Susan Smit schrijft vetter dan Geraldine Farrar zong

De laatste weken was ik behoorlijk vaak in het gezelschap van Geraldine Farrar. En dat was allerminst vervelend. Farrar was aan het begin van de vorige eeuw dé grote ster van de Metropolitan Opera in New York. Daar deelde zij het podium met mannelijke supersterren als Enrico Caruso, Antonio Scotti, Giovanni Martinelli en Pasquale Amato. Zangers uit een glorieus verleden, wier stemmen bewaard zijn op schellak. Gestold geluid van honderd jaar terug.

Ik had gelukkig vrij veel materiaal van Farrar in mijn verzameling, want mijn interesse in haar geluid was opnieuw gewekt door het boek 'De eerste vrouw' van Susan Smit. Daarin wordt verhaald over de liefdesgeschiedenis tussen Farrar en de Nederlandse acteur Lou Tellegen, wiens broer de betovergrootvader was van schrijver Toon Tellegen. Lou Tellegen was het Nederlandse equivalent van zijn Italiaanse tijdgenoot Rudolph Valentino - minstens zo knap en zeker zo geliefd bij de vrouwen. Dat Tellegen in zijn jonge jaren model zat voor Auguste Rodin, en verkeerde - al dan niet amoureus - met de grote vrouwen uit zijn tijd zegt genoeg: Sarah Bernardt, Eleonora Duse en Isadora Duncan.

Twee legendarische actrices en een al even legendarische danseres. Maar hij trouwde met de legendarische zangeres en in het boek van Smit kijken Farrar en Tellegen in een raamvertelling terug op hun huwelijk - haar enige, zijn tweede. Na hun scheiding trouwde Tellegen nog tweemaal. In hun gezamenlijke hoogtijdagen was het een immens populair stel, vergelijkbaar met Angelina Jolie en Brad Pitt nu. Vergeet niet dat er in de eerste decennia van de 20ste eeuw nog geen popmuziek was en dat de Amerikaanse filmindustrie in de kinderschoenen stond. Farrar en Tellegen werden naast hun succes op de opera- en toneelbühne ook grote sterren in de stomme film.

Eigenlijk is Tellegen een dramatischer en dankbaarder onderwerp voor een roman dan Farrar. Maar Smits focus en sympathie liggen toch duidelijk bij Farrar, de prima donna (eerste vrouw) die glorieus de cover van het boek siert. Smit schrijft nogal vettig, en is af en toe slordig. Je kunt niet de rol van Manon zingen in 'Carmen', niemand zegt 'het Metropolitan' maar 'de', Madama Butterfly wacht niet op haar Amerikaanse luitenant om met hem te trouwen - getrouwd zijn ze al, en de zware titelrol in 'Zazà' moeiteloos zingen?

Farrar was een fenomeen. Ze trad op in opzienbarende wereldpremières als Humperdincks 'Königskinder', Giordano's 'Madame Sans-Gêne', Puccini's 'Suor Angelica', en Leoncavallo's 'Zazà'. Dat alles in New York, waar ze een enorme schare fans op de been bracht. Bijna allemaal jonge vrouwen die de Gerryflappers werden genoemd - de opera- en divaminnende gay guy bestond kennelijk nog niet.

Op haar opnamen (vooral die op het label Nimbus) zingt Farrar in al haar glorie. Het hoort als ver weg, honderd jaar ver weg, en toch staat ze naast je. Een zingende actrice. Mooi dat Smit Farrar wakker kuste, maar ze leeft pas weer echt via haar eigen stem.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden