'Suriname rijp voor gelijkwaardige samenwerking'

Minister Pronk denkt dat Nederland én Suriname nu rijp zijn voor een Gemenebest-achtige samenwerking. ,,Nu kan het, op basis van gelijkwaardigheid. Maar dan moet het van beide kanten komen'', zei hij gisteren in een debat met voormalig politieke leiders uit Suriname.

De andere kant ging gisteren niet echt in op de suggestie van Pronk, die zich overigens haastte te melden dat hij er nu eigenlijk niets meer over te zeggen heeft. Maar als toenmalig minister van ontwikkelingssamenwerking stond hij 25 jaar geleden aan de wieg van de Surinaamse onafhankelijkheid, en de vraag was gisteren aan de orde of zo'n samenwerkingsverband destijds niet beter was geweest dan de onafhankelijkheid.

Pronk: ,,Nee. Eerst moet je echt onafhankelijk zijn, pas daarna kun je gelijkwaardig gaan samenwerken. En dat kan nu. Kleine landen kunnen sommige dingen veel beter samen doen, kijk maar naar de Europese Unie.''

Pronk verdedigde zich tegen de kritiek die hernieuwd opborrelde rondom de viering van de 25-jarige onafhankelijkheid van Suriname op 25 november, dat Nederland de Surinamers tegen hun wil uit het koninkrijk heeft geschopt. Hij kreeg bijval van Henck Arron, die meldde dat hij als premier van Suriname destijds persoonlijk in Den Haag de eis voor onafhankelijkheid op de stoep had gelegd. Zelfs Jaggernath Lachmon, de oppositieleider die in die tijd in Paramaribo tot op het laatste moment dwars lag, kwam Pronk te hulp. Hij was niet tegen de onafhankelijkheid, hij was tegen de voorwaarden waaronder dat gebeurde.

In een gesproken essay had de uit Suriname afkomstige schrijver en journalist Anil Ramdas die drie makers van de onafhankelijkheid verweten dat ze misschien wel een land hadden bedacht, maar geen onafhankelijke bewoners. ,,De Surinamer is niet gezocht of gemaakt, hij is van bovenaf geproclameerd.'' Niemand had hem, als zeventienjarige in 1975, naar zijn mening gevraagd. ,,Was een klein referendum niet op zijn plaats geweest?''

Woest was Arron op het verhaal van Ramdas, 'onfatsoenlijk' vond hij het. De ex-premier, die in 1980 door een staatsgreep aan de kant werd gezet, vond dat hij een goede onafhankelijkheid met een nette financiële bijdrage van Nederland (3,5 miljard gulden) uit het vuur had gesleept. Achteraf gezien was dat volgens Pronk misschien meer dan Suriname aan kon. En, ook achteraf: Suriname had geen eigen leger moeten krijgen, een soort marechaussee was voor een land met 400000 inwoners mooi genoeg geweest.

Lachmon hield zich in de overvolle zaal van het Koninklijk Instituut voor de Tropen op de vlakte en wilde eigenlijk helemaal niet over het verleden praten. In de donkerste dagen van de dictatuur van Bouterse (wiens naam overigens niet éénmaal viel) maakt Lachmon al naam met zijn filosofie van het buigende riet: laat je niet horen als het zwaar weer wordt, eens moet de storm gaan liggen en dan veert het riet vanzelf weer omhoog.

Pronk daarentegen meldde behoorlijk geschrokken te zijn van het essay van Ramdas. Hij gaf toe dat 'het gebrek aan draagvlak onder de Surinaamse bevolking' voor de onafhankelijkheid Den Haag wel zorgen baarde. Maar Nederland was niet in de positie om een referendum of andere voorwaarden te eisen. ,,We waren eigenlijk wel blij dat de onafhankelijkheid in Suriname geen politiek issue was, in andere landen mondde zo'n kwestie vaak uit in een bloedige strijd.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden