Susanne Dijksterhuis: 'Het is oorlog en ik ga winnen'

'Ik ben nog steeds het zonnetje - dat zit gewoon in mij - maar ik mag nu ook aan mezelf denken'. Beeld Mark Kohn
'Ik ben nog steeds het zonnetje - dat zit gewoon in mij - maar ik mag nu ook aan mezelf denken'.Beeld Mark Kohn

Susanne Dijksterhuis (Rotterdam, 1984) is presentatrice van 'RTL Just Away' op RTL4 en producer. Met haar verloofde runt de zeilliefhebster twee superjachten op Majorca. Anderhalve maand geleden werd er borstkanker bij haar geconstateerd.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Op dit moment geloof ik niet in God."

II - Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"Daar, achter jou, staat mijn Boeddhabeeld. De nieuwe tuinkabouter? Haha, ja, ik weet ook wel dat je die beelden tegenwoordig in alle maten bij de Action kunt kopen, maar wat dan nog? Als zoiets je nou rust geeft, wat kan je er dan op tegen hebben? Boeddha is God niet, het boeddhisme is geen geloof. Laatst ben ik met Erica Terpstra mee geweest naar de Dalai Lama. Ik zat ongeveer twee meter bij hem vandaan. Bijzondere man, maar hij is als persoon niet zozeer een inspiratiebron voor mij; het gaat mij om zijn lessen, om de levenswijze van boeddhisten. Een van de mooiste lessen die ik heb geleerd is naar de ware intentie te kijken. Wees niet te snel in je oordeel, laat ego en emoties achterwege en probeer te zien hoe de ander het wérkelijk heeft bedoeld."

III - Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Van mij mogen er boetes worden gegeven aan mensen die vloeken. Ik vind echt dat je niet te pas en te onpas allerlei dingen mag gaan roepen. Bij mij hier in de buurt, in Amsterdam West, hoor je al die jochies om de haverklap 'kanker' zeggen. Soms denk ik er over om zo'n jongen aan te houden, hem aan te kijken en dan te zeggen: 'Ik ben negenentwintig en ik heb kanker. Heb je enig idee wat die ziekte inhoudt?!' Het gaat mij vooral om die onnadenkendheid, die onverschilligheid. Meer bewustwording zorgt voor beter begrip. Beter begrip zorgt voor een socialere samenleving. Nee, met God heeft het niet zoveel te maken, maar in dit verband zou ik het op deze plek ook wel voor religie willen opnemen. Toen ik een jaar of zeven was hebben mijn ouders zich bekeerd. Hun huwelijk ging niet goed. Mijn moeder vond haar heil in de evangelische kerk en ze wist mijn vader over te halen om er ook eens te gaan kijken. Mijn ouders en mijn broer zijn gedoopt, ik was toen nog te jong. Het geloof bracht rust en structuur in ons gezin; er werd anders met elkaar gecommuniceerd, er werd beter geluisterd. Ik durf te zeggen dat het geloof het huwelijk van mijn ouders destijds heeft gered."

IV - Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Twee keer per jaar doe ik aan een stilte-retraite mee. Daar geeft Dhammaruwan, mijn teacher, inzichtmeditatie, Vipassana. Een van de eerste inzichten die ik heb opgedaan gaat over mijn jeugd. Ik mocht alles, ik kreeg alles en toch heb ik me lange tijd gefrustreerd gevoeld over hoe sommige dingen tijdens mijn opvoeding zijn gegaan. Een kind moet zich veilig en beschermd voelen en dat is niet altijd zo geweest. Hoe dan ook: ik had last van die herinneringen; ze stonden een goede relatie met mijn moeder in de weg. Mijn teacher heeft mij toen iets laten beseffen - ik kan weer huilen als ik daar aan terugdenk - en dat is dat ik voor mijn moeder het allermooiste was dat haar is overkomen. Wat er daarna is gebeurd, doet er in feite niet meer toe. De omstandigheden zijn veranderd, maar zij is nog wel diezelfde vrouw; de vrouw die mij negen maanden heeft gedragen, de vrouw die mij liever wilde dan wat dan ook. Die gedachte heeft mij van boosheid en verdriet verlost. Onze relatie is er sindsdien enorm op vooruit gegaan.

Meditatie is echt een openbaring voor mij geweest. Ik heb ingezien dat je het lijden zelf in de hand hebt. Jij bepaalt hoe zeer je ergens onder gebukt gaat. Als je je gekwetst of jaloers voelt, doe je dat jezelf in wezen aan. Zodra je je daarvan bewust wordt, kun je besluiten ermee op te houden. En weet je wat ik zo mooi vind? Dat ik tot dit inzicht ben gekomen, vóór ik te horen kreeg dat ik kanker had. Door te mediteren lukt het mij om tot rust komen, te vergeven, dingen op een rijtje te krijgen. En los te laten."

V - Eer uw vader en uw moeder
"Mijn ouders zijn allebei eerder getrouwd geweest. Ze waren allebei door hun partner in de steek gelaten voor een ander. Ik was hun liefdesbaby, maar de situatie waarin ze terecht kwamen was moeilijk en complex. Er is een foto waarop je dat in één klap ziet: mijn moeder heeft mij aan de borst, links van haar zit mijn broer, een kind uit haar eerste huwelijk - lijkwit omdat hij nauwelijks slaapt en zijn vader mist - en rechts zit mijn vaders dochter, kaal en beroerd van de chemokuur... Ze had een hersentumor. Ik herinner me niet zo veel meer van haar, ja, dat ze ineens ander haar had en een rolstoel kreeg. Die rolstoel vond ik prachtig. Ik weet nog dat ik haar over het pad rond het huis reed, steeds harder, tot we uiteindelijk uit de bocht vlogen en mijn zus uit haar rolstoel viel. Toen ze niet meer opstond, dacht ik het dat het mijn schuld was. Ik zie nog voor me hoe ik een Winnie the Pooh-pleister op haar schaafwond mocht plakken. Dat was vooral om mij te troosten, denk ik. Niet lang daarna is ze, op haar achttiende, overleden. Ik was vijf.

Mijn ouders noemden mij altijd het zonnetje in huis. Pas toen ik last van nachtmerries kreeg en met een psycholoog ging praten, werd duidelijk dat ik alleen maar probeerde om alles 'goed' te maken. De sfeer moest goed zijn, de anderen moesten blij zijn. Wat ik zelf wilde, wat ik zélf belangrijk vond in het leven kwam nooit aan de orde. Dat was het moment waarop ik besloot om drie maanden in m'n eentje naar Azië te gaan, en om aan stilteretraite te gaan doen. Tijd helemaal voor mij alleen.

Ik ben nog steeds een zonnetje - dat zit gewoon ín mij - maar ik ben me er nu wel van bewust dat ik ook aan mezelf mag denken."

VI - Gij zult niet doodslaan
"Het is oorlog en ik ga winnen. Toen ik hoorde dat ik kanker had, was mijn eerste reactie: die borst gaat eraf. Ik verachtte mijn borst, moest er ook seksueel niets meer van hebben. Ziek, bracht mijn leven in gevaar, weg ermee. De prothese is onmiddellijk geplaatst; ik werd wakker en had eigenlijk nog steeds twee borsten. Zo, met een beha aan, zie je er niks van, toch? Er is natuurlijk enig verschil: de ene borst hangt en beweegt mee met de zwaartekracht, de andere is niet van z'n plaats te krijgen. En wat ook wel jammer is: ze hebben de tepel niet kunnen sparen. Die moest tien dagen later alsnog worden verwijderd. Dat was een tegenvaller, maar aan de andere kant: esthetiek is wel het laatste waar je je druk om maakt als je kanker hebt.

Over een maand begint de chemokuur. Eerst ga ik vier maanden iedere maand een keer naar het ziekenhuis, daarna twaalf weken eens per week aan het infuus. De lijst met bijwerkingen is gigantisch - kaal worden is er één van. Na de chemo volgt een hormoontherapie die waarschijnlijk tien jaar zal duren. Ik krijg hormoonremmers - ik mag geen oestrogeen aanmaken omdat mijn kankercellen zich voeden met hormonen - en de werking van mijn eierstokken wordt stilgelegd.

Ze weten precies hoe ze de kanker moeten bestrijden - dat zou je een voordeel kunnen noemen - maar de gevolgen voor mijn leven, voor de kwaliteit van mijn leven, zijn enorm. Niet alleen mijn onbezorgdheid is mij afgenomen, maar ook een stuk van mijn vrouwelijkheid, mijn vruchtbaarheid en mijn jeugd zijn weg. De kans is aanwezig dat ik, door die chemo, al op mijn vijfendertigste in de overgang kom. Kanker is meedogenloos. Weet je waar ik me steeds over verbaas? Dat ik deze informatie, ook nu weer, zo maar, bijna zonder emotie door kan geven. Soms denk ik: wanneer word je hier echt verdrietig om, Suus? Wanneer komt de klap? Misschien heeft het met die oorlog te maken; ik kan het me nog niet veroorloven om bij de pakken neer te gaan zitten. Ik weiger te accepteren dat die ziekte mij kapot gaat maken."

VII - Gij zult niet echtbreken
"Trouwen is het mooiste wat er is. Elkaar aankijken en zeggen: ik ga voor jou. Ik geloof ook dat het helpt; dat je een stapje verder gaat als het erop aankomt. Je hebt het toch niet voor niks beloofd? Ik geloof niet dat Mark en ik voor elkaar bestemd zijn - volgens mij kun je met verschillende mensen oud worden - maar ik vind het wel fantastisch dat wij elkaar gevonden hebben. We hebben elkaars leven verrijkt, we zijn allebei betere mensen geworden.

In september zou de bruiloft zijn. Op Majorca, tussen de sinaasappelbomen. Geen deftig gedoe, maar gewoon op de blote voetjes, in de zon. Daar had ik mij al eindeloos lang op verheugd - ja, en me voortdurend druk gemaakt, over alles: die, of toch maar deze jurk? Wel of niet bloemen in mijn haar? Maar ja, tegen die tijd ben ik waarschijnlijk kaal en ziek van de chemo. Niet echt het moment om iedereen naar het eiland te halen voor een feest. We hebben de pauzeknop even ingedrukt, mijn leven staat on hold, maar straks, als we hierdoorheen komen, kunnen we samen echt de hele wereld aan. En als... wat wilde ik nou zeggen? De afgelopen weken hebben me zo vergeetachtig gemaakt, ik merk dat ik steeds mijn verhaal kwijt ben. O ja, een nieuw gebod! Da's een goed idee."

VIII - Gij zult niet stelen
"Ik was gewoon een net meisje, ik zou zoiets nóóit doen, maar het leek mij rete-spannend en ik had een rode jas gezien, van driehonderd gulden, die ik nooit zou krijgen en toch zo graag wilde hebben. Ik had een vriendinnetje dat regelmatig iets ging stelen; we zouden het samen doen.

Het werd een project dat ik goed van tevoren had uitgedacht. Ik nam een lege doos in een tas mee, en een knijptang van mijn vader om het labeltje mee door te knippen. Mijn hart klopte in mijn keel, maar alles ging goed. Toen we buiten stonden en ik naar mijn fietssleutel zocht, voelde ik opeens een hand op mijn schouder. De mevrouw van de winkel. 'Ik ben een jas kwijt, heb jij hem meegenomen?' Ik zag dat mijn vriendinnetje al weg wilde fietsen. 'Kom mee!', siste ze.

Ik had er zo vandoor kunnen gaan, maar ik zei: 'Ja mevrouw, en het spijt me.' Ik kón gewoon niet liegen. Ik ben meegegaan, werd door de eigenaar verrot gescholden en naar het politiebureau gebracht waar ik in een cel werd opgesloten. Ik kreeg een taakstraf: een paar dagen tegeltjes schrobben in de Albert Heijn van Spijkenisse. Hartstikke leuke tijd gehad. En nee, natuurlijk heb ik nooit meer gestolen, maar het hoorde ook helemaal niet bij mij. Het vriendinnetje - mijn allerbeste vriendin destijds - heb ik nooit meer gesproken."

IX - Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Ik wil de waarheid horen. Ik heb niets aan mooie praatjes. En ik loop ook nergens voor weg. Toen ik op mijn Facebookpagina had geschreven dat ik ziek was, kreeg ik daar wel vragen over. Waarom zég je zoiets op Facebook? Mensen van mijn generatie laten liever ándere plaatjes zien; de leukste versies van zichzelf. Je kunt het dan beter Fake-book noemen. Daar doe ik niet aan mee. Dit ben ik, zo zit het. What you see is what you get."

X - Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Hier ben ik lang over nagedacht, maar echt, ik weet niet wat jaloezie is. Misschien mis ik iets in mijn hoofd; ik heb er nog nooit in mijn leven last van gehad. Ik bewonder mensen die iets beter kunnen dan ik, ik ben blij als anderen gezond zijn, tegen mijn neef en zijn verloofde - die deze zomer wél gaan trouwen en zich nu haast bezwaard voelen - zeg ik: doe het, vier je geluk, juist nu! Natuurlijk zijn er momenten waarop ik me afvraag waarom mij dit moest overkomen. Ik heb nooit gerookt, altijd gezond geleefd. Ik slikte geen anticonceptiepil omdat ik al die hormonen niet in mijn lijf wilde hebben - hoe gestoord is het dat ik juist dáár word geraakt? Ik kan niet ontkennen dat ik teleurgesteld ben. Tot voor kort heb ik alleen maar geluk gehad, de mooiste dingen kwamen op mijn pad. Ik was altijd plannen aan het maken, ik zag een prachtige toekomst voor me.

Nu leef ik met de dag. Ik ben dankbaar voor kleine dingen die het leven mooi maken, dingen die ik een paar maanden geleden niet eens zou hebben opgemerkt. Maar ook relaties: je hebt er geen idee van hoeveel liefde ik van vrienden en familie heb gekregen. De band met mijn broer, bijvoorbeeld, zal nooit, echt nooit meer stukgaan. In die zin zou je kunnen zeggen dat de kanker mij nu al rijker heeft gemaakt.

Dit is het leven. Dit is mijn leven, nu. Het is aan mij om te bepalen hoe ik daar mee omga. Ja, het is fokking jammer dat ik kanker heb, onwijs, maar ik ben niet van plan om in mijn verdriet te blijven hangen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden