen ze negen was. Haar moeder was altijd 'ziek in haar ziel', zoals het Duits het zo treffend verwoordt. "Pas nadat zij in 1990 stierf, ben ik me echt in mijn verleden gaan verdiepen."

Wat ze van kind af aan wel wist: er was in Argentinië veel antisemitisme. "Volksheld Perón was een militair die met het fascisme dweepte. Het begon op mijn staatsschool. Bij de godsdienstlessen moest ik met de paar andere Joodse leerlingen de klas uit, erg onaangenaam. Terwijl mijn ouders zich echt probeerden aan te passen, we gingen alleen op feestdagen naar de synagoge."

Ze had een vriendinnetje met nazi-grootouders, er was een rechtse beweging in haar woonbuurt, 'met nazitrekken en geleid door een Duitse jongen'. In de jaren tachtig was daar die wandeling, waarbij Rosenberg verdwaalde. "Ik ging de weg vragen in een grote boerderij. In de hal hing een reusachtige foto van Hitler. Ik rende ervandoor."

Openlijk nazi zijn, dat mocht allemaal in Argentinië. Het was een wetteloos territorium, blikt ze terug. "Als je daarvoor naar de politie was gegaan, werd je in je gezicht uitgelachen. De Holocaust was en is voor de meesten hier te ver weg. Argentinië heeft niets verwerkt, zoals Duitsland wel doet. Er is hier nooit een denazificatie-proces geweest, er is geen cultuur van zelfkritiek. Veel ex-Duitsers blijven vast overtuigd van hun gelijk. En het 'weten' is hier voor kinderen nog lastiger, want velen kwamen alleen, zonder familie hierheen."

In de jaren vijftig leefde in Argentinië en de VS zelfs het idee van een Vierde Rijk. Ook in de jaren zestig en zeventig was het nazisme heel aanwezig, aldus Rosenberg die tot 1991 twintig jaar lang docent op de Goetheschool was. "Hij moest in 1945 twee jaar dicht. Later heeft de zoon van kamparts Mengele, Carlitos, er nog op gezeten."

In haar tijd als docent Duits heeft ze beroepsmatig twee keer oorlogsmisdadiger Priebke ontmoet. "Een uiterst beleefde man, die onder de Duits-Argentijnen in hoog aanzien stond." Het was een schok toen ze hoorde dat Italië om zijn uitlevering vroeg. "Wat een toneelspeler! Ik had hem over mijn verleden verteld. Mede door hem ben ik de laatste van mijn families. Die lui waren allemaal ziek, erger dan ratten. Toch, ik kan niet haten. Als er een God is, mag die Priebke veroordelen. Hij heeft zich trouwens nooit bedacht, en is na zijn veroordeling in Italië als nazi gestorven."

Volgens Rosenberg is er inmiddels wel iets ten goede veranderd in Argentinië: "Veel nazi's zijn gestorven. Openlijk nazisme kan nu echt niet meer."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden