'Surinamers moeten nu niet naar Holland gaan'

Heimwee, gezinshereniging, meer kansen daar dan hier en het herstel van de democratie. De redenen van Surinamers die Nederland verruilen voor een bestaan in de voormalige kolonie, hun geboortegrond, lopen uiteen. Een serie interviews over de terugkeer naar Sranang.

"Ieder weekeinde zetten we de picknickmand en koelbox met frisdrank en whisky in de auto en maken we tochtjes buiten de stad. Dan gaan we naar Brownsberg om te wandelen of naar de kreken bij Republiek." Dromerig. "Suriname is zo'n mooi land."

Drie jaar geleden keerde Ramon Hokahin (52) terug naar Suriname. Eigenlijk was het niet de bedoeling dat hij zich definitief in zijn geboorteland, dat hij in 1982 verliet, zou vestigen. "In eerste instantie ging ik voor vakantie" , zegt hij. "Ik was daar hard aan toe. Ik had net een echtscheiding achter de rug en door alle spanningen was ik in de WAO terechtgekomen. Ik wilde in Paramaribo tot rust komen. Het was de bedoeling er maar een paar maanden te blijven. Maar op een feest kwam ik Edith tegen en" , hij lacht, "ik was meteen verkocht. Toen ik weer naar Nederland terugging beloofde ik Edith terug te keren." Hij spreidt zijn armen wijd uit. "En hier zit ik dan. Ja" , zegt hij nog eens "ik ben tevreden hier" .

"Hier is meer rust, alles gaat wat gemoedelijker" , zegt Edith. "Ramon is opgeknapt hoor, veel stabieler, rustiger. Suriname doet hem goed." Ramon knikt peinzend. "Ik voel me nu wel een stuk beter dan toen ik hier kwam. In Suriname is er veel minder stress, het gaat hier allemaal wat gemoedelijker toe he."

Voor behoud van zijn WAO-uitkering moet hij ieder jaar een 'levensteken' geven en zich om de paar jaar laten keuren. De laatste keuring bij zowel psycholoog als specialist heeft hij pas achter de rug. Gedeeltelijk werd hij goedgekeurd en hij kan daarom in principe part-time werk aanvaarden. Ramon is niet echt gelukkig met de uitslag van het onderzoek en tekende direct protest aan over de wijze waarop het psychologisch rapport is gemaakt. De psychologe was volgens hem net van school af en haar vragen sloegen nergens op. "We hebben het alleen maar over het weer en de zwarte marktkoers gehad" , zegt Ramon verontwaardigd. "Dat is toch raar?"

Ramon zegt er niets tegen te hebben weer aan het werk te gaan maar omdat hij zijn oorspronkelijke functie en salaris niet terug krijgt, gaat hij er in alle opzichten fors op achteruit. Ook denkt hij dat het niet gemakkelijk zal zijn, gezien zijn leeftijd om nog een baan te krijgen. "Om werk in Suriname te vinden is geen probleem" , zegt Ramon. "Maar ik zou gek zijn om werk bij een overheidsinstantie te accepteren. Je verdient er niets."

De salarissen bij de Surinaamse overheid zijn volgens Nederlandse normen extreem laag. Het gemiddelde loon ligt rond de 1300 Surinaamse guldens. Het zit Ramon wel dwars dat hij in Suriname niets te doen heeft. Zijn dag vult hij met het afleggen van familiebezoekjes, tuinieren en lezen. Binnenkort gaat hij naar Nederland om wat zaakjes te regelen. Zijn uitkering is stopgezet omdat de Nederlandse instanties niet op tijd de vereiste papieren binnenkregen. "Als ik alles van te voren had geweten" , zegt Ramon, "dan had ik in Nederland de dingen beter geregeld. Vaak duurt het heel lang voordat ik post ontvang en het komt zelfs voor dat ik helemaal niets krijg. De consequentie is wel dat ik helemaal naar Nederland moet om die uitkering weer in orde te maken." Hij maakt meteen van de gelegenheid gebruik uit te zoeken wat hij in Suriname kan doen.

Financieel heeft Ramon niets te klagen. Volgens Surinaamse begrippen zit hij er warmpjes bij omdat zijn WAO-uitkering van 2000 gulden op de bank in Nederland wordt gestort. Iedere maand laat hij een paar honderd gulden via de zwarte markt overmaken. Daar kan hij ruimschoots van leven omdat de geldwisselaars voor een Nederlandse gulden tien Surinaamse bieden. "Het is een vreemde situatie in Suriname" , zegt Ramon. "Officieel is het verboden om zwart te wisselen maar iedereen doet het. Je zou wel gek zijn om naar een bank te stappen."

"Als je geld hebt" , zegt Ramon, "is Suriname een prachtig land. En Edith en ik hebben het wat dat betreft goed. Er wordt ook wel overdreven over de armoede hier. De mensen verdienen wel niet veel, maar niemand hoeft honger te lijden. Bijna alle huizen hebben een grote tuin waar groente verbouwd kan worden. Ze kunnen tomaten planten, cassave, bananen."

Hij schudt meewarig zijn hoofd. Maar niemand doet dat, de jongeren vragen liever een visum voor Nederland aan. Ze denken dat het daar een soort paradijs is waar alles toegestaan wordt en denken dat ze direct een uitkering kunnen krijgen, maar beseffen niet dat 't daar ook niet alles is. Het ontbreekt aan goede voorlichting, waarin ook de negatieve kanten van Nederland belicht worden. Hier krijgen ze alleen de mooie verhalen te horen van familie en vrienden in Nederland. Of ze zien de Surinaamse Nederlanders met hun dure kleren op de terrassen van de grote hotels pronken. De andere kant zien ze niet. Er zijn zoveel werklozen in Nederland en alles kost geld. Zelfs voor het toilet moet je betalen. De mensen hebben ook nauwelijks aandacht voor elkaar. Nee" , zegt hij nog eens nadrukkelijk, "ik raad Surinamers af weg te gaan."

Zelf ging Ramon op z'n twintigste naar Nederland. "Maar" , zegt hij, "dat was toch een hele andere tijd. Ik was vooral nieuwsgierig, voor het geld hoefde ik het niet te doen. Holland was een droom toch. We keken hier op tegen blanken. En dan is het wel een schok hoor als je Hollanders vuil en zwaar werk ziet doen. De wereld ziet er opeens anders uit. Om werk te krijgen was toen nog heel gemakkelijk. Binnen twee weken had ik een baan bij een Rotterdamse scheepswerf. En de Surinamers waren welkom in Nederland. Ik werd overal thuis uitgenodigd, de mensen vroegen me de oren van het hoofd, want toen was je nog heel bijzonder he." Grinnikt. "Er waren toen zo weinig Surinamers in Nederland dat ik dolblij was als ik er een tegenkwam en Surinaams kon praten." Brult dan van het lachen. "Je bent nu blij als je ze daar niet tegenkomt."

Ramon vindt dat de mentaliteit in Nederland harder is geworden. "Niet alleen ten opzichte van buitenlanders maar in alles. In Nederland gaat alles zo snel en er worden zoveel eisen gesteld. Het gaat te hard. Een massa mensen kan de werkdruk niet meer aan en wordt overspannen. Hier maken de mensen zich niet zo snel druk. Als vandaag iets niet af komt, is er morgen weer een dag toch" . Maar, relativeert hij direct: "Soms erger ik me ook blauw hier. Als je in een winkel iets koopt, moet je eerst in drie rijen gaan staan. Een verkoopster geeft je de bon, vervolgens moet je het bij een ander laten inpakken en dan moet je nog eens bij de kassa wachten om te betalen. Vreselijk. En die gemoedelijkheid is ook vaak schijn. De mensen laten me hier vaak twee keer zoveel betalen omdat ik uit Nederland kom. En ik kan niet eens een lening bij een bank sluiten of een stuk grond in erfpacht krijgen omdat ik een Nederlands paspoort heb. Dat is toch discriminatie."

Edith kijkt kritisch en mengt zich in het gesprek. "Ik vind het wel logisch hoor dat ze die maatregelen hebben getroffen, er zijn tenslotte grenzen. De prijs van grond en huizen is voor een gewone Surinamer toch niet meer te betalen. De Surinaamse Nederlanders kopen alles op. Voor hen is het hier zelfs lekker goedkoop omdat ze 1 op 10 wisselen." Ze doelt op Surinaamse Nederlanders die tijdens een vakantie of via een familielid stukken grond en huizen kopen. Als die 15 000 gulden van de bank in Nederland halen en dat geld op de zwarte markt wisselen kunnen ze een leuke woning van 150 000 Surinaamse guldens kopen. Voor diezelfde woning moet een Surinamer hard sparen.

Er ontstaat een kleine discussie over de vermeende discriminatie van Surinaamse Nederlanders in hun geboorteland. "Jij hebt gemakkelijk praten" , zegt Edith tegen Ramon. "Jij krijgt je WAO-uitkering op de bank in Nederland en kan je geld ook zwart wisselen. Natuurlijk wekt dat afgunst. Ik moet ook hard werken voor een klein salaris hoor." Edith werkt bij de overheid en heeft daarnaast een klein taxi-bedrijf. "Bij de overheid verdien je nauwelijks duizend gulden en daar redt niemand het mee" , zegt ze. "Bijna iedereen heeft hier een dubbele baan."

Edith woonde ook jarenlang in Nederland met echtgenoot en zoon. Na de onafhankelijkheid wilde haar man terug en Edith ging mee. Een paar jaar na hun terugkomst besloten ze uit elkaar te gaan. "Maar ik heb er geen moment aan gedacht terug te gaan" , zegt Edith. "Ik mag niet klagen hier. Ik heb een eigen huis, een lap grond. Maar als Ramon weg wil, ga ik wel mee. Het is nu allemaal wat makkelijker he. We hebben geen kleine kinderen meer en kunnen gaan waar we willen. Ramons kinderen zijn volwassen en wonen in Nederland."

Ramon weet niet of hij weer naar Nederland terug wil. "Soms speel ik wel met de gedachte. Tenslotte heb ik daar zo lang gewoond en ik ben toch ook wel gehecht geraakt aan Nederland. Ik ga er straks weer naar toe voor een korte vakantie." Maar, laat hij er gehaast op volgen, "ik kom zeker terug hoor."

"Vorig jaar dachten we er echt over uit Suriname weg te gaan" , zegt Edith, "maar we hebben het toen niet doorgezet." "Tja" , zegt Ramon "het blijft altijd afwegen. Als je alle mooie dingen zou kunnen combineren dan zou je toch een prachtleven hebben?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden