Sven Ratzke spreekt de ambtenaar én de travestiet aan

Sven RatzkeBeeld Ger Loeffen rv

Rebel Sven Ratzke creëert graag raadsels. In zijn voorstelling ‘Homme Fatale’, een ode aan de verleidelijke man, spreekt hij de ambtenaar én de travestiet aan.

Als Sven Ratzke (40) het podium opkomt, is hij een ravissante verschijning in zijn zwarte pak met gouden cape, hoed en een masker dat zijn gezicht half bedekt. “I’m a man”, zingt de zanger en performer. “I’m an elegant man, a fragile man.”

De half-Duitse, half-Nederlandse Ratzke is net terug uit New York en stond even daarvoor in Berlijn. Maar net zo makkelijk speelt hij in Australië, waar hij onlangs genomineerd werd voor een Helpmann Award, het equivalent van een Tony. In Nederland gooide hij hoge ogen met zijn laatste programma ‘Starman’, met muziek van David Bowie.

Ratzkes voorstellingen zijn een mengeling van verrassende muziek, met een steengoede band, en een associatief en filmisch verhaal met grappige improvisaties. Hijzelf is androgyn op het toneel, speelt met glamour - bijvoorbeeld door modeontwerper Thierry Mugler te vragen voor zijn kostuums - draagt uitbundige outfits en is uitdagend.

Aan hokjes doet hij niet, je moet het gewoon zien, zegt hij in een Skype-gesprek. “Op de première in Berlijn waren er dragqueens én de burgemeester. Een geweldige mix. Hoe ik die allemaal weet te bereiken? Ik neem mensen mee in mijn dromen, nachtmerries en fantasieën. Ik sta als een kind op het toneel, heel onbevangen. Als je daarvoor openstaat, maakt het niet uit of je ambtenaar bent of travestiet. Aan de ene kant straal ik glamour uit, aan de andere kant neem ik dat ook allemaal niet zo serieus. Wat ik maak, heeft iets volks én iets intellectueels. Je mag even tussen de regels denken, zonder dat het hoogdravend wordt.”

‘Homme Fatale’ heet zijn nieuwe show die een ode is aan de verleidelijke man, de rebel, het buitenb steden. Daar ontmoet hij allerlei beroemde hommes fatales: Andy Warhol, Marcello Mastroianni, Oscar Wilde. Beeldrijk vertelt Ratzke over die fictieve ontmoetingen en zingt liedjes van Rufus Wainwright, Iggy Pop, Lou Reed en Joy Division; allemaal excentriekelingen in de muziek.

Het begin: Kurt Weill

Voor het eerst zingt hij ook voor de helft eigen songs, die opvallend bekend klinken. Een logische stap vertelt hij: “Het heeft allemaal met elkaar te maken. Ik ben begonnen met liederen van Kurt Weill, Friedrich Hollaender en Bertolt Brecht. Daarna heb ik een programma gemaakt over diva’s. Toen kwam de rockmusical ‘Hedwig and the Angry Inch’ over het levensverhaal van een Oost-Duitse genderqueer zanger op mijn pad. Daar vloeide ‘Starman’ uit voort, over David Bowie. Ik ben steeds meer richting pop gegaan. Ik heb meer eigen power en durf nu eigen nummers te brengen. Mijn shows gaan altijd over: vergankelijkheid, nostalgie, wat doet roem met je? Ik speel rollenspellen en het is nooit duidelijk wat fantasie is en wat werkelijkheid.”

Hij put daarbij vrijelijk uit de theater- en literatuurgeschiedenis, de beeldende kunst en Griekse mythes. En vindt het heerlijk om raadselachtig te zijn. “Ik ben een man die zijn vrouwelijke kanten laat zien. Op het toneel kan alles. Het is grappig om in een outfit die over de top is - een glittercape, kniehoge laarzen van Jan Jansen en een knalrode wetsuit - een conference te houden en plat Nijmeegs te praten.”

Want daar liggen zijn wortels. Toen zijn Nederlandse vader en zijn Duitse moeder scheidden, hij was toen zes, kwam hij terecht in een woon-werkgemeenschap in een oud klooster in Ubbergen, vlak bij Nijmegen. Tot zijn tiende was hij enig kind, daarna kwamen er nog vijf broertjes en zusjes. “Ik moest altijd de luiers verschonen.” Dan ironisch: “Dus ik weet heel veel van kinderen”.

In die gemeenschap was hij al het middelpunt met zijn optredens, als puber schreef hij eigen toneelstukken. Een echte opleiding tot artiest heeft hij niet gehad. Liever leerde hij van de mensen uit de praktijk: zangeres Hildegard Knef, regisseuse en actrice Katharina Talbach, operazangeres Claron McFadden en schrijfster Connie Palmen.

En veel optreden. “Dat is het Frank Sinatra-principe: elke dag optreden. Daarom ziet het er bij hem uiteindelijk zo makkelijk uit. Je wordt gewoon steeds beter, en het is een soort drug. Knef vertelde me dat het vak haar kapot had gemaakt, maar ook hoeveel kracht het haar had gegeven. Het is dubbel.”

Familie

Ratzke treedt inderdaad veel op, over de hele wereld. Hoe combineert hij dat nomadenbestaan met een privéleven? “Welk privéleven? Eh... volgende vraag?”

Hij lacht. “Het kan. Ik ruim bewust tijd in voor mijn familie en mijn zoon, die bijna acht is. Tussen Berlijn en New York ben ik teruggevlogen naar Nederland om hem te zien bijvoorbeeld. Ik had hem verteld dat ik première had in Berlijn, hij zei: ‘Dan moet je goed je best doen hè, dat is belangrijk’. Hij woont bij zijn moeder en weet niet beter dan dat ik op het toneel sta. Maar thuis ben ik gewoon vader en niet de showbizzdiva. Hij vindt het wel cool dat ik nu in Duitsland op tv ben. En hij was een keer mee naar het Concertgebouw, toen ik daar optrad. Dan glundert hij bij het applaus. Maar hij zei laatst ook een keer: ‘Je moet niet altijd werken’. Ik zei nog grappend: ‘Jij moet later het bedrijf overnemen’. Maar hij wil vooralsnog geen artiest worden. Ach, ik wil ook nog een hele tijd door.”

Dit weekend speelde Sven Ratzke de première van ‘Homme Fatale’ in De Kleine Komedie in Amsterdam. Daarna speelt hij onder andere nog in Groningen en Nijmegen. Speellijst en info: sven-ratzke.com.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden