Review

'Suske en Wiske' van Debussy bleek en curieus

Zaterdag Matinee van 27/9, in het Concertgebouw te Amsterdam, Radio Kamer Filharmonie olv Kees Bakels mmv diverse vocale solisten. Uitzending via Radio 4: dinsdag 30 sept 20.00 uur.

Een ’double’ – op zijn Frans uit te spreken – speelde zich zaterdagmiddag af bij de Matinee in het Amsterdamse Concertgebouw. Het programma werd namelijk in zijn geheel beheerst door werk van de twee grootste componisten die Frankrijk in de negentiende eeuw voortbracht. Van Hector Berlioz en Claude Debussy klonk vocale, met fijnzinnige orkestklanken gelardeerde muziek waaraan in beide gevallen een viertal zangers te pas kwam.

Bij ’Les nuits d’été’ van Berlioz is dat ongebruikelijk. Vaker worden de zes liederen door een enkele zanger vertolkt, al spreekt niets in de tekst daarvoor. Berlioz toonzette de teksten van zijn romantische tijdgenoot Gautier aanvankelijk voor piano en had ook bij de orkestratie verschillende stemtypen in gedachten, zo leerde de heldere programmatoelichting.

Toch deed het beurtelings naar voren treden van verschillende zangers afbreuk aan de eenheid van dit kleine meesterwerk. Met name ook omdat de sopraan van Cécile de Boever in vergelijking met haar medezangers behoorlijk uit de toon viel. Te schel, en bovendien vaak onverstaanbaar.

Toen de warmere stem van alt Helena Rasker aan de beurt kwam in het tweede lied ’Le spectre de la Rose’ was de betoverende illusie die de cyclus kàn oproepen wat mij betreft al verstoord, hoe delicaat bariton Henk Neven en tenor Yves Saelens hun stemmen daarna ook wisten te kleuren. Het orkest onder leiding van Kees Bakels begeleidde overigens met zorg.

In een nooit voltooide opera van Claude Debussy traden na de pauze met uitzondering van Helena Rasker dezelfde zangers aan, nu aangevuld met de bariton van Geert Smits. Hij vervulde als Roderick Usher de hoofdrol in een merkwaardig libretto, dat Debussy eigenhandig uit een verhaal van Edgar Allen Poe distilleerde.

Het verhaal van ’La chûte de la maison Usher’ kent een hoog Suske-en-Wiske gehalte, inclusief in krochten levende, verdoemde kluizenaars die de oplossing van alle mysteries bewaren. In 1839 - toen Poe het verhaal schreef - was dat nog smullen geblazen en tegen de eeuwwisseling wellicht nog te pruimen. Toen had immers ’tout Paris’ een hang naar het metafysische en wemelde het er van religieuze beweginkjes. In 1917, toen Debussy de voltooiing definitief opgaf, was die tijd toch echt voorbij.

In de versie die Debussy-kenner Robert Orledge uit schetsen bijeensprokkelde en voor uitvoering gereedmaakte, betoont déze ’Debussy’ zich maar een bleke, ééndimensionale componist. De trompet klinkt wanneer er sprake is van een koperen gang, het melodrama wordt niet geschuwd als het op huiveren aankomt en eindeloze pendelbewegingen onderstrepen de onzekerheid van het bestaan. Curieus: ja, meeslepend: nee.

Kees Arntzen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden